Acht seconden
woensdag 3 april 2024
Op een dag schrijf ik hier mijn ultieme blog. Het blog dat al mijn andere blogs overbodig maakt, het enige blog van mij dat hier zal achterblijven. Een blog zonder woorden, een blog van louter licht. Licht dat de werkelijkheid is, mijn werkelijkheid. Tot die dag oefen ik mij in het schrijven over licht en donker. Tot die dag scharrel ik hier wat rond...
‘...Want als je wil dat ze jou uit de rekken halen moet je avontuur en liefdadigheid uitstralen…’
(uit: Supermarkt Tinder, Delta, CBK Poetry Slam)
Het stond in de krant, in een artikel met tips om gezond oud(er) te worden: Scharrel door het leven. Rommel wat in de schuur. Ga een stukje lopen om een boodschap te doen. Ik was verbaasd - en gerustgesteld, dat ook. Mijn leven is immers een scharrelend leven. Wat ik zoal doe op een dag is rondscharrelen. Ik loop een ommetje Cronesteyn, doe noodzakelijke en minder noodzakelijke boodschappen in zeven verschillende supermarkten, hou mijn huis schoon genoeg, pas regelmatig op de kat en af en toe op mijn kleindochter, en ga wekelijks op pad voor een lange wandeling.
Zo wilde ik op een dag naar Den Haag, naar het Kunstmuseum. Ik wilde een schilderij bekijken, een drieluik uit het Universum van Max Beckmann, een schijnbaar vrolijke voorstelling die een loopje neemt met tijd en ruimte. Maar ja, ik had mijn Chromebook overstuur gemaakt. Het was zijn eigen schuld, hij was immers zelf begonnen. Woordjes van troost? Mijn stem was al te lang de stem van een tot schuldige gemaakte. Hoe dan ook, ik hield mij onledig met het bekijken van mogelijk toekomstige nieuwe tuniekjurkjes toen het scherm plots vijftig tinten donkerder werd. Schier onleesbaar werd. Omzetten van wit naar zwart scherm dan maar? Hm, beter te lezen, al zijn nu alle foto’s lichtblauw. Het lichtblauw van mijn mooiste meisjesjurk ooit. Terug naar wit wilde hij niet. Wat nu? Een behulpzame schoonzoon lastig vallen? Nee, ik kan dit zelf wel ook al kan ik het niet zelf.
‘...Niet in de kamers met stapels gouden munten en torenhoge tronen. Niet in de likes die we bedelen. Niet in de spierballen die we kweken of de kasten die we vullen of de uren die we kloppen.’
(uit: Leegte, Nina Everaert, CBK Poetry Slam)
Nu woon ik nog niet zo heel lang in Leiden - maar wel lang genoeg om die ene computershop te vertrouwen. Vijfentwintig minuten lopen later staar ik ongelovig naar het briefje op de deur: ‘wegens de paasvakantie zijn wij gesloten.’ Terug, weer het spoor over, naar een andere computershop, eentje die nog nooit mijn aandacht heeft getrokken. De man achter de toonbank luistert naar mijn relaas, opent het onwillige Chromebook, omvat hem met zijn grote handen terwijl hij tot acht telt en geeft hem terug. ‘Hij is weer in orde,’ zegt hij, ‘de uitknop acht tellen indrukken, dan vergeet hij alles.’ Natuurlijk was het iets ingewikkelder, was hij lang niet alles vergeten. Wel liet hij zich nu gewillig corrigeren.
‘Want als ik een vrouw ben, dan omdat ik het wil.
Als ik een vrouw ben, dan omdat ik het opeis.’
(vrij naar Gender, Spark, CBK Poetry Slam)
De volgende ochtend open ik mijn Chromebook om… Ja, waarom ook weer? Het scherm is veel te donker - wat ik haast gedachteloos corrigeer met het zonnetje op het toetsenbord.
De ene scharreldag is de andere niet. De ene geranium is de andere niet. En gezond ouder worden is misschien ook ‘meisje’ genoemd worden en dat als thuiskomen ervaren. Ik scharrel hier nog wel even rond.
geplaatst door RodeJas - 1432 keer gelezen
Vorige berichten
Terug naar normaal. Einde van de feestjes, hoewel?
December zou traditioneel de feestmaand zijn, begin januari heeft december dan nog wel een staartje door de nieuwjaarsrecepties die overal plaatsvinden. Recepties van bedrijfswege, van de plaatselijke overheid, van het verenigingsleven. Overal doet men de moeite mensen in beweging te brengen naar hun locatie, waar een drankje en een hapje gereed staan; er wordt verwacht dat je iedereen die er is minimaal “De beste wensen” toezwaait.
Als er onder de aanwezigen mensen zijn, die je wat beter kent behoort een knuffel, een zoen ook tot de mogelijkheden. Ik word voor een paar van die bijeenkomsten uitgenodigd, afhankelijk van het tijdstip en de weersomstandigheden sla ik die invitaties niet over. Ik ken iemand, die er prat op gaat zo veel mogelijk nieuwjaarsbijeenkomsten van bestuurlijke organisaties bij te wonen, dat gaat mij te ver. Het is niettemin heel goed om bij te praten en het is zeker goed voor het privé-netwerk. Daarbij zal ik eerlijk zijn, de spiritualiën en de snacks worden in dank aanvaard.
Wie op een nieuwjaarsreceptie belandt van een organisatie, op grond van een algemene kennisgeving in een plaatselijke krant moet er niet raar van opkijken, als er geen echte bekenden zijn. Ik zag in de jaren, dat ik op de bijeenkomst van mijn gemeente kwam vaak een aantal mensen op een bank aan de zijkant zitten zonder dat ze echt contact maakten. Hoe is het mogelijk, geen aansluiting op een bijeenkomst, die juist bedoeld is voor een stukje verbinding? In de loop der jaren begon ik steeds meer koppies te herkennen.
Er zijn bezoekers, die getweeën acte de présence geven, ze hebben in elk geval elkaar om te praten. Vaak gaan deze stellen na een tijdje uiteen, wanneer het man en vrouw betreft zoeken ze vaak hun seksegenoten op. Voor de nieuwjaarsrecepties geldt bijna altijd een strak tijdsregime. Kort voor de opening staat al een groep te wachten. Het eerste uur / half uur besteden zij aan consumeren en contacteren, daarna volgt een toespraak van de hotemetoot van de organisatie, bij een gemeente natuurlijk de burgemeester. Slimme bezoekers hebben hem of haar dan al de hand geschud, en hebben er voor gezorgd, dat ze op het moment suprême (aan het eind van de redevoering) een goed gevuld glas in de hand hebben om te toosten, want zo hoort het wel.
Het “feestje” van mijn eigen gemeente sla ik in principe de laatste jaren niet over, ook omdat ik in een notendop dan weer hoor hoe de burgervader terugblikt en welke plannen het stadsbestuur voor het nieuwe jaar heeft. Dat kan ik dan weer naderhand in mijn krant enigszins gekleurd teruglezen. Het viel mij dit jaar op, dat in de terugblik nu geen specifieke zaken benoemd werden, en in de vooruitblik onze burgemeester op het saamhorigheidsgevoel hamerde, de bekende zorgzame samenleving. Ik was met andere woorden geen cent wijzer geworden. Maar wie weet heeft de journalist van mijn dagblad dat anders geïnterpreteerd.
Er werden weer heel wat handen geschud en ik zag hoe ook knuffels uitgewisseld zijn. Ik ervaar deze recepties anders dan voorheen steeds minder als iets feestelijks. Daarom was ik ook in mijn dagelijkse kloffie verschenen.
Hoe gaan jullie om met deze periodieke bijeenkomsten? Beschouw je het als een verplicht nummertje, een mogelijkheid om oude bekenden te ontmoeten, probeer je er als het even kan onderuit te komen of vereer je de nieuwjaarsrecepties in jouw omgeving wel met jouw aanwezigheid?
Sneeuwwitje en de zeven vrijers, een wintersprookje.
Het gebeurde eens dat een koning een dochter had, ze werd sneeuwwitje genoemd, omdat haar huid zo wit was als sneeuw. Toen ze ouder werd en haar schoonheid onmiskenbaar was, liet de Koninklijke Jager een oogje op haar vallen. Sneeuwwitje zag hem wel zitten en de twee besloten om samen ervandoor te gaan. Want ze kon het toch al niet zo goed vinden met haar stiefmoeder, de Boze Koningin, die nogal jaloers was aangelegd.
De jager bleek echter een gemene snoodaard te zijn die haar wilde vermoorden en daKt soort narigheid, want hij had het op een akkoordje gegooidmet de koningin. Sneeuwwitje gaf hem een rake klap in zijn gevoelige delen en wist zo te ontsnappen naar het Grote Bos. Daar zwierf ze een tijdje helemaal alleen rond… tot ze het appartementencomplex van de Zeven Vrijers zag. Moe en hongerig besloot Sneeuwwitje om daar aan te kloppen.
Een vriendelijke vrijer deed open, hij was onmiddellijk getroffen door haar schoonheid en bood haar onderdak aan in zijn apartement in ruil voor enige huishoudelijke diensten. Kom maar op mijn stoeltje zitten, zei hij, maar dat ging Sneeuwwitje allemaal wat te snel, ze bedankte vriendelijk en klopte aan bij de volgende deur.
Ook deze vrijer bleek thuis te zijn en haar charme ontging hem niet. Kom maar van mijn bordje eten zei hij. Dat leek haar toch niet zo’n goed plan want de aantrekkelijkheid was helaas niet wederzijds. Dus verzon ze een smoes en ging gauw naar de volgende deur.
Warempel, ook de derde vrijer was aanwezig en natuurlijk was ook deze getroffen door haar ravissante verschijning! Kom eten van mijn broodje stamelde hij. En dat liet ze zich geen twee keer zeggen. De conversatie tijdens de maaltijd liet wel wat te wensen over en ze besloot om het daar maar bij te laten. Na de nodige plichtplegingen keerde zij ook hem dus de rug toe en belde aan bij vrijer Vier.
Die stond al in de startblokken, want haar aanwezigheid was niet onopgemerkt gebleven. Hij nodigde haar uit om zijn lekkere groenten te komen proeven. Sneeuwwitje had net gegeten, dus ze sloeg het aanbod af. De man zag er bovendien niet al te fris uit vond ze, dus de volle maag was een welkom excuus om hem af te poeieren. Op naar de volgende.
Toen vervolgens nummer Vijf haar óók uitnodigde om een vorkje met hem te komen prikken, in ruil voor een paar kleine hand-en-spandiensen begon het wel een beetje vervelend te worden, want Sneeuwwitje wilde toch enkel een gastvrij onderdak en geen verdere verplichtingen. Dat liet ze hem weten. De goede man was er beduusd van en verzekerde haar omstandig van zijn nobele intenties. Maar Sneeuwwitje stond alweer bij de volgende deur.
Kom je met mijn mesje snijden? vroeg vrijer Zes. Een vreemde man met een mes, dat leek Sneeuwwitje ook niet zo’n geweldig idee. Geschrokken deinsde ze terug en liep gauw verder. En zo was ze bij de laatste deur in het complex aangeland. Buiten was het inmiddels donker geworden, dus deze moest het dan maar worden, dacht ze.
Maar vrijer Zeven bleek nou net niet thuis te zijn, ook al stond de deur wel open, voorzien van een ‘Welkom!’ bordje in Hindelooper schildertrant. Sneeuwwitje keek rond in het appartement en zag er een netjes opgemaakt bed; vermoeid als ze was vleide ze zich erop neer en sliep onmiddellijk in. Toen de rechtmatige bewoner uit zijn nachtdienst thuiskwam was ze alweer vertrokken, op de keukentafel legde ze een briefje neer om de vrijers vriendelijk te bedanken voor de genoten gastvrijheid. Want in het Grote Bos stonden haar nog vele avonturen te wachten, voordat ze weer naar het paleis kon gaan om haar jaloerse stiefmoeder van de troon te stoten. :-P [ vrij naar een sprookje van de gebr. Grimm]
Het komt goed
The Roses! Een hilarisch grappige film over hoe het gigantisch fout kan gaan en weer goed kan komen (heel even maar) tussen twee geliefden die behoorlijk aan elkaar gewaagd zijn. Mijn Leidse dochter en ik gingen kijken, en we hebben gesmuld. Maar twee therapeuten gingen ook naar die film, en zij schreven er samen een artikel over in de krant (NRC). Het echtpaar Rose had fout op fout gestapeld, schreven ze, dit was toch allemaal niet nodig geweest als ze beter naar elkaar hadden geluisterd. Ze hadden hun kennismaking ook nog eens onmiddellijk gevierd met seks, daar kan toch niks goeds van komen? En die relatietherapeut had ook een fout gemaakt: zij had een oordeel toegevoegd aan hun beider, in haar opdracht geschreven, positieve lijstjes. En dan de echtscheidingsadvocaten, die hadden alles kunnen oplossen door een beter voorstel te doen! Ik heb het artikel met verbazing gelezen. Deze twee therapeuten hebben zich geen tranen gelachen terwijl ze naar The Roses keken. Ze hebben de Britse humor niet herkend, zich niet vermaakt met al die opmerkingen vol dubbele bodems en liefdevol verpakte steken onder water. Nee, ze zagen fouten. En dat gaan ze dan uitleggen! Of zou dit artikel ook satire zijn?
Het is vast anders, natuurlijk is het anders: Ik heb gewoon een hekel aan dat eeuwige uitleggen. Ik was zo’n kind dat dacht: ik begrijp niet waarom het wordt uitgelegd - maar het wordt uitgelegd, dus ik begrijp zeker niet hoe moeilijk het is. Mannen zijn onverbeterlijke uitleggers - wat in hun genen moet zitten. En ik ben dan wel een vrouw, maar ik geloof niet dat de man van oorsprong een zwijgende holbewoner is geweest. Integendeel, de mannen moesten elkaar - en hun stamgenoten - immers vertellen in welke grot de beren sliepen, en in welk water de zalmen zwommen. Al dat uitleggen was nodig om te overleven. Maar nu, in deze tijd? De dominee die uitlegt dat we zondig zijn; een gave appel waarin toch een worm blijkt te zitten - en die een rood hoofd krijgt als ik mij hardop afvraag hoe die worm dan in die appel komt? De wandelgenoot die me precies wist te vertellen hoeveel sporen station Leiden Lammenschans heeft en welke treinen er wel of niet stoppen? De orthopeed die me uitlegt dat oudere mensen nu eenmaal kwaaltjes hebben waarvoor ze paracetamol moeten slikken? Geen enkel evolutionair voordeel, lijkt mij. En die orthopeed heeft mazzel dat het een telefoongesprek was.
De twee therapeuten die gingen uitleggen wat er beter had gekund in ‘The Roses’, waren overigens vrouwen. Ook een kwestie van genen: Vrouwen móésten wel betweterige heksen zijn, anders hadden ze onder barre omstandigheden nooit kinderen kunnen grootbrengen.
We passen ín elkaar, waarom zouden we dan niet bíj elkaar kunnen passen? Die ene bijzondere man en die ene, even bijzondere vrouw?
Het komt vast wel goed.