Een beetje mazzel
donderdag 24 november 2022
Hoewel mijn flat klein is, is de gang groots - en komend vanuit die gang zag ik in een flits de sierappel aan de overkant van het straatje in bloei staan. Het is 24 november. De bolletjes-gordijnen zijn half opengeschoven om de zon binnen te laten, en wat ik zag was zonlicht op te oude blaadjes. Denk ik. Hoop ik. Het gaat immers best goed met me. Ik heb nog drie sinterklaasgedichten te schrijven vóór zaterdag; plaag gedichten waarin ‘de sint’ opzettelijk rijmt op ‘bemint’. Ik ben geen fan meer van de immer goede oude sint op zijn schimmel. Maar mijn dochters zijn wel fan, en mijn kleindochter ook. Al heel jong ingewijd in het grote geheim, hielpen ze met kleine plak-vingertjes mee om pakjes in te pakken - en om versjes te verzinnen. Vraag een kleuter om te rijmen op ‘sint’ en het feest begint. Ik begrijp wel waarom zij van de drie eindejaarsfeesten juist dit feest graag samen met mij willen vieren. Wat ik dus eerst ga doen is mezelf koffie inschenken, gloeiend hete koffie met een beetje melk. De nieuwe french press kan er wat van! En verder heb ik een beetje mazzel nodig.
In de wasmachine klotst een rugtas rond en rond, samen met een stevige badmat om hem rustig te houden. Er zat plotseling een dikke laag slangenkots in die rugtas. Of een vloeibaar geworden dood vogeltje. Of de drek van alle strijd die ik niet aanging. Ontsmettende handgel bleek het te zijn. Niet mijn wapen tegen corona, maar tegen wat zoal rondwaart in treintoiletten; ik ben immers een treinreiziger. Een piepklein gaatje in een piepklein flesje, en dan zoveel plakkerige nattigheid!
Een droom. Ik loop door de stad en zie een vrouw die op mijn oudste dochter lijkt om de hoek van een gebouw kijken. Boven haar hoofd verschijnt het hoofd van haar vader, een man die ik niet vrijwillig zal ontmoeten. Nu eenmaal in hun richting lopend, loop ik door. Achter hen blijkt zijn vriendin te staan, triest en totaal verwaaid op een plek waar het niet waait. Ik geef haar een hand. De hare is wit, koud, bottig, en raakt de mijne nauwelijks. We lopen als vanzelfsprekend naast elkaar verder, haar dikke, witblonde haren waaien voor mijn gezicht. Ze lijkt nerveus, aarzelt, hakkelt. ‘‘Ik ben gestopt met werken en dat had ik niet moeten doen,’’ zegt ze uiteindelijk. We lopen ongemerkt over een met grijze keien bekleed heuveltje. Voor mij nauwelijks extra moeite, ik loop immers op mijn pelgrims-schoenen. Zij vraagt hoe het nu verder moet en glijdt op haar hurken naar beneden. Ik leg mijn hand op haar rug, vraag wat ze mij nu eigenlijk wil vertellen. Een vreemde vrouw dringt zich tussen ons in en neemt het gesprek over. De wekker.
Ik had een afspraak met de podoloog, vanochtend. Gisteren had ik hem mijn wandelschoenen gebracht, samen met de zolen die hij speciaal voor mijn pelgrims-schoenen had gemaakt. Het bleek geen goede combinatie. Op m‘n smartphone stond een appje van hem: De afspraak gaat niet door, hij is positief getest op corona.
Zou ik het zelf zijn? Zou ik een wraakgodin kunnen zijn, de wraakgodin die alle mannen die met haar in aanraking komen opzettelijk met corona besmet? Zoals er wraakgodinnen zijn die alle mensen die met haar in aanvaring komen, betichten van slechtheid?
Een troostrijke gedachte: Ik heb al eerder mazzel gehad…
geplaatst door RodeJas - 2034 keer gelezen
Vorige berichten
Het boekenweekgeschenk
Er was nogal wat te doen vanwege het boekenweekgeschenk dit jaar. Want het was geschreven door de populaire schrijver Peter De Smet alias Hendrik Groen. Een bestsellerauteur, moet die nou een steuntje in de rug krijgen? Het geschenk is toch bedoeld om nieuw literair talent aan het grote publiek voor te stellen? De kritieken op het romantische werkje, een soort hedendaags sprookje, waren dan ook niet van de lucht. Een teleurstellende leeservaring volgens Nico Voskamp van de Boekenkrant, een commerciële keuze oordeelt dichter Joost Oomen. En daar zal best wat literaire kinnesinne bij zitten. De Smet zelf vindt het “gewoon een heel lief, leuk, klein verhaaltje”. En dat is het ook.
Een beetje gemakzuchtig is het wel en op mij komt de vertelling ook wel wat neerbuigend over. Over een man en een vrouw, twee alleenstaanden van rond 60 jaar die elkaar ontmoeten. De man is een uitgerangeerde schoenenverkoper, net werkloos geworden, een enorm saaie lul noemt hij zichzelf en dat getuigt van zelfkennis. Zij is een nogal tobberige kapster die door reuma in haar handen niet meer kan werken. Zij wordt door haar buurvrouw wordt aangespoord om te gaan daten, maar daar is het nog niet van gekomen. Veel meer komen we niet over hen te weten.
De twee raken met elkaar in gesprek bij een verjaardagsfeestje. Daarbij gaan ze samen flink aan de drank, zij met roseetjes, hij aan de bacardi-cola. Aan het eind van de avond spreken ze af om samen een reis te maken naar Italië en dan van Italië terug met een Piaggio, het bekende Italiaanse driewieler-tuktuk-autootje. Want deze ‘saaie lul’ bleek nog een oude onvervulde droom te hebben en aangemoedigd door de wijn stelt zij voor om die nu alsnog waar te maken; hij stemt in en de deal wordt beklonken.
En zo beginnen deze mensen die elkaar nauwelijks kennen een paar weken later aan een avontuur dat gaandeweg tot toenadering leidt. Haar aanvankelijke ongemak wordt leuk verbeeld door de krappe zitcomfort in het mini-karretje, zij zwetend dij-aan-dij met haar volslanke lijf, terwijl hij opleeft door de vervulling van zijn wens. Maar alles went en zo groeit er iets moois door de gedeelde lotgevallen onderweg. Of daar ook een liefdesrelatie uit voortkomt, dat laat de schrijver wijselijk in het midden, maar het heeft er alle schijn van….
Tja ik snap de kritiek wel op zo’n onwaarschijnlijke romance, maar ondertussen hebben wel meer mensen onvervulde dromen, hopend op een gelegenheid om de stoute schoenen aan te kunnen trekken. En daar is dan wel een zetje voor nodig. Of alcohol nou de beste raadgever is, in dit verhaal is het in elk geval een adequaat middel om de drempel te verlagen en moed te vatten. Een beetje moed is er wel nodig om samen in de Piaggio te stappen – het wagentje is natuurlijk symbool voor het ongewisse – en alleen in de fantasie van een schrijver is een goede afloop gegarandeerd; in de echte wereld is het vallen en opstaan. Want, zo luidt de wijsheid, de weg naar succes wordt bewandeld door de bereidheid om te mislukken. :-P
Baas over eigen zaken
"Baas in eigen buik" is een iconische leus en actie van de feministische actiegroep Dolle Mina, ontstaan in maart 1970 (bron: Nationaal archief). Ik wil dit zelfbeschikkingsrecht, dat over de abortuswetgeving ging, nog wat ruimer bekijken.
Wie single is ontleent aan zijn of haar burgerlijke staat zowel voordelen als nadelen. De nadelen lees ik vaak in profielen, vaak verhuld. Iemand schrijft dat zij of hij het alleen-zijn zat is en zo graag een nieuwe partner zou willen omarmen.
Alleen-zijn heeft ook en misschien wel vooral voordelen. Zelf beslissen wat je gaat doen, niet gebonden zijn aan de mening van een partner bij belangrijke aankopen. Je maakt zelf uit met wie je om wilt gaan. Jij bepaalt waar je met vakantie naar toe gaat, welke film je gaat zien.
Door de bank genomen klopt deze visie. Er zijn evenwel singles die die vrijheid niet hebben. Door allerlei gebeurtenissen zijn ze in een moeilijke situatie terecht gekomen, waardoor het niet meer verantwoord is dat ze zelf hun zaken behartigen. Wanneer ze dat geconstateerd hebben, al dan niet na gesprekken met hulpverleners, kan er een moment komen dat ze (een deel van) hun vrijheid uit handen (moeten) geven. Dat kan op vrijwillige basis en in het ergste geval is er sprake van dwang om hen tegen zichzelf te beschermen.
Zo’n verandering in de leefsituatie is het gevolg van een proces. Voor de betrokkenen is het nooit iets om trots op te zijn, en het is uiteraard niet prettig. Soms hebben ze spijt van hun beslissing om zich onder bewind te stellen. Dat gebeurt trouwens door een uitspraak van de rechter, ook als iemand het bewind wil beëindigen moet daar een rechter aan te pas komen. Of dit eenvoudig gaat heb ik niet kunnen nagaan.
Ook iemand die zijn of haar zaken niet meer zelf kan behartigen kan heel erg verlangen naar gezelschap, naar vriendschap en uiteindelijk naar een relatie. Voor wie onder bewind staat zijn er veel hindernissen op de weg naar een maatje. Het zou dan uit kunnen draaien op een ongelijkwaardige verhouding. Is het mogelijk de vicieuze cirkel waarin de onder bewind gestelde persoon verkeert te doorbreken? Of zitten daar risico’s aan vast voor die man of vrouw, die daar aan wil werken?
En hoe zal de hulpverlening reageren, als bekend wordt dat hun cliënt een vriend of vriendin heeft, waarmee hij of zij samen verder wil gaan? Wettelijk is het in elk geval zo, dat iemand, die onder bewind staat wel een relatie, vriendschap of zelfs een geregistreerd partnerschap of huwelijk kan aangaan. De bewindvoerder mag daar geen invloed op uitoefenen. Een mentor, begeleider zal wel met zijn / haar cliënt hier in gesprek over gaan!
Ik denk, dat het enige wat hierbij past echt gemeende empathie is, en waar mogelijk en gewenst met raad en daad terzijde staan. Misschien ook een fijn kaartje, alles ter bemoediging.
Niettemin vind ik het uiterst jammer, dat mensen, die in een min-situatie verkeren, ook zo beperkt kunnen zijn in hun contacten. En, dat kun je niet meteen zien. Pas na een aantal gesprekken wordt de glazen bol als het ware opgepoetst. Dan komt de werkelijkheid boven water. Niemand laat in een eerste gesprek het achterste van zijn of haar tong zien.
Ik wens niemand toe dat hij of zij geen baas meer over de eigen zaken is. Tegelijk hoop ik dat iedereen begrip heeft als iemand uit de omgeving in zo’n situatie terecht komt! Naarmate we ouder worden kan dit ook ons zomaar gebeuren!
Warmte in handen gevangen...
Klok en de tijd
ij het wakker worden vanochtend keek ik op mijn wekker en zag, dat het half zeven was. Half zeven? In mijn gedachten en gevoel voelde het veel te vroeg. En dat was het natuurlijk ook! Eigenlijk was het half zes, maar nu…, op deze zondagmorgen eind Maart dus alweer oude tijd! Even wennen dus aan die nieuwe tijd, maar ook aan de temperatuur. Koud in de slaapkamer toen ik uit mijn warme bed stapte. Langzamerhand werd het licht en ik zag de witte daken. Eénmaal terug in bed het dubbelgevoel. Een verschuiving in de tijd. Mijn biologische klok loopt nog op de “oude tijd”, terwijl de wereld al een uur vooruit is gegaan.
De klok dicteert een uur later. Eén uur in de tijd, dat in een mum is verdwenen. Zonder dat er iets is gebeurd. Een uur zonder oorlog, een uur zonder honger, een uur zonder herinneringen. Het glipt weg tussen twee ademteugen in. We slapen er doorheen, of we missen het wanneer we de wijzers van de klok een uur vooruitzetten. Voor degenen die nachtdienst hadden, een uur eerder naar huis, maar voor degene die hem/haar moest aflossen een uur minder slaap. De verloren tijd halen we weer het najaar in. En de belofte van de zomertijd is, dat het licht langer blijft.
Mijn handen in zijn handen. De stof van zijn handschoenen is wollig en omsluiten met warmte mijn koude handen. Zittend tegenover elkaar, onze gestrekte armen rustend op de tafel, vormen onze ineengestrengelde handen in het midden een plek van warmte waarin twee werelden samenkomen. Letterlijk uit twee landen. Hij een taalvrager uit Turkije en ik een taalcoach uit Nederland. Stilzwijgend en zonder woorden. Terwijl mijn handen warmer worden ontstaat er in die stille uitwisseling een bijzondere verbondenheid van warmte, waarbij de tijd lijkt stil te staan. Zelfs voor een natte neus, laat ik de zakdoek in mijn jaszak zitten om dit moment vast te houden. Het moment dat twee werelden elkaar even raken, elkaar vasthouden. Voor mijn gevoel een bijzondere, warmvolle intimiteit. Een oogenblik in de tijd om te blijven vasthouden en nooit meer los te laten.
Elkaars warmte in handen gevangen.
Liefs,
Monique