Verhuizen naar een andere provincie
zaterdag 24 september 2022
Deze week had ik zomaar een gesprek met een man aan de rand van de zee op het zandstrand van Castricum. We stonden beiden naar de zonsondergang te kijken. Ik zag dat hij een Feyenoordlogo op zijn rugtas had. Ik schatte hem achter in de veertig, een paar jaar ouder dan mijn oudste zoon.
Ben jij een fan van Feyenoord die hier in de buurt woont of ben je een verdwaalde Rotterdammer (?), begon ik het gesprek. Allebei, zei hij met een grijns. Ik ben een geboren en getogen Rotterdammer, maar ik woon en werk in deze buurt. Het gesprek ging verder over de wijk in Rotterdam waar hij altijd gewoond had. Ik kende die buurt, omdat ik daar een paar jaar geleden met vakantie was geweest. Best een mooie omgeving, zei ik, zeker dat natuurgebied rond de monding van die rivier de Rotte.
Ja, zei hij, jammer dat ik daar weg moest, omdat mijn vrouw zich daar niet thuis voelde. Geboren en getogen Rotterdammers zijn nogal direct. Ze accepteren ook moeilijk mensen van buiten Rotterdam, zei hij na een korte stilte. Ga weg, zei ik ongelovig, Rotterdam is toch geen dorp, maar een grote stad. Nou, autochtone Rotterdammers zijn ook best een clubje op zich, was zijn antwoord, daar kom je niet makkelijk tussen.
Mijn vrouw kon in ieder geval niet wennen in Rotterdam. Ze wilde ontzettend graag terug naar Noord Holland, vandaar dat ik nu hier woon. Mijn hart ligt echter nog steeds in Rotterdam, zei hij met spijt in zijn stem. Ik werk nu in Castricum, vandaar dat ik na mijn werk met mooi weer af en toe even een half uurtje ga relaxen op het strand voor ik naar huis ga. Thuis wacht er toch niemand meer op me, want ik ben inmiddels gescheiden. Gelukkig woon ik wel dichtbij mijn kinderen.
Ik wist even niet hoe ik daarop moest reageren. Ik besloot het gesprek luchtig af te sluiten. Dat doe je goed, zei ik, even lekker relaxen op het strand. Geniet van de mooie zonsondergang. Ik ga nog even een stukje lopen langs de waterkant, leuk om met je gesproken te hebben. Toen ik weer terugkwam bij de strandopgang was hij verdwenen.
Dit gesprek zette me wel aan het nadenken. De nieuwe omgeving waar je gaat wonen, kan dus een serieuze belemmering zijn om je ergens thuis te gaan voelen, zeker op oudere leeftijd. Uiteraard ligt dat ook gedeeltelijk aan jezelf. Het is altijd moeilijk om ergens tussen te komen. Jij bent tenslotte de vreemde eend in de bijt. Zij hebben elkaar, dus ben jij degene die zal moeten uitreiken om erbij te gaan horen.
Met daten kom je er (meestal) ook niet met alleen maar afwachten. Een mooi profiel helpt zeker, maar je zal zelf toch ook voldoende actie moeten ondernemen...
geplaatst door sixty - 1735 keer gelezen
Vorige berichten
Single Story: de Acteur
“Een goed acteur leest het scenario voordat hij zijn rol kiest. Op die datingsites doet niemand dat. Iedereen zendt het eigen, saaie verhaal uit. Ik niet. Ik lees. Ik analyseer. Ik word de man die de vrouwen zoeken.”
“Een goed acteur leest het scenario voordat hij zijn rol kiest. Op die datingsites doet niemand dat. Iedereen zendt het eigen, saaie verhaal uit. Ik niet. Ik lees. Ik analyseer. Ik word de man die de vrouwen zoeken.”
“Een profiel is een open script, een personagebeschrijving die schreeuwt om een tegenspeler. Als een vrouw schrijft dat ze ‘spiritueel’ is en van ‘diepgaande gesprekken’ houdt, dan is dat mijn cue.”
“Snap je? Dan gaat mijn openingsscène niet over die keer dat ik in de kroeg hing, maar over die avond in de woestijn dat de sterrenhemel me deed nadenken over de nietigheid van ons bestaan. De details maak ik ter plekke. Het gaat om het gevoel, hoe het resoneert.”
“Zie ik een profiel vol foto’s van wandeltochten en bergen? Dan stof ik mijn personage van ‘de rusteloze avonturier’ af. Foto van mij op een willekeurige heuvel? Dat wordt de Mount Everest van de Lage Landen. Ineens ben ik de man die de stilte van de natuur opzoekt om de herrie van de wereld te ontvluchten. Het is een rol die altijd werkt. Ze willen geen man die op de bank zit; ze willen een man die een berg beklimt, zelfs als het een metaforische is.”
“Laatst had ik een date met een zakenvrouw. Strak, no-nonsense. Ik speelde de rol van de zelfverzekerde strateeg. Twee uur lang was ik haar perfecte match. Het liep op niets uit, natuurlijk. Op een gegeven moment willen ze achter de rol kijken, naar de ‘echte’ ik. Maar dat is nu juist het punt: dat kan niet. Daar vinden ze niemand. Mijn rol IS wie ik op dat moment ben. Echter wordt het niet.”
“Maar soms... heel soms, als een date voorbij is en ik weer alleen in de auto zit, dan valt het doek. Dan is er geen publiek, geen tegenspeler. Alleen ik. En dan vraag ik me af hoe het zou zijn. Met een vrouw die niet verliefd wordt op de rol, maar op de man die de vuilniszak in de kliko doet. Met iemand die mijn slordigheid kent en dat niet erg vindt, maar erom lacht.”
“Geen applaus, geen grootse dialogen, gewoon... Een arm om je heen op de bank. Het idee is even verleidelijk als angstaanjagend. Dat is een rol die ik nog nooit heb durven spelen. Het zou geweldig zijn. En de seconde daarna weet ik: dat is niet voor mij weggelegd. Snel door naar de volgende auditie.”
“Ze zeggen dat ik niet authentiek ben. Wat een onzin. Ik ben de meest authentieke persoon die er is; ik ben authentiek in elke rol die ik aanneem. Ik geef de vrouwen precies wat ze willen. Dat ik elke keer een andere spiegel ben, is een futiliteit. Niet van belang.”
“Mijn vaste openingszin? Ik heb geen vaste zin. Ik heb een methode. Ik lees haar scène, kies mijn personage en schrijf dan de enige logische openingszin. Voor de zakenvrouw was het: ‘Een indrukwekkend profiel. Het lijkt me dat onze aandelen flink in waarde kunnen stijgen na een strategische meeting.’”
“En voor de wandelaarster? ‘Ik zie dat jij de bergen beklimt om jezelf te vinden. Ik beklim ze juist om mezelf te verliezen. Misschien moeten we elkaar halverwege eens tegenkomen.’”
“Mijn kunst is het aanpassen. Tot ik mezelf niet meer herken.”
Deze Single Story is fictief. Het verhaal is 'opgetekend' in Grand Café 'De Nieuwe Kans', dat alleen op digitaal papier bestaat. Dat het allemaal verdacht veel op de werkelijkheid lijkt, is puur toeval. Maar misschien ook niet...
Goede Omgangsvormen
Omgangsvormen en beleefdheid zijn belangrijk in het leven en zeker ook in daten.
Volgens mij gaat iedereen er globaal gezien vanuit dat deze twee bij iedereen ongeveer eender zijn. We zijn als Nederlanders immers allemaal in dezelfde cultuur en maatschappij opgegroeid.
Toch kunnen er natuurlijk verschillen zijn. Dat kan meegegeven zijn door ouders, maar ook dat je als volwassene zelf je ijkpunt wat verlegd hebt.
En er zijn natuurlijk ook mensen die op zich wel in Nederland zijn opgegroeid maar toch een andere culture achtergrond hebben. Als je ouders niet hier zijn opgegroeid, krijg je daar ook een stuk van mee.
Buiten al die dingen vind ik het soms ook niet duidelijk wat nou het zogenaamde ‘done thing’ is om te doen of zeggen.
Voorbeelden van uiteenlopende omgangsvormen en beleefdheid vind je heel makkelijk online. Het lijkt dan vaak wel dat mensen alle beleefdheid het raam uit laten gaan. Vooral in de tijd van de pandemie liep het vaak de spuigaten uit. Maar je ziet online overal geregeld dat mensen bijzonder grof zijn naar een ander, die ze meestal niet eens kennen noch persoonlijk gesproken hebben.
Soms wordt ook beweert dat je eerlijk mag/moet zijn. Dat lijkt dan als excuus aangevoerd te worden om vlakaf dingen te zeggen. Voor mij zijn gewoon alles eruit flatsen en eerlijk zijn niet synoniem van elkaar.
Eerlijk willen zijn houdt voor mij in dat je je wel fatsoenlijk en zo nodig subtiel uitdrukt. Eerlijkheid hoeft een ander niet te kwetsen. En soms zeg je beter niets. Niet elke situatie leent zich ervoor.
In die zin ben ik het er niet 100% mee eens dat je eerlijk mag/moet zijn. Maar ook dat kan voor iedereen weer anders zijn. Ieder vormt zijn eigen normen en waarden, wat het niet makkelijker maakt om leuk en relaxt met elkaar om te gaan.
Voorbeelden van dingen die ik soms niet zo duidelijk vind… Geen één van alle halszaken, hoor! Maar ik vraag het me wel eens af.
Als een supermarkt of winkelassistente je bij het weggaan een fijne dag of weekend wenst, zeg je dan “dank je wel!” en ga je weg?
Of is het eigenlijk de bedoeling dat je zegt “jij ook!” en weggaat?
Vraag is dan of je hun groet dan werkelijk wel aanneemt of wuif je hem een beetje weg door “jij ook!” te zeggen?
Wordt door die ander ergens ook verwacht dat jij de wens of groet terug uitspreekt? Of mag je gewoon hun wens ontvangen, er blij mee zijn, en met een “dank je wel” weggaan?
Hetzelfde geldt met een klantenservicemedewerker aan de telefoon bij het einde van het gesprek.
Ik heb er zelf op één of andere manier een gewoonte van gemaakt om “jij ook!” te zeggen en weg te gaan. Maar ik voel dat ik hun wens dan niet echt meer opneem.
Wat ik zeg, geen halszaak, maar toch iets waarvan ik wel eens denk, “wat is hier nou eigenlijk de gebruikelijke of verwachte manier van doen?”
Goede omgangsvormen met daten zijn natuurlijk ook heel belangrijk.
Voor mij valt daar zeer zeker onder op tijd komen. En ook een normale fatsoenlijke begroeting.
Ik heb een keer meegemaakt dat het niet zo ging. Ik stapte uit mijn auto, hij stond er vlak naast te wachten.
Geen hand, geen “hoi, ik ben… ” of wat dan ook, maar een klagend “Jemig, jij bent wél lang!”
Sja, mijn profiel zegt duidelijk 1.78m en dat is in real life dan niet ineens 1.68m.
Uit fatsoen ging ik toch nog met hem naar het restaurant omdat hij bijna drie uur had gereden voor de date, maar halverwege ben ik weggelopen. Hij was zo onbeschoft en cru dat ik er genoeg van had.
Ik ben zelf zo dat al weet je direct dat er geen klik is en ook niet gaat komen, dan kun je nog als twee volwassen mensen even een kop koffie drinken. Maar door die man geleerd dat dat niet altijd mogelijk is.
Iemand onnodig laten wachten vind ik ook not-done.
Ik heb iemand meegemaakt die én te laat kwam opdagen én mij vervolgens nog dik tien minuten in de koude wind liet staan omdat hij zijn voertuig uitgebreid moest parkeren. En herparkeren. Terwijl er volop plek was.
Toen hij dan eindelijk bij mij kwam, kreeg ik nog een botte opmerking over me heen.
Dan zakt mijn broek daar toch vanaf. Figuurlijk dan, hè!
Voor mij hoeft het dan al niet meer.
Al zijn we dan allemaal in dezelfde maatschappij en cultuur opgegroeid, hoe onze individuele omgangsvormen zijn, lijkt vaak toch mijlenver uit elkaar te liggen!
Gelukkig zijn mijn meeste ervaringen allemaal positief, zowel qua dating als met ‘gewoon’ socialisen.
Blijft de niet-halszaak-vraag: wat zeg je nou in een winkel/supermarkt?
En nog een vraagstuk:
Als direct bij de eerste ontmoeting iets onprettig verloopt, ga je dan weg?
Of als er niets onprettig is, maar je voelt meteen dat hij/zij het niet gaat zijn voor jou, ga je dan weg? En zo ja, doe je dat ook als die ander lang gereden heeft voor de date?
Of ga je dan toch nog even samen wat drinken?
Ik hoop zeker dat er ook mannen antwoorden op de vragen over die laatste 2 situaties! Gaan jullie in die gevallen weg en laten jullie een vrouw gewoon staan of zijn jullie eerder geneigd toch galant te zijn en nog wat te gaan drinken?
Het boekenweekgeschenk
Er was nogal wat te doen vanwege het boekenweekgeschenk dit jaar. Want het was geschreven door de populaire schrijver Peter De Smet alias Hendrik Groen. Een bestsellerauteur, moet die nou een steuntje in de rug krijgen? Het geschenk is toch bedoeld om nieuw literair talent aan het grote publiek voor te stellen? De kritieken op het romantische werkje, een soort hedendaags sprookje, waren dan ook niet van de lucht. Een teleurstellende leeservaring volgens Nico Voskamp van de Boekenkrant, een commerciële keuze oordeelt dichter Joost Oomen. En daar zal best wat literaire kinnesinne bij zitten. De Smet zelf vindt het “gewoon een heel lief, leuk, klein verhaaltje”. En dat is het ook.
Een beetje gemakzuchtig is het wel en op mij komt de vertelling ook wel wat neerbuigend over. Over een man en een vrouw, twee alleenstaanden van rond 60 jaar die elkaar ontmoeten. De man is een uitgerangeerde schoenenverkoper, net werkloos geworden, een enorm saaie lul noemt hij zichzelf en dat getuigt van zelfkennis. Zij is een nogal tobberige kapster die door reuma in haar handen niet meer kan werken. Zij wordt door haar buurvrouw wordt aangespoord om te gaan daten, maar daar is het nog niet van gekomen. Veel meer komen we niet over hen te weten.
De twee raken met elkaar in gesprek bij een verjaardagsfeestje. Daarbij gaan ze samen flink aan de drank, zij met roseetjes, hij aan de bacardi-cola. Aan het eind van de avond spreken ze af om samen een reis te maken naar Italië en dan van Italië terug met een Piaggio, het bekende Italiaanse driewieler-tuktuk-autootje. Want deze ‘saaie lul’ bleek nog een oude onvervulde droom te hebben en aangemoedigd door de wijn stelt zij voor om die nu alsnog waar te maken; hij stemt in en de deal wordt beklonken.
En zo beginnen deze mensen die elkaar nauwelijks kennen een paar weken later aan een avontuur dat gaandeweg tot toenadering leidt. Haar aanvankelijke ongemak wordt leuk verbeeld door de krappe zitcomfort in het mini-karretje, zij zwetend dij-aan-dij met haar volslanke lijf, terwijl hij opleeft door de vervulling van zijn wens. Maar alles went en zo groeit er iets moois door de gedeelde lotgevallen onderweg. Of daar ook een liefdesrelatie uit voortkomt, dat laat de schrijver wijselijk in het midden, maar het heeft er alle schijn van….
Tja ik snap de kritiek wel op zo’n onwaarschijnlijke romance, maar ondertussen hebben wel meer mensen onvervulde dromen, hopend op een gelegenheid om de stoute schoenen aan te kunnen trekken. En daar is dan wel een zetje voor nodig. Of alcohol nou de beste raadgever is, in dit verhaal is het in elk geval een adequaat middel om de drempel te verlagen en moed te vatten. Een beetje moed is er wel nodig om samen in de Piaggio te stappen – het wagentje is natuurlijk symbool voor het ongewisse – en alleen in de fantasie van een schrijver is een goede afloop gegarandeerd; in de echte wereld is het vallen en opstaan. Want, zo luidt de wijsheid, de weg naar succes wordt bewandeld door de bereidheid om te mislukken. :-P