Afreageren en verwerken na een blauwtje
maandag 26 februari 2024
Ik val met de deur in huis: Niet zo lang geleden had ik een in eerste instantie hoopvolle date-ervaring. Op zich was het dus een leuke ontmoeting. De volgende dag zouden we elkaar weer ergens ontmoeten om te dansen, door het slechte weer vroeg ik het uit te stellen. Dit liep anders; zij ging wel met een vriendin naar de dansplek, maar tegelijk bekende ze dat haar ex-vriend weer contact gezocht had. Dus: Oude liefde roest niet. Ook gaf ze aan, dat ze met mij geen klik had. Ik had daags tevoren en naar ik dacht zij ook wel een klik ervaren. Of hierom het contact stopte durf ik te betwijfelen. Verdere details laat ik achterwege omwille van de privacy van de betrokkene.
Omdat velen hier met tegenvallende dates te maken hebben of nog krijgen gaat het er om, hoe je daarmee omgaat. Zitten kniezen, is dat een juist verwerkingsproces?
Het verwerken van het verlies van een partner heeft natuurlijk een heel andere en intensere impact, dat ben ik mij zeker bewust. Dat kun je niet vergelijken met een blauwtje, dat velen die aan online daten doen zullen hebben opgelopen. Ook als een partner van het ene op het andere moment met de noorderzon vertrekt heeft dat veel meer gevolgen.
Toch is voor alle gevallen, waarin er sprake van een contactbreuk is het Franse spreekwoord van toepassing: “Partir c’est mourir un peu”, steeds als je afscheid neemt sterf je een beetje.
Ik schrijf deze ervaringen vaak van mij af. Papier is geduldig, tegenwoordig zijn het hoe langer en meer tekstbestanden in Word, en die kun je naar gelieven aanpassen of wegdoen. Als je het geschrevene ook nog kunt en wilt delen met intimi of (maar dan wel geanonimiseerd) met lezers van een blog raak je tenminste een deel kwijt van dat, waardoor je gefrustreerd bent geraakt.
Andere optie is een frisse neus halen, en zo ontsnappen aan de kans dat je je begraaft in je ongenoegen over het afbreken van het contact. Het is nooit goed om te zwijmelen in negativiteit, dat gaat zich ophopen en op een gegeven moment zoekt het naar een uitweg, een ontlading waar jij zelf sowieso maar ook jouw omgeving niet op zit te wachten.
Weer een andere mogelijkheid: Zoek mensen op, waar je vertrouwd mee bent. Maar ga dan niet direct al je kommer en kwel aan hen vertellen. Vraag eerst hoe het met hen gaat, wat zij beleefd hebben. Vaak gebeurt het, dat je vanuit hun belevenissen iets aangereikt krijgt om jouw narigheid te relativeren.
Of je gaat gewoon wat gezelligs doen. Er is in jouw dorp of stad vast wel een evenement, dat je uit het dal haalt. Zet thuis een mooi muziekje op, maak een dansje in de kamer. Of loop de tv gids even door en kijk wat er op de buis is. Er zijn dus legio opties om jouw narigheid te vergeten. Alleen, jij moet de eerste stap zetten.
Is het doen van een poging een ander contact te vinden ook zo’n optie? Dan lijkt het op relatiehoppen. Okay, ik beken dat ik zelf niet lang blijf treuren na het mislukken van een date. Zou het zo kunnen zijn, dat iedereen hier emotioneel weer anders in zit? Dan denk ik aan het kinderliedje Joepie Joepie is gekomen, heeft mijn meisje weggehaald, maar ik zou er niet om treuren, gauw een ander weer gehaald. Voor kinderen werkt het wellicht wel zo, maar klopt het ook voor ouderen?
Misschien moet ik en moeten allen, die een blauwtje oplopen dit wat luchtiger opvatten. Zou het liggen aan iemands karakter, hoe hij / zij reageert op het stoppen van een pril contact? Kan het ook zo zijn, dat je na verschillende keren je hoofd te hebben gestoten een beetje murw wordt? En ja, last but not least, ik en iedereen die hetzelfde meemaakt / meegemaakt heeft moet natuurlijk ook steeds letterlijk en figuurlijk in de spiegel kijken. Dat kan confronterend zijn, zeker…. Hoe een ander tegen mij – tegen jou aankijkt is lastig in te schatten.
geplaatst door Aktivo1 - 2064 keer gelezen
Vorige berichten
Gastblog: LACHEN OM TAALFOUTEN
Bij het profiel dat jullie voor deze datingsite hebben gevuld, bestaat de mogelijkheid om via het interview, vragen te beantwoorden. Een van die vragen is 'Waar lach je het hardst om?'
Voor mij zijn dat taalfouten. In de serie Gooische Vrouwen zitten er wat mooie exemplaren van verstopt. Bewust gedaan natuurlijk om die kakkers op hun nummer te zetten. Héérlijk! Zo heeft tante Cor het over sieraden die 'een astronautisch groot bedrag kosten'. En als Martin Morero ziet dat een nieuw hondje overal in huis pist zegt hij 'dat beest is nog hartstikke intercontinentaal'. Ik lig dan dubbel! Ook wanneer spreekwoorden of gezegdes verkeerd worden uitgesproken. 'Dat kost handenvol met klauwen. En iemand doodgooien met een blije mus!'
Eind jaren 70 begon ik mijn werkzame leven als sociaal bijstandsambtenaar in de gemeente Den Haag. Na de interne opleiding werd ik gelijk voor de leeuwen geworpen! Ik mocht beginnen op een wijkkantoor waar de bewoners van de Schilderswijk en Stationsbuurt kwamen. Veelal ras-Hagenezen met een nogal directe communicatie in plat Haags. En soms bijzondere- of lachwekkende versprekingen.
Zo herinner ik mij een forse vrouw die wat aan de lijn wilde doen en daarom een 2e hands 'homo-trainer' had gekocht. En een Haagse Harry in trainingspak die geen geld kon opnemen omdat hij zijn 'pin-up code' was vergeten.
Net zo leuk (of leuker) vind ik het wanneer mensen dat op schrift stellen. Brieven aan de gemeente, geschreven met 'het hart op de tong'. Vaak moest ik daar eerst onbedaarlijk om lachen alvorens ik de uitgesproken (soms overdreven) nood begreep en daarop acteerde.
Ik ben al die eerlijke en heerlijke zinnen vergeten. Maar een oudere collega bij het toenmalige Gemeentelijke Bureau Volkshuisvesting heeft er ooit een anoniem lijstje van bij gehouden. Ze gingen vaak over wensen en klachten van huurders met betrekking tot hun woning. Bij het opruimen van de zolder vond ik laatst zijn gedateerde bloemlezing terug. Zoveel jaren later kan ik er toch nog om lachen. Deze selectie wil ik jullie dus niet onthouden.
• Mijn 15 jarige zoon slaapt noodgedwongen bij zijn 13 jarige tweelingzus in de kamer.
• Mag ik ruilen met mijn overbuurman, daar die man weduwe is en geen kinderen heeft.
• Ik vraag niet om een woning, want die heb ik al. Daarom vraag ik om een andere woning.
• De hond van de buren blaft de hele avond en met de kat is hetzelfde geval.
• Het vijfde kind is op komst en staat voor de deur.
• Ik zit uit nood in een onverklaarbare woning.
• Mijn man loopt met bromgieters en mijn borsten piepen ook al.
• Ik moet elke dag bevallen, zodoende wordt mijn woning te klein.
• Van de ene kant is mijn vrouw in verwachting en van de andere kant regent het in.
• Ruim zes jaar ben ik getrouwd met een kind van twee jaar.
• De woning is te klein. Ik krijg er ieder jaar een kind bij meneer de Burgemeester... Daar moet u toch wat aan doen!
• Wilt u eens in mijn bovenkamer kijken? Die zit vol met ongedierte.
• Ik lig al twee jaar op bed met Igias. Ik hoop dat ik het goed schrijf, anders denkt u dat het een Poolse violist is.
• Wilt u het zaakje van mijn buurman eens goed onderzoeken want er zit een luchtje aan.
• Het vocht dringt door de vloer van de slaapkamer van mijn oude moeder die helemaal beschimmeld en verrot is.
• Ik doe al twee jaar een hoop op de kachel, dat gaat nu niet langer.
• Aangezien mijn vrouw vannacht een jongeheer heeft gekregen is mijn huis nu te klein geworden.
• Er is geen plaats om de was te drogen. Mijn vrouw zit al tien dagen met d'r ondergoed omhoog maar er is nog niemand komen kijken.
Dit gastblog is geschreven door Flair
Over thuiskomen
Een droom. Ik sta voor een zaaltje vol vrolijke mensen, het zaaltje waar ik een lezing zal gaan houden over mijn Drentse afkomst, mijn thuisgrond die totaal niet aanvoelt als thuisgrond. Op het papier in mijn hand staat een rijtje steekwoorden, in het handschrift van mijn Rotterdamse vader. Het is een verfrommeld stukje bruin pakpapier. Ik kijk vol vertrouwen het zaaltje rond: ook hier zal zo’n man zitten die na mijn eerste zes zinnen het woord neemt en mij uitlegt wat ik heb gezegd, en wat ik zal gaan zeggen. Het komt wel goed. Naast mij staat een leraar, mentor, presentator, organisator, geldschieter of wat zijn rol hier dan ook is. Hij kijkt op mijn briefje en lacht naar me - wat ik opvat als het sein om te beginnen. Prompt vormen de vrolijke mensen groepjes om mijn woorden alvast te bespreken. Tevreden ga ik de kat eten geven: zelfgebakken zandkoekjes. Ze zijn een beetje nat geworden, die koekjes.
Hij had een vakantiereis naar Indonesië geboekt, vertelde mijn medewandelaar - en ik vroeg mij plotseling bezorgd af hoe de komende kilometers zouden verlopen. Hij is een leuke, slimme vent. Ooit heeft zich ergens in mijn hoofd het idee genesteld dat leuke, slimme mannen te weldenkend zijn om nog met het vliegtuig op vakantie te gaan. ‘Heb je een speciale reden om juist naar Indonesië te willen’, vraag ik voor alle zekerheid. Ik ben tenslotte ook twee keer heen en weer met het vliegtuig naar New York geweest, omdat mijn dochter daar woonde met haar gezin. Zijn grootouders blijken in Indonesië gewoond te hebben, in dienst van de overheerser. Zijn moeder is daar geboren. Hij wilde onderzoeken of daar zijn, thuiskomen zou betekenen. Hm, twijfelgeval. We worden het eens, de leuke, slimme man en ik: Vliegvakanties kunnen echt niet meer, niemand zou nog met het vliegtuig op vakantie moeten gaan, echt niemand. Alleen die ene aardige vriend, die mag wel. Omdat je hem het plezier zo gunt.
Ik heb mijn pumps verplaatst. Lagen ze eerst in een plastic krat in de schuur, nu liggen ze in de kledingcontainer. ‘Geen afval inwerpen’, staat er op die container. Gelukkig maar, het zijn immers best deftige pumps: soepel, bruin leer, zolen van zwart rubber. Mijn pumps vies laten worden van het afval, zou onverdraaglijk zijn. En ach, zo zonder pumps kan ik altijd nog op sneakers trouwen. Wat ik makkelijk kan beloven. Ooit heb ik beloofd dat ik mijn knalblauwe hardloopschoenen zou dragen op een beslist deftig, besloten korenfestival. Mijn jurk was halflang, getailleerd en van zware, glanzend donkerblauwe stof. En dan die schoenen! Ach, ik had toen al kunnen weten dat ik nooit meer pumps zou dragen. En ik wil ook helemaal niet trouwen, ik wil thuiskomen.
Thuiskomen, uiteindelijk thuiskomen: Weten dat jij het bent voor wie ik al die tijd mijn stukjes heb geschreven.
Kom je zondag ook weer?
Spontane ontmoetingen met een onbekende hebben voordelen boven een date via een datingsite, nadeel is wel, dat je voordien vrijwel niets van de ander weet. Omdat je vanuit je luie stoel kunt lezen, wat iemand bezig houdt en wat zijn of haar achtergronden zijn. Ik vraag me af welke vorm het meeste kans biedt op een geslaagd oftewel duurzaam contact.
Ook is het mogelijk dat je spontaan iemand ontmoet, die je wel oppervlakkig of al heel goed kent, en dat die ontmoeting resulteert in iets moois.
Eind februari dit jaar was ik een kleine week druk met het bezorgen van folders over de verkiezingen voor de nieuwe gemeenteraad van mijn stad. Omdat ik dit jaar zelf als lijstduwer ook op een kandidatenlijst sta en er op een van beide folders ook foto’s van mij staan was ik extra gemotiveerd om een paar duizend folders in die brievenbussen te doen, waar geen nee - nee of nee – ja stickers op geplakt waren. Tijdens die actie ontmoet ik af en toe ook bijzondere mensen.
Voor mij staat een vrouw – vrij klein van stuk, ik zou er zo over heen kijken – en kijkt mij aan. “Kom je zondag ook weer in Amsterdam dansen?” Opeens herinnerde ik mij haar, en ik vinkte in gedachten mijn agenda af. “Jazeker, ik kom!” Bijzonder dat ze zo dicht bij mij in mijn stadsdeel woont, en haar tot nu toe nooit onderweg ben tegen gekomen.
Een halve week later zag ik haar binnenkomen, we hebben en paar keer een dansje gemaakt. Hoewel zij met haar auto was gekomen en ik met het OV heb ik er niet op aangestuurd om een lift te krijgen. Dat zou er te dik bovenop liggen, alleen als ze dat had aangeboden had ik daar dankbaar gebruik van gemaakt.
Ik ben niet iemand die wanneer hij onderweg iemand tegenkomt “urenlang” aan de praat blijft. Liever druk ik mijn gevoelens uit op papier of via de mail. Niettemin heeft zo’n gesprekje mij een fijn gevoel. Ook als iemand mij zomaar op straat groet of bedankt, dat ik hem of haar voorliet gaan bij het passeren op een smalle stoep is een opsteker voor mijn humeur.
Bij de “spontane” ontmoetingen met mensen uit mijn eigen omgeving – eigenlijk bedoel ik daarmee elke ontmoeting met uitzondering van die, die via een datingsite tot stand kwamen – besef ik mij goed, dat ik van velen weinig afweet, hoewel ze al in mijn “inner circle” verkeren. Zeker als mijn gesprekspartner en ik in een groter gezelschap verkeren ga ik niet snel de diepte in. Gevaar is dan dat er meeluisteraars zijn en in het ergste geval dat die zich met ons gesprek bemoeien.
Het valt mij wel op dat spontane ontmoetingen in deze leeftijdsfase minder frequent voorkomen. Of zou er een verschil zijn tussen het wonen in een stad of een dorp of tussen de regio waar we wonen? Hebben mensen op het platteland nog meer aandacht voor elkaar dan stedelingen? Mogelijk ligt het juist aan het karakter, sommigen zullen wat gemakkelijker iemand zomaar aanspreken dan mensen, die zich in het openbaar niet zo gemakkelijk spontaan uiten.
Wellicht is voor die laatste categorie daten via internet dé weg naar een serieuze relatie.
Overigens heeft het contact met het danseresje uit mijn eigen woonomgeving geen vervolg gekregen. Soms denk je dat het geluk binnen handbereik ligt, maar dat is doorgaans “wishful thinking”. Dat betekent dat je dingen graag ziet zoals je hoopt dat ze zijn, in plaats van hoe ze écht zijn. En een ultra korte woonafstand is op zich genomen dus geen garantie voor een duurzaam contact.