Verliefd. Verliefd op een land, verliefd op elkaar...
vrijdag 25 februari 2022
Verliefd. Verliefd op een land, verliefd op elkaar…
We hadden al jaren onze droom. Dromen over het kopen van een huis in Frankrijk. Vele vakanties doorgebracht in diverse delen van Frankrijk, maar toch na elk uitstapje naar het Westen, het Noorden, en het midden van dit prachtige land, steeds weer terugkerend naar het Zuiden. Oftewel Le Midi. De eerste Alpen weer zien opdoemen, doet mijn hart sneller kloppen. Ik denk dan steevast weer terug aan de eerste keer we na Lyon de bergen op zagen doemen richting Grenoble. Nog jong en onervaren om in de bergen te rijden. Onze Simca 1100 volgepakt met tent, bagage, kinderen en wij. We zagen de forse helling opdoemen, maar reden achter een langzaam rijdende vrachtwagen, die duidelijk moeite had om deze klim te trotseren. Het was onze eerste vuurdoop met een auto die nog geen mogelijkheid had terug te schakelen naar zijn eerste versnelling. Uiteindelijk belanden we op een camping, gelegen op 850 meter hoogte in de omgeving van Gap. Koele nachten en warme dagen. Onze eerste ervaring met het opzetten en plaatsen van een tent. Een bungalowtent notabene. Je kon er de auto in parkeren en dan nog voldoende ruimte hebben om te slapen en het eten te bereiden. Frankrijk werd in de komende jaren ons vakantieland. En steeds keerde de vraag terug, vooral als we een plekje zagen wat ons beroerde: “Zou je hier willen wonen?”
We zijn inmiddels 60 jaar en aan het begin van ons pré-pensioen. Jarenlang uitgekeken naar dit moment en eindelijk staan we op het punt te laten gebeuren waar we al jaren van droomden. We zitten op een drempel aan de voorkant van ons in aanbouw zijnde huis. Niks geen aanblik van nostalgie, of romantiek van een typisch Frans oud huis. De buiten kant is grijs evenals de binnenkant, allemaal nog grijze muren en op de vloeren betonkorrels die knerpen onder onze voeten. Er staat in de hal op het noorden een ladder naar de bovenverdieping en uiteraard kunnen we het niet laten die te beklimmen en boven een kijkje te nemen. In mijn hoofd ben ik de twee slaapkamers al aan het inrichten. Hoe de inloopkast naast onze slaapkamer er uit zal gaan zien. Ik zie de ruimte waar de badkamer zal komen en het toilet. Beneden is een L-vormige ruimte en aan de uitstekende leidingen zien we al waar de keukenruimte zal worden gesitueerd. De mistral giert door de nog open ramen en deuren, maar hier op de drempel waar de terrasdeuren zullen komen, zitten we op het Zuiden enigszins uit de wind. Op de weg voor ons komt een tractor aangereden, bestuurd door een man met openstaand hemd, gebruinde huid en een grote glimlach op zijn gezicht. Hij parkeert zijn tractor in de berm, stapt uit, kijkt eens rond en komt dan op ons toegelopen. Hij vraagt of we hier gaan wonen. Hij zegt de omgeving hier goed te kennen. Dat hij aan de overkant van het riviertje een terrein heeft met druivenstruiken. “La Gardette” heet het hier. De weg voor ons heeft eigenlijk geen naam. De aanduiding op de kaart wordt genoemd “Route de Buis les Baronnies”. De D147. Hij vertelt over hoe het riviertje in september 1992 veranderde in een woest kolkende massa en tot een catastrofe leidde. Rivieren in de naaste omgeving overstroomden door het noodweer. In de vijftien kilometer verder gelegen plaats Vaisson la Romaine vernielde de watermassa de historische brug. Hij legt uit waarom grote betonblokken omringd met gaas van staal op de helling van het riviertje liggen. Om de weg tegen overstroming te beschermen. Hij vertrekt en we zien hem een eindje verder naar beneden rijden. Hij steekt de nu droge rivier over en vervolgt rustig zijn weg naar boven, op weg naar zijn druivenranken.
Vanaf het begin heb ik een dagboek bijgehouden van al onze belevenissen. Het is een dik boekwerk geworden. Over de plaatselijke gewoontes, de manier van afspraken nakomen, de vordering van de bouw, de notaris, de aankoop, het oponthoud, foto’s en sfeer momenten. Ik lees en kijk er regelmatig in en ben dan weer helemaal terug op de plek van onze mooie jaren in Frankrijk. Het is inmiddels al zes jaar verleden tijd. Ons droomhuis zal er nog geruime tijd staan en hopelijk wordt het bewoond door mensen die er net zoveel plezier aan beleven als wij gedaan hebben. Dit dagboek vertelt mij in gedachten nog steeds het verhaal van al onze belevenissen. De heldere sterrenhemel zien en de nachtgaal horen die de slaap vergezelt tijdens de nacht. Herinneringen aan de koele drankjes op een van de vele terrassen in Vaisson la Romaine, Buis les Baronnies, Entrecheux, Avignon, Carpentras en Mollans sur Ouveze.
We genoten. Genoten van elkaar nu we ons werkzame leven achter ons hadden gelaten. We genoten van ons huisje, van het weer, de prachtige omgeving. Het was een droom, die was uitgekomen. We genoten van de wandelingen, de mooie vergezichten wanneer we eenmaal boven waren beland. Genoten van het eten van de kersen die we plukten van een boom die we onderweg tegenkwamen. Stiekem wat druiven proefden van wijnranken die we passeerden. We genoten van de zwoele avonden en vergaten dan weer hoe we zwetend die dag zo nodig naar die top moesten.
Kortom: leven als God in Frankrijk. Een droom die werkelijkheid werd.
Liefs,
Monique
geplaatst door monique3 - 2703 keer gelezen
Vorige berichten
De stoelfiets
Het is grauw buiten. In de muren van mijn flat klinkt het geruis van bolletjes die de spouw in worden geblazen, onder de vloer overleggen twee mannen met elkaar, op het dak klinkt gestommel, en in mijn hoofd klinken flarden Matthäus Passion. Van die ene, die hemelse, die intens kleurrijke, de Passion die gedirigeerd werd door de nog jonge magiër Klaus Mäkelä. Ooit, op de lagere school, maakte ik in mijn bijbels kleurboek de kleren van Jezus extra kleurig. Wee mij, ongehoorzaam kind! De kleren van Jezus moesten wit.
Soms durf ik plotseling iets wat ik nog nooit ook maar heb willen durven: de ruimte onder mijn vloer bekijken, op mijn buik liggend, door het gat van het kruipluik. Er brandde licht, een man had zojuist gangen voor de bolletjes slang gegraven onder de tussenmuurtjes door. Waarom staan hier wel muurtjes van baksteen, en onder de andere flats niet? Wat, wie hebben de bouwvakkers hier verborgen, 70 jaar geleden? Er lag zand, en het rook er naar zand.
Soms heb ik iets nodig wat ik eigenlijk niet wil hebben, zoals een hometrainer. Waar zet ik een hometrainer neer, in mijn kleine flat? In de schuur dan maar? Die is leeg, dat moest. De bovenburen hadden last van koude voeten - wat wordt opgelost door de plafonds in de schuren te isoleren. Twee helderblauwe zee containers staan er voor de flat op straat. Ze bieden ruimte voor onze schuur spullen - en ruimte voor contact. Zo bood mijn buurman mij aan om te helpen sjouwen. En toen ik mijn spullen, in afwachting van die buurman, netjes in de hal had neergezet, kwam een jong stel de trap af. ‘Moet dat nog in de container? Die is bijna vol, vindt u het goed dat wij u helpen? Nu?’ Ik vond het goed. Ik had eerst een rondje kringloopwinkel en tweedehands Lundia gemaakt, samen met mijn schoonzoon. Schappen en zijstukken naar een loods vol schappen en zijstukken; een heel leven aan boekenkasten in ruil voor een houten tv kastje. Het kan altijd nog minder, nóg minder. De kringloopwinkel kreeg de broodbakmachine, de gordijnen, de luxaflex, de lampenkappen van wit email en de blauwe fiets. De kerstboom met zijn stalen krullen, het kratje met ballen en slingers, de gereedschapsbak en de rolkoffer vol ingelijste fotocollages staan tijdelijk in de logeerkamer. Dan weet je het alvast, mocht je bij mij willen logeren.
Ook ik had koude voeten, maar dat heb ik opgelost met kleurige wollen matten en met crocs. En nu krijg ik ook nog bolletjes op het zand onder mijn vloer. De wollen matten laat ik liggen, ze staan zo heerlijk huiselijk.
Maar nou die hometrainer. Die schijnt onontbeerlijk te zijn voor een snel herstel na de heupoperatie. Ha, ik ga zo snel herstellen dat ik naar de oefenruimte van de fysiotherapeut kan lopen wanneer ik aan die hometrainer toe ben. En tot die tijd behelp ik mij wel met weerstandsbanden en een stoelfiets. Een stoelfiets? Jawel, een stoelfiets. Er bestaan zelfs speciale stoelfietsen voor senioren. Die hebben elektrische trapondersteuning, zodat de senior zich niet hoeft in te spannen, al fietsend op zijn stoel. Wie de logica hiervan inziet, mag het zeggen. Er blijkt een heel universum aan fitnessapparaten speciaal voor senioren te bestaan, apparaten die het de al wat oudere mens gemakkelijk maken om te bewegen. Zelf ga ik gewoon weer moeilijk doen: twintig tot vijfentwintig kilometer wandelen, dat is mijn doel. Maar eerst moet ik op zoek naar schoenen die ik kan aantrekken zonder mij te bukken.
Sexting
Wil jij nog wat zeggen?
Nou. Ja. Of eigenlijk niet. Ik weet het niet.
Soms kun je beter niets zeggen, denk je niet?
Dat ligt eraan.
Waaraan?
Aan wat je wilt zeggen. Of niet.
Nou, laat ik het zo zeggen, als ik het voor het zeggen zou hebben ...
We hebben net aan sexting gedaan. Ik wist ook niet dat het zo heet. Wel hoe je het schrijft. Dat deden we na afloop, schrijven. Wat je misschien beter niet kunt doen.
Toch heel anders dan echte sex, schrijft ze.
Ja, want dat schrijf je met 'ks', schrijf ik.
Dat bedoel ik niet, schrijft ze, dat maakt toch niks uit?
Ik ga toch niet schrijven dat het nix uitmaakt, schrijf ik.
Je snapt toch wel wat ik bedoel, schrijft ze.
Ja, schrijf ik, als je seks met een 'x' schrijft, zijn we met zijn zessen.
Wil jij het dan met zijn zessen doen, schrijft ze.
Nou, schrijf ik, dat lijkt me niks.
Of nix, schrijft ze, met een knipoogje (zo'n brailleteken voor de emotioneel blinden), maar wat wil je nou eigenlijk zeggen, schrijft ze er direct achteraan.
Nou, schrijf ik, dat het inderdaad een heel verschil is, seks of sex.
Dat zeg ik toch, schrijft ze.
Nog koffiedrinken voor we trouwen, schrijf ik.
Bedoel je koffiedrinken of koffiedrincken, schrijft ze, alweer met een knipoog.
Ik geef me over, schrijf ik.
Heb je nu alweer zin schrijft ze.
Jubelen bij een jubileum
Een maand geleden belde een ex-collega mij op, zij is net als ik pensionado, weliswaar is zij het nog maar zeven jaar. “Heb jij nog foto’s van “C” bewaard? C is over een paar weken veertig jaar in dienst, en haar collega’s willen graag een album samenstellen en jij hebt ook een tijd met C samengewerkt. Jij bent uiteraard ook hartelijk welkom op haar receptie”.
Ik zegde toe mijn best te doen, maar in de tijd dat C en ik op dezelfde afdeling werkten was digitaal bewaren van foto’s nog niet ingeburgerd. Fluks nam ik al mijn eigen fotoalbums ter hand, en ik ontdekte zowaar nog zeven prentjes. Die heb ik meteen opnieuw gefotografeerd en verzonden. Ik was nieuwsgierig naar het resultaat en vanzelfsprekend naar C. In de afgelopen jaren hadden haar en mijn wegen elkaar een paar keer gekruist. Nadat zij de eerste jaren van haar carrière op dezelfde kantoorafdeling als waar ik werkte actief was geweest was ze de laatste vijftien jaar gastvrouw in een bezoekerscentrum van een natuurgebied, dat ook bij mijn bedrijf in beheer is. Als natuurliefhebber en zelf al gepensioneerd heb ik haar in haar huidige functie ook meegemaakt.
Een paar weken later toog ik naar haar receptie, gekozen was voor een prachtig oud gebouw. Behalve de jubilaresse, haar partner en de ex-collega, die mij benaderd had voor de foto’s ken ik eigenlijk niemand uit het gezelschap. Veel jonge mensen, jonge boswachters, beheerders van het bezoekerscentrum. Zo’n receptie valt uiteen in het formele en informele deel.
De jubilaresse, van geboorte een echte zuiderling werd door toespraken en cadeautjes (waaronder het fotoboek) in het zonnetje gezet maar ook op een andere manier verrast. Een groep intimi nam plaats in een kring en aan hen werd in een quiz gevraagd wat zij over C wisten. Dat ging hen voor een deel goed af…
Vervolgens trad er een gelegenheidskoor naar voren met een lied met een tekst over C het werd gezongen op de wijs van “Oh Champs Elysées.” Het overige deel van het gezelschap mocht steeds het refrein meezingen vanaf het uitgedeelde papier. Zo konden we jubelen bij het jubileum van C.
C. zou hoewel ze volgens mij ook dicht tegen de pensioenleeftijd aan liep nog niet stoppen bij het bedrijf. Even later vernam ik dat ze, in tegenstelling tot de dame, die mij uitgenodigd had en ikzelf geen kinderen en dus ook geen kleinkinderen heeft. Ze is een hartelijke vrouw, even spontaan als haar partner.
Moet je altijd jubelen en blij zijn als je zo’n groot aantal jaren bij een en dezelfde werkgever hebt mogen dienen? Tegenwoordig staat het goed op je cv als je verschillende werkgevers en soorten werk hebt verricht. Ik geloof dat die keuze nu net iets is wat je als het in je vermogen ligt lekker zelf mag bepalen.
Er zijn jubilea zoals boven aangegeven vanwege een langdurig dienstverband. Een even bekende vorm van een jubileum is een langdurig partnerschap, en nog specifieker een huwelijksjubileum. Ik heb de afgelopen tijd een paar keer gehoord van stellen, die 60 jaar getrouwd waren. Dat heugelijke feit hebben ze ook gevierd, hoewel, heugelijk? Je kunt er wel verheugd over zijn, want wie op zijn relatie-cv al een of meer relatiebreuken heeft staan hoeft daar niet trots op te zijn. Een langdurige relatieband oogst vrijwel altijd bewondering, en stilletjes vergelijk je dat met je eigen situatie.
Ook bij zo’n jubileum mag de loftrompet schallen en mag wat mij betreft de vlag uit. Als er bij een relatie-jubileum een feestje / receptie is zal die inhoudelijk toch anders zijn dan bij een bedrijfsjubileum. Het blijft in de huidige tijd toch iets, wat minder vaak zal voorkomen. Dat een trend, waar we niet omheen kunnen gaan. Jammer? Eigenlijk, wel…
Voor een relatiejubileum zijn als er echte liefde was beide partners verantwoordelijk, maar het komt ook voor, dat een van beiden het domweg lang heeft uitgehouden met de ander. Of het was een verstandsrelatie.