Single zijn, leuk of niet?
maandag 12 februari 2024
Single zijn komt met voors en tegens.
Door de jaren heen heb ik vaak van mensen die al lange tijd vrijgezel zijn gehoord dat ze het wel goed vinden zo. Ze hebben geen zin of behoefte meer aan een relatie.
Hoe dat dieper zit, weet ik niet. Ik bedoel, dat kan natuurlijk gewoon oprecht zo zijn als je als single een rijk leven hebt met vrienden, hobbies, werk, familie. Maar mogelijk zijn er ook bij wie er toch een stuk teleurstelling en angst weer gekwetst te worden achter zit. Niets is zwart-wit tenslotte.
Ook heb kom je vaak tegen dat mensen nog wel een relatie willen, maar niet meer willen samenwonen.
Een pré van single zijn is geen rekening hoeven te houden met wat de ander wil of nodig heeft. Je kunt doen en laten waar je zin in hebt. Een stukje vrijheid. Die vrijheid is vaak een reden om niet in een vaste relatie te willen gaan. Het vaakst heb ik dat van mannen gezien, maar er zijn ook vrouwen voor wie dat een groot punt is.
Zelf snap ik dat dan niet, want je kunt ook in een vaste relatie vrijheid hebben. Ik heb zelf behoorlijk wat persoonlijke vrijheid nodig, als een partner dat niet weet te geven of er moeite mee heeft, voel ik me niet prettig.
Maar ik weet uit ervaring dat het gewoon kan. Je moet dan beide een evenredige behoefte aan persoonlijke vrijheid hebben.
Anderzijds is een nadeel van single zijn dat je alles zelf moet doen en overal alleen voorstaat. Je hebt geen sparringspartner om eventjes bij te ventileren en desgewenst feedback te krijgen die je net een ander perspectief geeft zodat je weer door kunt. Je mist intimiteit, aanraking, liefde, steun, samen lachen en genieten. Yep, kun je op zich met anderen, maar dat is niet hetzelfde als met je partner!
En natuurlijk zijn er de praktische dingen.
Bij mij is het eerste waar ik dan aan denk eten koken en eten. Ik hou niet van eten koken, wel van lekker eten, maar in je eentje eten is toch ook weer niet zo leuk als samen.
Met een partner vind ik het ineens leuker te koken, je kunt het koken afwisselen, maar het ook samen doen. En daarna natuurlijk gezellig samen eten!
Een ander iets is samen slapen en wakker worden. Fijn tegen iemand aan kunnen kruipen in bed, een arm om je heen, een zoen voor je dromenland bezoekt, en naast elkaar weer wakker worden. Of misschien wel van de geur van verse koffie die je partner al heeft gezet. Heerlijk!
Ergens naar toe gaan, is ook iets wat je makkelijker doet met een partner. En al doe je misschien dingen met vriend/innen, wat niet onbelangrijk is, is het toch anders om samen met je partner erop uit te trekken.
Hand in hand, een blik, een zoen of streling, maakt het nog extra fijn. Het heeft een intiemer aspect.
Andere praktische dingen zijn klusjes en onderhoud in en om huis. Ik kan op zich veel, maar ik heb niet de kracht die een gemiddelde man heeft. Een man kan doorgaans met 1 hand een boormachine vasthouden en heeft dan de andere vrij. Ik kan dat echter niet, heb 2 handen nodig om de Makita vast te houden, en dan heb ik vaak een hand tekort.
Da’s dan slechts één voorbeeld van “Bob de Bouwer” toestanden. Ik wens dan toch echt dat ik een man had in mijn leven! Niet in de zin van “ik heb een klusser nodig”, maar omdat het gewoon heerlijk voelt om iemand te hebben die je helpt. Iemand die doorgaans uit zichzelf de “Bob de Bouwer” klusjes doet en dat leuk vindt. Hoef je daar niet meer aan te denken.
Een ander ding wat ik wel eens heb gemerkt, is dat veel mannen het niet leuk vinden als je niet zo van alcohol houdt. Bij sommigen ben je al geen optie meer als je niet drinkt.
Ik hou echter niet van alcohol, als single drink ik het zelden of nooit. Heb je een man in je leven, dan ineens is dat een ding.
Andersom vind ik het niet prettig als een man (vrij) veel drinkt en/of regelmatig.
Nou zijn dat dingen die niet onoverkomelijk zijn. Als het wederzijds goed zit, zou je daar toch aan uit moeten komen.
Maar er is één ding wat ik altijd heel vervelend heb gevonden en wat me ook dwars in de strot steekt: de behoefte van mannen om x-rated films te kijken.
Daar kan ik dus finaal niets mee en ik heb ook weinig zin om daarin een compromis te sluiten.
Als ik eraan denk dat het hebben van een man in je leven automatisch inhoudt dat het ook weer dat soort films met zich meebrengt, dan haak ik inwendig al bijna finaal af. Zó stuit het me tegen de borst.
Dat vind ik één van de grootste voordelen van single zijn: niet die x-rated films in mijn leven. Heerlijk!
Ik heb geen enkel probleem met intimiteit en seks -met de man waar ik van hou- maar ik geen behoefte aan die films.
Desalniettemin hoop ik die ene leuke kerel tegen te komen. Single zijn is niet persé erg, voor sommigen heeft het mogelijk zelfs de voorkeur, maar ik wil niet alleen blijven. Ik heb liever een man aan mijn zijde!
Ik denk dat single zijn op een gegeven moment een soort gewenning wordt, stukje berusting van “het is nu eenmaal zo”. Feitelijk een soort “laat maar zitten” gevoel.
Misschien is het –om te voorkomen dat je je zo gaat voelen- wel een goede om er eens over na te denken waarom je nou een man of vrouw aan je zijde wilt.
Ik ben benieuwd naar hoe jullie er in staan!
Heb je echt ruimte in je leven voor een partner? Heb je nog hoop of heb je de moed stiekem opgegeven?
Hoe ervaar je -als je héél eerlijk bent- het single zijn?
Als je iets mist, wat dan?
Voel je je ooit wel eens eenzaam?
Of sta je er helemaal positief in, overtuigd dat je hem/haar gaat vinden? Ga je er ook helemaal voor om die ander te kunnen vinden?
geplaatst door Roosje - 1322 keer gelezen
Vorige berichten
Het leugenbankje en de Schrijver
Het leugenbankje en de Schrijver
Bijna iedereen kent het wel, een plek in het dorp waar senioren/gepensioneerden samenkomen om het laatste nieuws, of de dag door te nemen. Meestal zijn het mannen. Weduwnaars, of mannen die hun echtgenote tevens de vrijheid gunnen om haar eigen ding te doen. Tenminste, dat idee hoop ik dan maar. Want na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd breekt er voor beiden een andere levensfase aan. Een nieuwe invulling geven aan het leven en in de relatie. Dat is voor sommige relaties vaak even wennen en vergt opnieuw aanpassingen.
Vlakbij het plein in het dorp waar ik dikwijls naar de Supermarkt ga, staan twee bankjes in een driehoek. Iedere keer wanneer ik naar het plein loop, kom k er langs. Vaak zijn beide bankjes bezet. Sinds een jaar schuif ik weleens bij hen aan. De namen weet ik niet, maar in gedachten noem ik een man met altijd een pet op en doorgaans verhalen over zijn schip verteld ‘de schipper’, een man met een stropdas om ‘directeur’, een immer alles uitleggende man, intellectueel’, een man met zijn haar in een paardenstaart , hippie’, en de man met een blocnote ‘schrijver’.
Een jaar geleden in Mei, de zon scheen, het was een heerlijke temperatuur, waarop ik bij het passeren tegen de mannen op de bankjes de geijkte opmerking over het weer maakte: ‘Lekker hè hier in het zonnetje’. De aanleiding voor een praatje was geboren en ik ging op een hoek zitten naast een man die zat te schrijven. Stilzwijgend zat hij naast mij, terwijl de gesprekken gewoon doorgingen. Het intrigeerde mij. Op mijn vraag waarom hij schreef, was zijn antwoord: “Ik hou van schrijven, maar ook van een verhaal maken. Niet alleen wil luisteren, maar ook omdat ik wil begrijpen. Wil aanvoelen en verstaan en het waarom de verhalen en meningen geuit worden.” Ik dacht hem te begrijpen. Ik legde het hem uit in mijn eigen woorden. “Doordat je gedachten omgezet worden in uitgesproken woorden geef je het vorm. Vaak ook voor jezelf. En door het op te schrijven in eigen woorden, wordt het een blijvende herinnering in een eigen verhaal met het begrip en het waarom men dit aan elkaar vertelt.”
“De waarheid zit niet in wat men zegt, maar waarom men het zegt.” De schrijver.
Vanmorgen liep ik langs de vijver voor het Gemeentehuis. Zoals wel vaker het geval is, zaten er nu ook een aantal mannen te vissen. Alleen mannen. Vrouwen heb ik er nog nooit gezien. En toch zullen er wel dames zijn, die van deze volkssport genieten. Een sport waarvoor je eindeloos geduld moet hebben. Soms vraag ik weleens, of er al wat gevangen is. Waarop dikwijls het antwoord volgt van “Nee, nog niet!” Laatst kwam ik in de vroege morgen een jonge knul tegen op het Schelpenpad langs de Vliet. Hij duwde een volgeladen kar voort waarop allerlei benodigdheden om te vissen. Hij vertelde dat hij de nacht had doorgebracht langs het water en nu naar huis ging om te slapen.
Zo ongeveer veertien dagen geleden wandelde ik langs dezelfde vijver en zag een ganzenechtpaar met maar liefst elf kuikentjes. Vanmorgen was het ouderpaar luidruchtig aanwezig, mede door de bedrijvigheid rond het water. Behoed maar eens elf jonge gansjes voor gevaar en houdt ze bij elkaar. Leuk om dit schouwspel op een afstand te volgen. “I love it.” En ja het Engels wordt steeds meer verweven in onze taal. Zelf vind ik het soms ook leuker klinken, of soms beter in uit te drukken. En natuurlijk door films en muziek wordt een andere taal ook vertrouwder. Toen mijn vriend in onze verkeringstijd terugkwam van een reis uit Noorwegen zei hij: “Jeg elsker dig.” Ik hou van jou. Net zoals ‘I love you en ‘Je t’aime’ vind ik het in een andere taal toch leuker klinken. Vooral in het Frans klinkt het wat lieflijker. Frans wordt niet voor niets de taal der liefde genoemd. En misschien klinkt in de moedertaal ‘ik hou van jou’ minder magisch. Wanneer wordt gezegd bijvoorbeeld: ‘Ik vind je lief’, dan klinkt het toch wat speelser en niet zo hard.
Of zoals een quote in Het Frans:
Chaque jour je t’aime davantage, aujourdhui plus qu’hier, et bien moins que demain
Elke dag hou ik meer van je, vandaag meer dan gisteren en heel wat minder dan morgen.
Rosemonde Gerard
Liefs,
Monique
Klein( e ) kinderen worden groot
Op twee kasten in mijn huis staan fotolijstjes met prentjes van mijn zoon en schoondochter en hun kinderen. Maar de meeste foto’s vind ik terug in een aantal fotoalbums. Ik zie hen in allerlei levensfasen, vandaag trof ik ook de geboortekaartjes in de albums aan.
Ik ben gezegend met een intelligente nazaat. Zijn drie kinderen zijn heel verschillend. In de gesprekken bij hem thuis merk ik, hoe anders het leven van mijn kleinkinderen is als dat met mijn eigen jeugd vergelijk. Zowel de vaardigheden die ze op de middelbare school leren als de manier, waarop ze hun vrije tijd besteden verschillen hemelsbreed van wat ik pakweg zestig jaar eerder meemaakte.
De relatie tussen kinderen, kleinkinderen en hun ouders respectievelijk grootouders is weer individueel verschillend. Elk huisje heeft zijn kruisje.
Ik vraag mij hoe langer hoe meer af, hoeveel bemoeienis een grootouder kan hebben met het leven van de kleinkinderen. Wanneer die kleinkinderen zelf hun vriendschappen tot een relatie promoveren komt het voor, dat de grootouders daar weer anders tegen aan kijken dan de ouders, die er veel directer bij betrokken zijn.
Welke plaats nemen grootouders in in het leven van hun kleinkinderen? Ikzelf vind het nog wel zo relaxt om mij enkel aan de zijlijn met het gezin van mijn zoon te bemoeien
Als grootouder moet ik mij goed beseffen, dat relaties zestig jaar geleden qua inhoud heel verschillend zijn. Het woord “latten” was toen nog niet uitgevonden, er werd veel minder vaak gescheiden en samenwonen zonder boterbriefje noemde men hokken. Die term is in onbruik geraakt sinds de invoering van het geregistreerd partnerschap.
Toch gaat er wel wat door je heen, als jouw kleinkind kiest voor een invulling van zijn of haar leven, waarover jij nooit had durven denken.
Welke hulp kan en mag je geven als grootouder en als ouder van oudere kinderen? Ik hoor dat tegenwoordig financiële steun wijd en zijd geaccepteerd is om te voorkomen, dat jonge mensen onder de armoedegrens belanden. Maar andersom kan het ook gebeuren, dat kinderen goed “geboerd” hebben en hun financiële positie een eenmalige of regelmatige donatie aan hun ouders niet in de weg staat. Onlangs zag ik, dat een zoon, die goed in zijn slappe was zit zijn moeder maandelijks een paar honderd euro schenkt.
Toch zal het vaker voorkomen, dat ouders hun kinderen nadat ze uitgevlogen zijn een geldelijk steuntje in de rug geven. Daar zitten wel wat risico’s aan vast. Als er meer kinderen zijn dreigt het gevaar, dat het ene kind meer gesteund wordt dan het andere. Ik heb ontdekt, dat er tegenwoordig vaak om geldelijke steun wordt gevraagd door kinderen vanwege andere eisen die het leven, de maatschappij stellen. In de jaren ’50 en ’60 bestonden veel dingen niet, die nu niet meer weg te denken zijn uit de wereld om ons heen. Communicatiemiddelen, de tv (die toen nog maar in opkomst was) de mobiliteit, meer recreatiemiddelen.
Als mijn kleinkinderen in de wereld van mijn kinderjaren maar een dag zouden moeten leven zouden ze zich niet alleen in hoge mate verbazen maar zich al gauw heel ongelukkig voelen, door alles wat ze missen in vergelijking met hun leventje in de 21e eeuw.
Zijn we in onze welvaartsontwikkeling en consumptiedrang (te) ver doorgeschoten?
Dezelfde eisen zijn nu ook te zien als we een relatie willen starten. Wie met weinig luxe weet te leven wordt vaak met de nek aangekeken. Als je relatief eenvoudig leeft scoor je maar matig op de relatiemarkt. Mijn kleinkinderen zullen als ze een partner willen ontmoeten met wat anders moeten komen aanzetten als ik, in de tijd dat ik op vrijersvoeten ging. Of is dat een verkeerde voorspelling?
.
Binnen of buiten de lijntjes blijven?
Tja, het heeft allebei wel iets. Er mag best een beetje reuring zijn in mijn leven, anders wordt het wel erg saai. Maar wat als die charmante man een rokkenjager blijkt te zijn en absoluut geen relatietype? Ga ik dan de strijd aan met de concurrentie of denk ik : het was leuk zo lang hij mij het hof maakte, maar nu hij meer interesse toont in andere vrouwen is het wat mij betreft over?
Een belangrijke factor die ik vroeger niet had, zoals getrouwd zijn, later wel gescheiden, maar met kleine kinderen die ik nog groot moest brengen, hield me dat vanzelf wel in toom. Ik ben nu allang onafhankelijk van welke man dan ook, zowel financieel als wat betreft mijn woning. Maar dat is puur de materiële kant, hoe zit het met mijn diepere gevoelens? Het is uiteraard niet leuk als hij eerst alles uit de kast heeft gehaald om me te veroveren, om dan, als hij me al een paar maanden als zijn vaste vriendin heeft, hij opeens zijn aandacht gaat verleggen naar andere vrouwen.
In het begin dacht ik, nou ja, ik heb ook nog een paar goede vrienden van vroeger die ik af en toe zie, dat moet hij met zijn oude vriendinnen dan ook kunnen. Maar opeens ontmoette hij die niet meer, zoals ik ook voor hem deed, op een doordeweekse dag, maar sloeg hij zomaar een heel weekend over. Dan gaat er toch een bel rinkelen, dat dit niet klopt. Hij is allang met vervroegd pensioen, dus dat hoefde echt niet zo te gaan. De weekends waren op een enkele afspraak met zijn kinderen na, steeds voor ons samen geweest. Ik wilde dat eens rustig met hem bespreken.
Op mijn vraag wat er veranderd was, zei hij dit : hij wist ook niet hoe dat zo kwam, het lag echt niet aan mij, maar hij werd de laatste weken erg onrustig. Elk weekend bij elkaar zijn vond hij toch teveel. Bij nader inzien wilde hij liever zijn vrijheid weer terug. Dat deed best zeer, want we hadden de relatie rustig en serieus opgebouwd, dus ik had dit absoluut niet verwacht. Dit speelde zich weliswaar jaren geleden af, maar het heeft me wel geleerd om beter op te letten.
Als ik nu in een profiel lees dat een leuke man een veelzijdige vrouw zoekt die hem steeds positief weet te verrassen, denk ik toch onwillekeurig : klinkt goed, maar wat als de nieuwigheid eraf is? Bovendien ben ik nu een stuk ouder en hoef ik niet steeds nieuwe avonturen te beleven. Er zit toch een aanmerkelijk verschil tussen tussen 50+ en 70+. Niet alleen in fysiek opzicht, ook in geestelijk opzicht. Gelukkig zijn er op deze datingsite nog genoeg mannen van mijn ongeveer mijn eigen leeftijd, die er ook zo over denken...