Op date met een fatbike?
maandag 1 april 2024
Ooit heb ik als 18-jarige in de jaren ’60 een korte tijd op een brommer gereden. Ik zag dat veel vriendjes uit mijn omgeving verkering hadden en hun geliefde dan na een dansavond in een sociëteit naar huis brachten op hun Zundapp of hun Puch; een Solex was daar natuurlijk niet zo geschikt voor. Toen was er nog geen rijbewijs nodig voor een bromfiets, alleen voor een motor of een Vespa scooter en voor auto’s moest men op les.
Ik was stinkend jaloers op de jongens die wel rondtoerden met zo’n leuke dame op het zadel, haar handen innig om hun middel geslagen. In 1967 besloot ik daarom heel veel vakantiewerk te doen “in de bollen” en zodoende geld voor een gemotoriseerd vehikel bijeen te schrapen.
Mijn oma leende mij de centjes al, zo zeker was zij ervan dat mij deze “Dagobert Duck actie” zou lukken. Ik heb evenwel maar korte tijd genoten van mijn aanwinst. Door een verkeersongeluk was mijn vehikel na een paar maanden al total loss.
De enige jongedame die ik kort na de aanschaf achterop had genomen had domme pech. Ik was nog niet gewend aan dit vervoermiddel, bij het oversteken van een drukke autoweg viel ze door een ongelukkige manoeuvre van het duozadel pardoes op straat, en ik moest hemel en aarde bewegen om haar zo ver te krijgen, dat ze bij mij achterop haar rit naar huis vervolgde. Daarna heb ik nog korte tijd zonder passagiere op mijn gemotoriseerde voertuig gereden, maar dat was het dan.
Later heb ik alleen als passagier van gemotoriseerd vervoer gebruik gemaakt. En dat bevalt me prima. Mijn gewone stadsfiets brengt me binnen redelijke grenzen overal waar ik zijn moet, en anders is er nog Openbaar Vervoer. Voordeel is dat mijn fietstochtjes bijdragen aan mijn welzijn, mijn gezondheid. Mede door geen fatbike te gebruiken word ik ook niet “fat”. Ik ben heel benieuwd wat op termijn de invloed is op de gezondheid van veel jonge weggebruikers als ze op jeugdige leeftijd rijden op een fatbike en daarna op een motor of een scooter, en tenslotte in een auto. Over het ronduit asociale gedrag van fatbikers is onlangs in de pers en in andere media genoeg geschreven. Ik schrik nog steeds als zo’n gozer mij met een snelheid passeert die ik van zijn levensdagen nooit met een fiets haal. Groot nadeel van deze elektrische fietsen is het risico op diefstal. En verder vind ik de berijders vaak behoorlijk intimiderend. Aan de andere kant is het een uitkomst voor ouderen, die de energie missen voor het rijden op een gewone fiets, en toch wat lichaamsbeweging willen hebben.
Natuurlijk zullen vooral jongens de blits willen maken op de meiden, als ze met zo’n dure en indrukwekkende elektrisch aangedreven fiets aan komen sjezen. Ik ben geschrokken van de kosten van deze vervoermiddelen. Kennelijk is er niet zoveel armoede onder de jeugd, want je moet toch over een goedgevulde spaarpot beschikken als je een fatbike wilt kopen. Of trekken vooral pa en ma de portemonnee? Studerende jongeren uit het voortgezet onderwijs moeten wel een onwijs goede bijbaan hebben om zich dit alles te kunnen veroorloven.
Een paar keer heb ik gelezen dat een vrouw het bezit van een auto een absolute voorwaarde vindt voor een relatie. Daar krijg ik een beetje een ongemakkelijk gevoel bij. Haar partner is toch niet per definitie ook gebombardeerd tot particulier chauffeur? Gelukkig zijn er steeds meer dames die juist rijden. Wat een leuk programma trouwens: Meiden die rijden! Dat is echt roldoorbrekend. Onlangs wees iemand, met wie ik wilde daten ook mij af, omdat ik geen auto heb, zij wilde niet altijd de chauffeur zijn. Ik red mij prima met de fiets en het OV, maar ik had geen zin om met haar daar verder over in discussie te gaan.
Mag je een potentiële date op voorhand afrekenen op iets, dat hij of zij niet heeft? Als iemand bewust kiest voor vervoer op zijn of haar manier, nu, so what? Punt is weer dat dit niet standaard in een profiel ingevuld wordt / hoeft te worden. Ik denk, dat de situatie in dun bevolkte gebieden van Nederland in dit opzicht weer geheel anders is dan in de Randstad. Ik heb, mits trein en bus niet verstoord zijn, makkelijk praten, maar in een dorp in “The middle of nowhere” is dit anders. Stel, dat ik een klik krijg met iemand op grote afstand, wat dan? Is het handig bij de eerste date te vertellen, of je een auto hebt of niet? Wederom ben ik benieuwd naar ervaringen van lezers, ditmaal dus over de invloed van de wijze van vervoer bij daten! Op voorhand: Ik vind, dat iedereen zelf moet weten hoe hij / zij rijdt…
geplaatst door Aktivo1 - 1506 keer gelezen
Vorige berichten
Het oog wil ook wat...
Het oog wil ook wat…
Jaren geleden, ik denk rond mijn middelbare leeftijd, kwam mij in het centrum van Terneuzen een groep verstandelijk gehandicapten onder begeleiding tegemoet. Het was een mooie dag in de zomer. Ze waren vrolijk, hadden kennelijk plezier in het uitstapje. Ze waren luidruchtig aanwezig, waarop een jongeman naar mij riep: “Hey jï grieze duve, ji èt schone bèène.” Waarop ik antwoordde: “En jij ziet er mooi uit!” Enkelen uit de groep begonnen te lachen, omarmden hem en riepen: “Hij is verliefd!” Ik liep door, maar dit voorval ben ik nooit vergeten. Zo spontaan, puur en oprecht. Bij de eerste opmerking, jij grijze duif, keek ik hem eerst verbaasd aan, de tweede opmerking, jij hebt mooie benen, maakte alles goed. Het is even wennen wanneer iemand je eerlijk zegt, wat hij van jouw uiterlijk vindt.
Als jonge vrouw werd ook ik weleens nagefloten door werklui op een steiger. Ik had daar nooit geen problemen mee. Hoe je het ook draait, of keert, wat de gedachten achter het nafluiten ook mogen zijn, het streelde mij ergens ook wel weer. En soms stopte ik en zei: “Werk ze!” En maakte dan een praatje. De insteek van straatintimidatie kan dan geheel anders zijn.
“Jij hebt mooi grijs haar”, wat mijn kapper dikwijls zegt, klinkt toch heel anders dan ‘jij grijze duif’. Of, zoals mijn toen vijfjarige kleindochter eens tegen mij zei: “Öma, je hebt wel al veel witte haren, je kunt ze ook verven, net zoals mama doet.” Waarop ik zei: Zwart? Ze barstte in schaterlachen uit en maakte de opmerking, die ik ook nooit vergeet: “Nee, je ziet er zo ook mooi uit!” Eens zei een schoonzus tegen mij, toen ik van zeventig kg naar zestig kg was afgevallen: “Je ziet er slecht uit.” Op dat moment vond ik het echt niet leuk, echter later heb ik er wel wat aan gehad. Iets aardigs zeggen is altijd makkelijker, dan op iemand kritiek hebben. Het ligt er ook wel aan hoe je iets verpakt, want je wilt niet iemand beschadigen.
Bij het ouder worden veranderd ons uiterlijk. Ik ben mij zelf daarvan wel bewust. Wanneer je iemand lange tijd niet hebt gezien, is die verandering des te opmerkelijker. En ja, laten we eerlijk wezen, bij een aantrekkingskracht speelt toch ook het fysieke uiterlijk een belangrijke rol bij de eerste indruk. Maar ja, de schoonheid zit niet alleen in het uiterlijk. Het kost tijd om die schoonheid van binnen ook te ontdekken. Je kunt verliefd worden op de eerste indruk. Bijvoorbeeld bij het kopen van een tafel. Hij is prachtig, maar is eigenlijk veel te duur, maar je beslist toch om hem te kopen.
Die eerste indruk bepaald toch, of ik wel, of niet reageer op de foto’s op een datingsite. En soms stap ik over die indruk heen, om dat mij toch iets nieuwsgierig maakt. En zeker ook… je weet maar nooit. Maar het blijft lastig, moet ik eerlijk bekennen, want… het oog wil ook wat!
Liefs,
Monique
Als het meezit, word ik vanzelf jaren jonger
Jaren jonger worden, als dat toch eens waar zou kunnen zijn, fantastisch! Wat moet ik daar voor doen? Allereerst beginnen ongezonde eetgewoonten aan te passen. Vanaf ongeveer je 30e levensjaar kan je niet meer ongestraft zomaar alles eten. Ik zal het fastfood dus moeten gaan beperken tot een uitzondering. Wel met smaak nuttigen als ik te gast ben bij iemand of alleen bij een bijzondere gelegenheid, maar niet zelf kopen.
Frisdrank zit ook vol suiker of andere kunstmatige zoetstoffen, weg ermee. Drink liever koffie of thee is het algemene advies, zonder suiker uiteraard. Veel water drinken is ook altijd goed om afvalstoffen kwijt te raken, dat kan ik bijna onbeperkt doen. Ik ben met pensioen, dus zal ik er goed op moeten letten dat ik niet teveel op de bank blijf hangen. Iedere dag genoeg bewegen is mijn motto geworden. Hoeft niet per se sporten te zijn, wel regelmatig wandelen, fietsen en af en toe tuinieren. Veel buiten zijn is sowieso prima.
Mijn gezicht en handen insmeren met een hydraterende crème is ook een belangrijk onderdeel. Dat kan gewoon uit de bekende blauwe familiepot zijn, of een goedkope pot van een bekende drogist of zelfs de supermarkt, zonder al die dure toevoegingen Als ik iedere dag 2x per dag flink smeer, blijft mijn gezichtshuid zacht en soepel, de bovenkant van mijn handen droogt ook minder snel uit.
Iedere dag ruim een kwartier oefeningen doen met armen en benen doet wonderen, daarna nog 5 minuten rekken en strekken. Mijn spieren belonen me door minder stijf te zijn. Helemaal top als ik 1 x per week ook nog wat aan krachttraining doe. Maar hoezo word ik van dit alles jaren jonger? Simpel, als ik fitter word, gaat mijn biologische leeftijd vanzelf dalen, soms wel met 10 jaar. Als ik al deze dingen goed kan volhouden, is mijn beloning tevens een goed BMI-getal. Tel uit je winst.
Uiteraard zijn er ook mensen die tot op hoge leeftijd alles kunnen eten en drinken, niet gaan sporten, maar toch niet noemenswaardig in gewicht aankomen. Helaas zijn er ook mensen die gewoon zwaar gebouwd zijn en daar zelf niks aan kunnen veranderen. Maar laat ik bij mezelf blijven : ik ben gezonder gaan eten en daardoor sterker geworden, dat straal ik ook uit. Uiteraard word ik ieder voorjaar gewoon weer een jaartje ouder, al voelt dat nu veel minder zo. Bijkomend voordeel is ook dat ik fitter en energieker overkom, niet onbelangrijk bij het daten, toch?
Single Story: de Minimalist
"Minder."
“Dat is het. Het hele antwoord.”
“Mensen vragen me wat ik zoek in een vrouw. Ik zeg dan: ‘Minder’. Ze denken dat ik een grapje maak. Ik maak nooit grapjes. Een grap is een omweg. De kern is een rechte lijn. Daarop is geen ruimte voor meer.”
“Kijk, ik snap het wel. Ik zit op zo’n datingsite voor 50-plussers. Dan wordt er iets van je verwacht. Een profiel. Een verhaal. Een etalage vol met je beste zelf. Ik heb één foto. Zwart-wit. En twee zinnen: ‘De rest ontdek je. Of niet.’ Dat is geen luiheid, dat is een filter.”
“De meeste mensen zijn ruis. Ze vullen de stilte op met hobby's, vakanties, lachende foto's met vrienden. Voor mij is dat allemaal ballast. Als je zes foto's nodig hebt om te laten zien wie je bent, ben je een collage. Ik zoek geen fotogalerij. Ik zoek een portret. En dan ook nog uniek.”
“Soms denk ik: waarom doe ik dit eigenlijk? Mijn leven is af. Mijn huis is een selecte verzameling keuzes. Elke stoel, elke lamp, elk koffiekopje heeft zijn plek verdiend. Gewoon door alles te zijn wat het moet zijn en niets meer dan dat. Het is hier rustig. Gecontroleerd. Een tweede persoon is per definitie een verstoring. Een onvoorspelbare onbekende.”
“En toch… Soms, in de volmaakte stilte, ontstaat van binnen een levensvraag. Geen schreeuw, meer een verraderlijke echo van mijn innerlijke wens. Het kennelijk ontembare verlangen naar een zielsverwant. Naar een vrouw die binnenstapt, de ruimte overziet en niet vraagt: ‘Waar is de rest?’, maar knikt. Begrijpt. Ziet dat dit geen leegte is, maar helderheid. Dat verlangen is de enige onrust die ik in mijn leven tolereer.”
“Laatst had ik een match. Een vrouw met een profiel vol vragen die ik kon billijken. Ik stuurde één woord: ‘Koffie?’. Haar antwoord was een volzin: "Goed idee; wanneer en waar?". Een paar dagen later zaten we tegenover elkaar. We hadden nog geen vijf minuten gesproken of ze had al drie onderwerpen aangesneden: haar werk, haar kat en een vakantie naar Kreta.”
“Ik keek haar aan en zei: ‘Laten we eerst deze koffie proeven. Dat is het enige wat nu echt gebeurt.’ Ik wachtte even. ‘De rest moet nog komen.’ Toen werd het stil. ‘Goed’, dacht ik. ‘Eindelijk.’ ‘Essentie.’ Ineens stond ze op en liep ze weg. Daarna hebben we elkaar nooit meer gesproken.”
“Een vriend van me vroeg laatst: ‘Maar wat zeg je dan als je voor het eerst een bericht stuurt? In je profiel geef je nauwelijks informatie.’ Hij snapt het niet. De ultieme verbinding ontstaat niet in wat je zegt, maar in wat je niet hoeft te zeggen.”
“Mijn openingszin is dus geen zin. Het is één woord. Dat woord kan variëren. Maar als ze terugvraagt wat ik ermee bedoel, is het kansloos. De juiste vrouw snapt de vraag die niet gesteld wordt, of in elk geval de impliciete betekenis. Dat is de verbinding die ik zoek. En zelfs dan is er geen garantie. Voor mij is minder nu eenmaal het meest.”
Deze Single Story is fictief. Het verhaal is 'opgetekend' in Grand Café 'De Nieuwe Kans', dat alleen op digitaal papier bestaat. Dat het allemaal verdacht veel op de werkelijkheid lijkt, is puur toeval. Maar misschien ook niet...