Goede mond
zondag 3 september 2023
Ik werd gedesoriënteerd wakker. Hoezo ochtend, het was toch nacht, wat was er gisteren dat vandaag zo anders aanvoelt?
‘‘Zullen ze ons nu al te pakken nemen?’’ had ik in mijn droom aan m’n wandelgenoot gevraagd. ‘‘Nee, nu nog niet,’’ gokte hij - en ik vertrouwde hem en liet mij van de heuvel afrollen, voorbij de gevaarlijke man en vrouw die voor ons liepen, tot in het huis aan de bosrand. Ik vroeg om thee, om aandacht, om zonlicht, om liefde, maar door de hoge, openslaande deuren stapten de gevaarlijke man en vrouw het huis binnen. Het huis aan de bosrand is van hen.
We moesten medicijnen halen, niet voor mij maar voor wie dan wel, en ik kon nog net de auto instappen voordat een magere, gebruinde hand het portier dicht trok. Hij (wie?) gooide zijn pillen tegen misselijkheid de auto uit, zo’n wit-rood waterdicht tonnetje vol pillen; hij vond misselijk zijn beter bij hem passen. In de nauwe gangetjes van de pillenwinkel stoot ik een toren van doosjes kapot. ‘‘U mag hier niet naar binnen met een rugtas om, mevrouw,’’ klinkt een diepe stem vanuit het niets.
Tot zover de droom. Ik heb iets recht te zetten, geloof ik.
Laat ik maar eens een redactievergadering beleggen; een bloggersbijeenkomst om de onderwerpen te verdelen. Schrijf jij deze week over de liefde, dan schrijf ik over de liefde, net als jij en jij en jij vooral, op jouw eigen, onnavolgbare wijze. ‘‘Alle liedjes gaan over liefde,’’ zei ik ooit, maar de onmiddellijke repliek luidde: ‘‘Nee hoor, klein klein kleutertje wat doe je in mijn hof gaat niet over liefde.’’
Dit is een blog als een bijna leeg geplukte bloementuin, als stukjes oud brood voor de eendjes. Vandaag lijkt alles al eens geschreven, uitgelicht, opnieuw belicht en herschreven. Laat mij daarom maar weer over een man in de trein schrijven: Hij zat op de bank tegenover me, en hij had dorst. Hij trok een fles water uit zijn rugtas - maar van het water drinken wilde hij niet. Het was oud water, zei hij. ‘‘Ik heb appelciderazijn bij het water in mijn fles gedruppeld,’’ vertelde ik, en ik citeerde het ‘...gaben sie ihm Essig zu trinken’ uit de Matthäus Passion. Die azijn vervulde mij als tiener met medelijden, maar azijn blijkt water juist fris en goed drinkbaar te houden. Die man in de trein had niet de goede mond, zo’n mond die ik zou willen zoenen, zo’n mond die water uit mijn fles zou mogen drinken. Wel bezat hij prettige hersenkronkels, zodat wij ons vrijelijk op 'jammertjes' in oude en nieuwe bijbelvertalingen stortten. Op ijdelheid, zure wijn, kribbes en wonderbomen. De ongemakkelijke kwestie van de mond kon ik ongemoeid laten.
Op het Singelpark-bankje was een brood etende Engelsman in gesprek met een opdringerige eend: ‘‘Ik hou niet van de manier waarop jij je gedraagt; daarom kan ik helaas mijn brood niet met je delen. Zou je nu weg willen gaan?’’ De eend begreep hem niet, hield zijn snavel verwachtingsvol geheven. ‘‘Probeer het eens in het Nederlands,’’ opperde ik, ook in het Engels, ‘‘dit is tenslotte een Nederlandse eend.’’ Maar nee, Engels was ’s mans enige taal. ‘‘Scheer je weg en ga kroos eten, gedegenereerde bedel eend," zei ik toen maar. Waarop de eend weg waggelde. Arm beest. Hij weet van nature wat goed voor hem is, maar hij bedelt om het slechte.
Die Engelsman op het parkbankje had trouwens wél de goede mond - maar ook een aardige vriendin. De man die bij een eerste ontmoeting alles al heeft (zowel de goede, zoenbare mond als de prettige hersenkronkels, niet de vriendin natuurlijk), zo’n man is onwijs zeldzaam, treurde mijn Leidse vriendin laatst. Ik weet het, lieve vriendin, ik weet het.
geplaatst door RodeJas - 1665 keer gelezen
Vorige berichten
Irritaties, ergernissen, de bom onder elke relatie
De titel van deze blog klinkt als een aanname. Het is jammer, dat ik moest vaststellen, ook in mijn eigen relaties, dat irritaties over het gedrag van een partner een voorbode waren van “einde oefening”. Terwijl vaak in een of meer goede gesprekken ergernissen benoemd kunnen worden en er in goed overleg naar een oplossing gewerkt kan worden.
Er zijn irritaties over een eenmalige domme actie. Een onzorgvuldig gekozen woord in een gezelschap, een opmerking die iemand raakt in zijn of haar ziel. Soms weet je niet dat je door iets te zeggen onprettige herinneringen losmaakt bij de ander. Die irritatie kan door een welgemeend excuus uit de wereld geholpen worden.
Helaas zijn er nog vaker ergernissen die bij allerlei situaties terugkeren. Zelf heb ik onlangs meegemaakt, dat iemand tot zes keer toe op een dag over hetzelfde gebeuren uit het verleden terugkwam. Een repeteerwekker dus. Ik moest mijn gesprekspartner er steeds aan herinneren, dat ik dit al uit den treure had gehoord. Dit gedrag is niet nieuw. Uit de tijd van de Romeinen stamt de uitdrukking: Ceterum censeo Carthaginem esse delendam. Vertaald: Overigens ben ik van mening, dat Carthago verwoest mot worden. Hoewel het historisch beschouwd niet bewezen wis, wordt deze quote aan Cato, een Romeins senator toegedicht. Dat zijn toespraken steeds hiermee eindigden zullen de toehoorders geërgerd hebben, maar het heeft wel effect gehad, de Romeinen hebben Carthago ingenomen en verwoest.
Irritaties bij een date en bij het begin van een relatie zullen alle daters bekend voorkomen. Behalve ergernissen over een verkeerde woordkeuze zijn er nog meer! Denk aan kleding, lichaamsgeur, geen belangstelling voor wat de mede-dater te berde brengt, problemen bij het afrekenen van een consumptie.
Als een van beiden veelvuldig terugkomt op wat er zich heeft afgespeeld in een vorige relatie en vooral als die relatie als het ware de hemel in geprezen wordt zal de toehoorder van deze loftuiting niet bepaald gecharmeerd zijn.
Wanneer men in het begin van een relatie een paar keer bij elkaar thuis is geweest kunnen de verschillen tussen beide huishoudens minimaal stof voor een discussie zijn. En wat denkt u van de kennissenkring of de familie?
Ik denk, dat het van essentieel belang is om irritaties, wat de oorzaak ook mag zijn, op een gewone manier te bespreken, zonder stemverheffing. Daarmee moet je niet te lang wachten.
Als er al een tijd sprake is van een relatie kunnen er ook bepaalde gedragspatronen boven komen drijven. Dan denk ik aan het verschil tussen ochtend – en avondmensen, de verdeling van huishoudelijke taken, de invulling van de vrije tijd. Knelpunten te over. Irritaties over deze aspecten zijn oneindig veel moeilijker in een gesprek op te lossen. Wat denken jullie over de contacten, die beide “geliefden” nog koesteren met mensen uit hun verleden, gesteld dat zij daarmee ooit een liefdesband hadden?
Wie heeft in een relatie behoorlijk te kampen gehad met irritaties (ik zou bijna vragen: Wie niet?). Ben je er - (zijn jullie er samen) uitgekomen?
De jongleur
Ik benijd andere mensen wel eens om hun geregelde leven, de vanzelfsprekendheden van de dagelijkse omgang met elkaar. Met feestdagen word ik daar extra met de neus op gedrukt. Voor mij is dat allemaal niet zo vanzelfsprekend, ik moet er dubbel zoveel energie in steken om contacten te onderhouden en niet alleen dat, de verschillende wensen en verwachtingen moeten ook nog in goede banen worden geleid. Ik voel me wat dat betreft wel eens een jongleur, maar dan met een netwerkje van contacten om in de lucht te houden. Een dynamisch geheel zogezegd, het leven is niet zo duidelijk uitgestippeld als toen ik, lang geleden, nog een doorsnee gezinshoofd was. Maar goed, als dat vooralsnog de realiteit is, hoe erg is het dan helemaal om een jongleur te zijn? Niet zo erg toch? Wie wilde er nou als kind geen jongleur zijn. Fascinerend hoe zo’n artiest tien ballen hoog kon houden – ondertussen ook nog fietsend op een eenwieler. Zelf ben ik niet verder gekomen dan drie, en aan die eenwieler ben ik sowieso niet begonnen. Maar als alleenstaande oudere man ben ik in de herkansing!
Een jongleur in contacten moet voortdurend op zijn tellen passen, het vergt wat oefening. Dat is inspannend, maar daar staat wel wat tegenover. Geen sleur, geen soesa. Een leven met ups en downs tegenover een leven met (meer) vastigheid en zekerheden. En het is ook niet erg als het eens fout gaat, daar leer je weer van. Laatst was ik op een familiereunie, allemaal tevreden gesettelde stelletjes: is dat nou waar ik naar uitkijk? Eh ja toch wel eigenlijk, samen is de norm en dat trekt ook. Het is een dubbel gevoel (en zij hebben dat dus net zo van de andere kant, sommigen tenminste…). Ik merk het wel eens als ik iemand ontmoet als date. Dat iemand zich eigenlijk op dat moment pas realiseert dat er twee kanten aan zitten, een soort schrikreactie. Is er een middenweg? Jongleurs onder elkaar, dat werkt het beste, zo lijkt het. Je ziet het plaatje voor je: twee mensen die balletjes in de lucht houden terwijl ze elkaar die ook toespelen. Spannend, leuk om te zien, leuk om te doen.
De onzekerheid van het jongleren heeft iets avontuurlijks, het houdt je alert, je krijgt er energie van. Je moet moeite doen om er wat van te maken. Maar daardoor weet je de mensen die je ontmoet, de dingen die je onderneemt, ook des te meer te waarderen. Het heeft ook iets met vrijheid en creativiteit te maken. En er is een bonus: wat je vindt is vaak niet datgeen waar je naar op zoek was. Dat vind ik zelf nog wel het mooiste. Zo, en nu ga ik lekker op vakantie. Ik heb wel een en ander voorbereid, maar ongetwijfeld zullen er ook wel weer de nodige verrassingen zijn. Van het leuke soort hopelijk.
Durf jij te zeggen dat je ergens geen zin in hebt?
Of iemand dat echt zomaar durft te zeggen? Veel mensen vinden dat moeilijk. Een beproefde manier is om de boot af te houden of... niet zo enthousiast op de vraag reageren. Vervolgens maar hopen dat de hint begrepen wordt.
Bij een baan waar je geen voldoening meer in vindt, zijn er meerdere dingen die je kunt doen 1) De rotklussen laten liggen voor een ander, 2) Lang met privézaken bezig zijn in de tijd van je baas. 3) Veel minder werk verrichten dan er van je verwacht wordt. 4) In het uiterste geval jezelf ziek melden. Alles is beter dan aan je collega's of baas toe te geven dat je uitgekeken bent op deze baan en eigenlijk iets anders wilt.
Bij relaties gaat het meestal geleidelijker. 1) Niet meer met leuke plannetjes komen. 2) Romantische gebaren naar de partner drogen op. 3) Minder naar de ander toe willen gaan dan voorheen 4) Het libido zakt af. Dat kan je laten merken door aanzienlijk meer tv te gaan kijken in zijn gezelschap. Hij kan zoiets ook aan jou laten zien door in slaap te vallen als je samen naar een romantische film kijkt. Zij reageert door zich niet meer op te doffen als hij op bezoek komt. Die mooie jurk niet meer aan te trekken voor hem. Dat sexy setje ondergoed komt opeens ook niet meer uit de kast,
Ze kan net doen of ze al slaapt, als hij haar met een kus welterusten wil wensen. De kat of hond ligt al prominent op het dekbed, terwijl hij nog in bed moet stappen. Zijn onderbuik gevoel zal hem ongetwijfeld waarschuwen dat haar behoefte aan intimiteit (bijna) weg is. Toch durft menig man er niks van te zeggen, uit angst voor ruzie. Of hij is bang om een stroom verwijten terug te krijgen. Door dit soort dingen niet te bespreken, ga je uit elkaar groeien.
Er zijn meer signalen waaraan je kunt zien dat de relatie niet jofel meer is : niet meer met hem mee willen op familiebezoek. Geen zin meer hebben om bij zijn wedstrijden te gaan kijken, wat je voorheen wel vaak deed. Zeg dan gewoon dat je liever thuis blijft of... iets anders wil doen. Als je dit rustig kenbaar maakt, geeft dat lucht in de relatie en hopelijk wat meer vrijheid. Als je beiden bereid bent om wat dingen aan te passen, kan het de relatie ook een nieuwe boost geven...