Gestopte sokken
zondag 5 maart 2023
Mijn Brabantse griep heeft toch twee streepjes - wat dit ziek zijn, ondanks alle sussende woorden, iets griezeligs geeft. Corona is een onbetrouwbare bruine beer met scherpe klauwen; een beer die zich buikelings bovenop mij liet vallen terwijl ik allang niet meer op hem had gerekend. Iedere dag schoof hij een stukje opzij. Vandaag, op dag zes, likt hij zittend op het aanrecht de honingpot leeg, terwijl ik yoghurt, bevroren blauwe bessen, havermout en hennep olie door elkaar roer. Straks, als ik hiervan ben uitgerust, ga ik dit lekkers opeten.
Hij maakte er een puinhoop van in mijn hersenpan, die beer. Zijn pijnlijke bliksemschichten wrikten de bedrading los - en wat ik snap, is dat ik het hier nu mee moet doen. Waarschijnlijk wordt het later beter.
Ik heb sokken van vroeger aan mijn voeten; oude, gestopte sokken. Voor mij zijn ze niet meer dan een overblijfsel uit de tijd dat ik op klompen de volkstuin omspitte. In mijn uppie, de baby slapend in de kinderwagen. Ik zie mijn moeder nog sokken stoppen, en het mij als vanzelfsprekend leren - zoals mijn vader mij stekkers leerde repareren. Schrijver Godfried Bomans meende (althans, in een komisch rollenspel) dat menig huwelijk gered kon worden wanneer de vrouw ophield met het stoppen van haar ega's sokken, en meer tijd spendeerde aan haar rol als zijn (die ega’s) minnares. Nou heb ik altijd een pesthekel gehad aan mijn ega's sokken. Er hadden voeten in gezeten, en wel de zijne. Er was geen sprake van dat ik die sokken zou stoppen. Zo was er niets om mee te stoppen teneinde mijn huwelijk te redden - en de filosofische vraag: ‘Kan ik de gedachte verdragen om zijn teennagels te knippen?’* blijkt nog steeds het overdenken waard…
Over vragen gesproken: Zou een voetenbadje helend werken bij corona?
Een droom. Een prachtige jonge vrouw in een lang, licht gewaad heeft de halvloer ondergekotst. Ik loop op sokken, roep dat ze het zelf moet opruimen. ‘Ik heb corona, je moet weggaan’, roep ik ook nog. Blijkbaar heb ik een deur open laten staan: Scholieren eten krentenbrood uit een vergeten kastje, smelten kaas in het weggegeven tosti-ijzer. ‘Ik heb corona, jullie moeten weggaan,’ roep ik nog maar eens. Ze hebben de kranen van de buitensauna niet eens dichtgedraaid - en de leerkrachten die de schade kwamen regelen, zitten op de bank te roken. Eén leerkracht fluistert in mijn oor dat hij me wil strelen, maar ik realiseer mij dat ik ook op de benedenverdieping zou passen. Neem de man mee de trap af. In de hal zit een jongetje te lezen. ‘Waar zijn de anderen?’ ‘Neuken,’ zegt hij en wijst met zijn hoofdje achter zich. Het grote bed is niet mijn bed, maar ook niet het hunne. Doodmoe laat ik mij tussen ‘de anderen’ vallen; de leerkracht valt vlak naast mij en weer fluistert hij, mij te willen strelen. Ik leg mijn mijn hand op zijn buik. Hij wil niks. Strelen is makkelijk, makkelijker dan de scholieren naar huis sturen en de schade regelen. Ik ga, tegen het felle zonlicht in, de deur dicht plakken.
*uit: ‘De beste ideeën over de liefde’, The School of Life.
geplaatst door RodeJas - 1860 keer gelezen
Vorige berichten
Zo vrij als een vogeltje of een vleermuis
Voor middelgrote afstanden (tot pakweg 25 km.) maak ik bij voorkeur gebruik van mijn gewone fiets zonder elektrische ondersteuning. Voor grotere af
Herinneringen liggen aan de bron voor de toekomst
Herinneringen liggen aan de bron van de toekomst
Herinneren…Weet je nog mam, toen we… Onlangs zaten we met heel ons gezin aan
Als je voor een dag een man zou mgen zijn
Iedere maandagmiddag ontmoet ik in het dorpshuis een groepje alleeenstaande dames. Onder leiding van een activiteiten begeleidster gaan dan we iets