Volg mij niet
maandag 10 januari 2022
Ik fietste een paar weken geleden langs een rij geparkeerde personenauto’s. Een van die vehikels had op de achterzijde een sticker met een opmerkelijk opschrift: “Volg mij niet, ik ben de weg ook kwijt”. Natuurlijk was dit een alternatieve manier om het achterliggende verkeer ertoe te bewegen voldoende afstand te houden.
Of die aanbeveling slaagt is maar de vraag. Sommige mensen vertonen kuddegedrag. In een groep is één leider of soms zijn er meer die het voortouw nemen. Volgers heb je in elke kudde te over. Daarnaast zijn bij een kudde aan de zijkant en achterzijde mensen, die de kudde een bepaalde richting op zenden, zonder dat ze zelf de leiding nemen. Ze letten op wat de leider doet, en ze sturen de kudde die richting uit.
Ook al sluit je jezelf niet klakkeloos aan bij een kudde, je kunt wel (hopelijk de goede) gebruiken van een groep overnemen, en die je eigen maken. Dan ben je een navolger. Daar is niet mis mee. Anders wordt het, wanneer je je op een persoon richt, terwijl hij of zij daar niet van gediend is. Goed geraden, dan behoor je tot de achtervolgers, het is een vorm van volgen, die maar in bepaalde omstandigheden gerechtvaardigd is. De politie behoort tot de professionele achtervolgers, anderen ervaren dit soort volgen als stalken.
Er zijn velen volgzaam. In bepaalde culturen zie je dat in het verschil tussen de seksen, waar de vrouw meters ver achter haar man aanloopt. Minstens even erg zijn dictaturen; hele kolonnes marcheren achter een aanvoerder, elke kolonne maakt weer deel uit van het leger dat klakkeloos de bevelen van de Grote Leider uitvoert. In landen waar dit speelt is democratie ver te zoeken.
Er is dus sprake van leiders en lijders, enkele mensen die leiden en veel mensen die lijden. Hoe kan die ongelijkheid opgeheven worden? Het is al vaak geprobeerd door een revolutie. Maar gek genoeg ontstaat in veel landen na verloop van tijd toch weer een situatie waarin een kleine kliek de macht naar zich toe trekt. En één persoon uit die kliek ontpopt zich als de leider. Tenzij de democratie echt wortel schiet in zo’n land.
Volgers heb je ook op internet. Het is een ware competitie om zoveel mogelijk mensen achter je aan te krijgen, die je liken of alleen maar jouw pagina op Facebook bezoeken. Het ego vraagt duidelijk om gestreeld te worden…
Hoe gaat dat in een relatie? Los van het eerder genoemde voorbeeld, vaak is het toch een van beiden die sowieso het initiatief neemt om iets te gaan doen, die de knoop doorhakt bij belangrijke beslissingen. Tenminste, zo lang de volger akkoord gaat met zijn of haar positie, dat kan levenslang zijn of voor de tijd dat de relatie duurt.
De volger kan op een gegeven ogenblik genoeg krijgen van de ondergeschikte positie, of de leider kan het spuugzat zijn, dat zij / hij altijd de leidsels van de relatiekoets moet vasthouden. Diegene, die de toon aangeeft wil ook wel eens op een positieve manier verrast worden doordat de ander met een leuk voorstel komt.
Gelijkheid in een relatie is een utopie, maar gelijkwaardigheid is iets moois om naar te streven. Dat begint met respect en als de date uitmondt in een goed contact moet er ook sprake zijn van een eerlijke taakverdeling!
geplaatst door Aktivo1 - 2490 keer gelezen
Vorige berichten
Een klein leven
Een droom. Ik lig te slapen op mijn blauwe bank. De bel gaat, dochter doet open. Een werknemer van het bedrijf waar ik een tuinbankje heb besteld, stapt de kamer in; hij heeft een rol prikkeldraad bij zich. Hij is een grote man, en hij staat te roken. Ik vraag hem om niet te roken in mijn huis. Hij zet een paar stappen vooruit en morst sigarettenas op mijn slaapzak. De man legt het prikkeldraad op de vloer en neemt mijn dochter mee de gang in. Ik loop hen achterna, raak haar rug aan. Hij laat haar los en verdwijnt in de deur.
En nu vraag ik mij af: Is dit een voorspellende droom, of een reactie op een gebeurtenis in het verleden? Want dat is het lastige met dit soort dromen: ik weet zelden of het onheil al is gebeurd of nog moet gebeuren. Al met al zal ik blij zijn als het bankje op mijn balkon staat.
Een droom. Mijn plafond lekt, het water drupt op de kale, houten vloer. Mijn vader zet een hoge trap in het midden van de kamer, klimt naar boven en steekt met een schroevendraaier het plafond open. Het water gulpt het gat uit. Hij lacht: ‘Dat scheelt een slok op een borrel!’
Sinds ik grotendeels aan huis gekluisterd ben, heb ik een valhorloge om. Het belt mijn dochters, mocht ik komen te vallen. Zij willen zoiets liever direct weten: ook in een klein leven kan de weg vol liggen met voetangels en klemmen. En doordat mijn jongste dochter aan mijn ronde tafel, dus via mijn wifi, naar het meest geschikte horloge heeft gezocht, krijg ik op mijn facebookpagina advertenties met foto’s van vrolijke, al wat oudere mensen. Ze zijn op zo’n hoge huishoudtrap geklommen om de heg te snoeien. Tekst: Je weet dat je moeder/vader het toch zelf doet. Geef haar/hem een valhorloge!
Ja, ik leef voorlopig een klein leven. Elke ochtend weer leer ik mijn linker been dat het prima kan lopen, en dat gaat me steeds beter af. Maar dat been vindt fietsen op een hometrainer veel fijner, het zadel zo hoog dat ik het volledig moet strekken. De verrader. Hij weet best dat ik niet van fietsen hou, dat ik veel liever loop. Veel te veel fietsongevallen hier in Leiden. Hm, misschien eens uitkijken naar zo’n licht fietsje met kleine wielen.
Een droom. Er is een muziekstuk op de televisie; groot orkest met drie zangeressen. Blond, donker, rood. Alt, mezzo, sopraan. Ik kijk er beneden op de bank naar, ik kan immers de trap niet op. De anderen kijken boven. Zo af en toe breng ik hen (wie eigenlijk?) koffie, thee en koekjes op mijn ronde, stalen dienblad. Ze zijn er blij mee. Dan maakt de blonde zangeres een fout en wordt de uitzending gestaakt. We zien haar weer als ze vanaf een bospad in de trein wil stappen. De trein rijdt weg zonder haar, en ze loopt langzaam terug. Ze draagt een beige overjas.
Ik heb alle tijd - en tegelijkertijd heb ik nergens tijd voor. Ik mis het reizen met de trein, de lange wandelingen, de zee, het voorjaarsbos. Maar ik moet er niet aan denken, dat gemis in te vullen met daadwerkelijke acties. Ik zou alvast nieuwjaarskaarten kunnen gaan tekenen, een engeltje 2.0 ontwerpen. Echt? Lezen dan? Ik koos uit alle boeken die wachten om gelezen te worden, de minst gecompliceerde. Zo’n Young Adult boek over een boekwinkel waar iedereen elkaar helpt om een stap verder te komen in het leven.
Zelf heb ik ook een grote stap vooruit gezet: ik heb mijn oudste dochter geholpen met de afwas. Ze had heerlijk voor me gekookt - en plotseling leek het me gezellig om er een theedoek bij te pakken en samen af te wassen. We zongen, net als vroeger, het lied over de Prins van Doedel aan de Vlier uit de televisieserie Hamelen, een duet tussen koor en solist. De prins ontmoet een kikker met ‘ogen van saffier’ en trouwt met haar omdat hij gelooft dat ze een prinses is. Ze houdt immers van hem? Maar ja, klokslag twaalf blijft de kikker wie zij is en verandert hij zelf in een kikker. Grootser hoeft geluk niet te zijn.
Macon
Ik houd wel van open eindes en dit is er zeker een.
Op mijn hotelkamer in Mâcon gaan mijn gedachten terug naar zes jaar geleden in hetzelfde hotel. Ze is eigenlijk best leuk, dacht ik, aan de rand van het zwembad. Was dat nou voor of na een paar glaasjes Gallo? Ja, u leest het goed. Aan de rand van het zwembad bood ze mij in een van de beroemde wijngebieden van Frankrijk een glaasje rode Gallo aan. Of liever een plastic koffiebekertje dat nog net niet smolt van de hitte. Knap vond ik haar zeker. Vink maar af. Of moest ik ook dat oordeel toeschrijven aan het onbestemde Gallo-mengsel? Nee, ze was knap!
Haar dochters verdwenen naar de tafeltennistafel waar de hormonen geen grenzen kennen op een late en zwoelwarme avond in Zuid-Frankrijk en de tweede fles ging open. Ze waren in de aanbieding, kirde ze, terwijl ze inschonk. Ze draaide zich naar me toe en legde haar voeten in mijn schoot. Of ik ze wilde masseren.
De rest van de avond was een opmaat naar wat voor de hand lag, maar niet zou gebeuren, want toen ze me voorstelde om naar mijn kamer te gaan, verzamelden we de laatste restjes die nog over waren van ons gezond verstand en besloten we dat er ergens ook nog twee pubers rondzwierven, wat overigens niet in de weg stond aan een potje slaap-lekker-tongzoenen van een half uur.
Toen ik de volgende ochtend naar de ontbijtzaal liep, vond ik een briefje: We moesten vroeg weg. Waren we maar wat onverstandiger geweest. Tot ooit. Kus.
Sindsdien kan ik niet meer in Mâcon zijn zonder aan het prachtige gedicht van Jean Pierre Rawie te denken:
Ooit
Het is niet meer in dagen of in weken
dat ik de spanne die ons scheidt,
dat ik de eeuw dat ik je kwijt ben reken;
wie meet de leegte aan de tijd?
en wie weet of de tijd die is verstreken
niet telkenmale weer verglijdt?
Wie weet keert ook de tijd die is vergleden
eens tegen elke rede om
en worden lijnen die elkaar nooit sneden
alsnog als door een wonder krom,
zodat ik je in een volmaakt verleden
opnieuw in leven tegenkom.
Ontneem mij nimmer dit subliem vertrouwen
waar ieder aards begrip voor zwicht,
dat steeds mijn levenslijn nog met de jouwe
in één fataal verlengde ligt
en wij elkaar ooit weer zullen aanschouwen
van aangezicht tot aangezicht.
Uitstraling & Hey-en
Wat je uitstraalt speelt een hele grote rol bij interactie. Het is een directe indicatie van hoe je je van binnen voelt. Vaak zijn we ons er niet eens vol bewust van.
En toch nemen we allemaal van andere mensen die indruk op van wat iemand uitstraalt.
Je kunt van een afstandje al zien en voelen of iemand blij en gelukkig is. En hetzelfde als iemand een enorme snertbui heeft, boos is, of in het geheel niet goed in zijn vel zit.
Er is echter nog een extra laag in geval je een partner wilt vinden.
Ik hoorde pas iemand daarover spreken. Hoe kom je als single over op je beoogde doelgroep, meestal de andere sexe?
Sta je daar wel eens bewust bij stil? Of doen we in deze maar wat we doen?
Het is natuurlijk makkelijk te denken dat op een datingsite staan of alleen naar (single) gelegenheden gaan genoeg is om aan te duiden “ik ben single en zoekend.”
Maar voor een ander hoeft dat helemaal niet duidelijk te zijn.
Ik schreef laatst al dat het heel veel signalen kost om een man duidelijk te maken dat je met hem flirt en dat je hem leuk vindt.
Dus waarom zou iemand opmerken dat dat zo is zónder dat je iets bijzonders daartoe doet? Als je alleen maar ergens aanwezig bent.
Je uitstraling is sowieso belangrijk. Pogen te flirten met een negatieve uitstraling gaat hem niet worden.
Het plaatje moet kloppen en moet aantrekkelijk zijn. Het moet als het ware uitnodigen. Je moet uitstralen dat je benaderbaar bent. Open voor contact.
Dat klinkt misschien wat woo-woo maar toch kunnen zulke dingen prima voelen. Als je bijvoorbeeld iets aan je baas of vriend/in wilt vragen en je loopt er naartoe, kan het gebeuren dat je denkt “Errr… ik wacht wel even!”
Dan heb je onbewust opgepikt of visuele signalen gekregen dat die ander op dat moment niet open is.
In daten voelt een ander zo ook van jou aan of je benaderbaar en open bent, of niet.
Ook online werkt dit door. Hoe en wat iemand schrijft en natuurlijk ook de uitstraling in foto’s.
Ik zoek een man met een “fonkeltje” in zijn ogen. Dat hebben alleen mensen die blij en gelukkig in het leven staan.
Dat soort dingen kun je niet faken en ook niet verbergen.
Je kunt zo nog zo’n mooie lach op een foto hebben, als dat niet overeenkomt met jouw werkelijke energie val je toch door de mand. Bewust of onbewust kun je dat voelen.
Datzelfde geldt als iemand zegt zo gelukkig te zijn of het prima naar zijn of haar zin te hebben als single. Als dat niet is zoals ze zich van binnen voelen, pik je dat op.
Anderzijds kan iemand zo enthousiast rond bazuinen hoe blij hij is als single dat het een ander ervan weerhoudt hen te benaderen, al zijn ze wel echt geïnteresseerd.
Dat is zeker online iets om rekening mee te houden. Presenteer je jezelf en jouw leven als zo ‘vol’ en geef je geen signalen dat je ruimte hebt voor die fijne partner, dan saboteer je jezelf.
Een ander iets waar ik wel eens aan denk. Ik heb vorig jaar een hele mooie ring gekocht met een fonkelende facet geslepen blauwe topaas.
Maar zou dat overkomen als een mooie ring die een vrouw draagt of als een ring die ze van haar geliefde heeft gekregen?
Lastig.
Het is niet direct een trouwring qua uiterlijk maar zou wel een verlovingsring kunnen zijn.
Maar hoe weet je of je “single vibes” uitstraalt of niet? Misschien kom je wel als “bezet” over. En ook of je “ik ben benaderbaar” signalen geeft.
Veel van dat laatste zit in je lichaamshouding en je oogopslag.
Jaren geleden zei een man tegen me dat ik zulke krachtige ogen heb dat hij mij in een kroeg nooit zou durven benaderen.
Ik was helemaal verbouwereerd. Nou zat ik in die periode niet goed in mijn vel. Het was vlak na mijn scheiding.
Maar het maakte me wel duidelijk hoe belangrijk je blik is.
Wat die zegt is belangrijk. Is die open en vriendelijk, of schreeuwt die “afstand bewaren!”
En let eens op lichaamstaal. Is je bovenlichaam “open” als je ergens bent of meer naar gebogen of vaak met je armen gekruist over je borst? Dan sluit je je af. Het is een onuitgesproken signaal wat zegt “wegblijven!”
Het maakt zelfs uit welke kant je voeten op wijzen?!
Nog zo’n leuke tip: overal en nergens “hey” tegen mensen zeggen. Het equivalent van “hoi”, maar je moet de lagere toon van je natuurlijke stem gebruiken en met “hoi” werkt dat niet zo makkelijk.
Doel ervan is dat je er een opening mee creëert voor contact. Je maakt jezelf benaderbaar. En als die ander vreemd reageert, lekker boeiend. Je hebt alleen gegroet, niet meer niet minder.
Maar vindt die ander je wél leuk, dan kan er heel soepel een gesprek uit voortvloeien.
Het verandert ook hoe je bent en rond loopt. Vaak is dat met blik op oneindig langs tig mensen heen zonder ze echt op te merken. Als je “hey” gaat zeggen, wordt dat finaal anders.
Je ziet mensen wel, je wordt open, soepeler in contact maken én in het accepteren als het niet tot iets leidt. De lat komt daarmee lager te liggen en dat kan in daten zeker voordelig werken om dingen minder persoonlijk op te nemen.
Plus vergroot het je kans om iemand leuks te ontmoeten. Puur doordat je jezelf open en benaderbaar opstelt.
Zoals die vrouw zei: het leven is te kort om niet te “hey-en”!