Empathie â meevoelen, dat is moeilijk, ook in relatieland
maandag 15 juli 2024
Het komt vaker voor dan ik mij kan indenken, dat iemand waar ik contact mee heb ergens door geraakt wordt terwijl ik zelf als ik in die positie zou verkeren mijn schouders ophaal. Moet die ander zich daarom nu zo druk maken?
Ik denk, dat iedereen in zijn of haar leven een of meer dingen heeft, die in feite heilige huisjes zijn. Als iemand dat niet door heeft en niet door heeft, dat zo’n heilig huisje bijvoorbeeld op instorten staat of alleen maar aan het wankelen wordt gebracht kan het gruwelijk misgaan in een gesprek. Wanneer iets, dat heel gevoelig ligt genegeerd wordt of juist veel te erg benadrukt wordt is de toon gezet.
De bewoner van het huisje krijgt dan een behoorlijke opdoffer. Het is minstens even erg, als een vriend, kennis of partner iets aan de orde stelt waardoor een ander op pijnlijke wijze herinnerd wordt aan een gemis, aan iets wat hem of haar niet ten deel is gevallen of niet gelukt is. Een voorbeeld? Op verjaarsvisite begint een van de gasten over de kinderen of kleinkinderen, hoe ver die het in de maatschappij geschopt hebben.
Helaas zijn er in dat gezelschap ook personen, die in het geheel geen kinderen hebben ondanks de pogingen die er gedaan zijn om een gezin te stichten. Een andere verjaardagsgast heeft wel kinderen, maar een van hen is aan harddrugs verslaafd en is ook al een paar keer met de justitie in aanraking geweest. Weer een ander tobt nog steeds met een al volwassen kind, dat zwaar geestelijk en lichamelijk gehandicapt is, een waar zorgenkind.
Ik heb deze situaties helaas ook zelf beleefd; destijds was ik zes keer per jaar op verjaarsvisite, omdat bij deze verjaarsvisites alleen familieleden langs kwamen wist men van elkaar al, dat T. niet besproken moest worden. Alleen als er iets dringends met T. speelde werd hierover gecommuniceerd. Liever kwamen daar neutrale gespreksonderwerpen op tafel.
Empathie begint al in een heel vroeg stadium, en soms is er ook sprake van meevoelen als iemand uit mijn gezichtsveld verdwenen is. Ik leef erg mee met mijn ex-vriendin, die een paar jaar nadat onze relatie strandde ernstig ziek werd.
Wat is het goed te weten, dat er mensen zijn uit de familie – maar ook uit de kring van kennissen, die als er “stront aan de knikker is” aan mij denken. Trouwens, het is ook fijn dat mensen uit mijn netwerk met mij meeleven als er iets fijns in mijn leven gebeurt. Het is natuurlijk niet altijd rozengeur en maneschijn, maar de leuke dingen mogen toch ook belicht worden?
Als ik een vakantiereisje heb gemaakt en met goede bekenden en mijn familie mijn ervaringen deel, als ik een topweekend heb gehad, wat is het dan prettig om dat te delen. Het is met name geweldig, als de mensen, aan wie ik dit vertel, zich er in herkennen.
Wanneer ik anderzijds iemand voor de eerste keer ontmoet kan en mag ik die empathie niet verwachten, laat staan eisen. Het is al vaker hier gezegd, ook in blogs, bij een date moet nooit de wederzijdse sores breed uitgemeten aan bod komen. In een ontmoeting mogen weer geen gevoelens ontbreken, anders wordt het een aangekleed sollicitatiegesprek, wellicht is het handig vooraf te bedenken, tot hoever het uiten van die gevoelens kan gaan…
geplaatst door Aktivo1 - 1606 keer gelezen
Vorige berichten
Opkomen voor jezelf
Voor de komende bijeenkomst van de Powervrouw training heb ik huiswerk te doen over “opkomen voor jezelf”.
Volgens de opdracht moet je eerst een mening over iets hebben en dan volgt het opkomen voor jezelf middels een ik-boodschap.
Maar ergens is een mening niet wat bij mij als eerste stap opkomt, maar grenzen. Je grens weten. Misschien gaat dat hand in hand met een mening?
Toch voelt voor mij die grens belangrijker.
En nu ik erover nadenk, is die grens meer gevoelsmatig en een mening eerder mentaal. Wat ook in kan houden dat je in emotie schiet om je grens te handhaven en een mening uiten mogelijk makkelijker op een kalmere manier kan.
Als ik even denk aan mijn akkefietje met de achterbuurman vorige maand, dan ging ik toch echt wel in emotie. Hij was over mijn grens heen gegaan, praktisch letterlijk omdat het de schutting –begrenzing van mijn perceel- betrof.
Ik had hem de dag ervoor op een kalme manier mijn mening gegeven. En die werd niet gerespecteerd.
In relaties is opkomen voor jezelf ook een ding. Een kunst. Wat ik heb geleerd is dat het vooral belangrijk is om het niet op te potten.
Ook hier weer van belang om je grenzen te weten. En die dan ook te handhaven.
Dat laatste vind ik zelf altijd het lastigste. Ik voel wel wanneer iets niet goed valt bij me, wanneer er over mijn grenzen wordt gegaan. De volgende stap om dan aan te geven dat ik het niet fijn vind, of in een erger geval meer “tot hier en niet verder!” is niet altijd makkelijk.
Bij velen komen dan toch wel bepaalde angsten op. Angst dat het over is, verlatingsangst, faalangst, angst bevestigd te krijgen dat je niet de moeite waard zijn een paar voorbeelden.
Om door dat soort angsten dan maar niets te zeggen waarmee er over je grens wordt gegaan.
In mijn laatste relatie was ik heel erg aan het ‘oefenen’ met op de juiste manier communiceren als iets me dwars zat. Toen heb ik wel een aantal keren dingen helder aangegeven.
Eén van die keren staat me nog heel helder voor de geest. Omdat ik het zo ongelofelijk spannend vond om te doen. Het is ook niet iets wat je doorgaans in je opvoeding meekrijgt.
Mijn partner was na het eten op de bank gaan liggen om even een dutje te doen. Ik weet nog dat ik in de keuken stond met de afwas. Waar hij voor de zoveelste keer niet bij hielp. Leuk vond ik dat niet, want ik ben geen huishoudster die eten maakt en dan de afwas doet terwijl hij lekker op de bank ligt. Ik doe ook liever iets anders dan afwassen, maar het moet nou eenmaal gedaan worden.
Ik wilde dat op de juiste manier communiceren met een ik-boodschap. Hoe lang het duurde voor ik de kamer in durfde lopen, weet ik niet meer. Ik weet wel dat ik helemaal stond te shaken, over mijn hele lichaam. Ik vond het zó eng!
Toen ik eindelijk de kamer in liep, barstte ik van de zenuwen in tranen uit. In plaats van rustig communiceren wat ik niet leuk vond, zat ik hartverscheurend te snikken in mijn bureaustoel.
Hij was meteen helemaal alert en kwam naar me toe. Hij maakte een opmerking die niets met het voorval van doen had, maar wel uit zijn hart kwam. Ik schoot erdoor in de lach waardoor hij ook moest lachen, en de lucht was geklaard. We hebben er kort over gesproken, het was opgelost.
Ik was blij dat ik het toch gedurfd had al vond ik het nog zo spannend!
Onlangs heb ik een gevalletje opkomen voor mezelf gehad toen de buurman voor de zoveelste keer zijn vrachtwagen met de cabine voor mij raam wilde plaatsen.
Dat ging me bizar genoeg heel goed af. Ik zag het toen ik de gordijnen opende en als uit het niets kwam er een “Nope, gaat niet gebeuren!” op.
Zonder twijfel of zenuwen erop af, klaar.
Maar in andere gevallen, met sommige mensen, blijf ik het toch lastig vinden. Zeker ook als ik tevoren al weet dat ik een lawine van verbaal geweld over me heen ga krijgen.
Dan is het voor mij ook altijd even afwegen of het wel de moeite waard is om iets te zeggen. In bepaalde situaties weet ik dat de consequentie van iets zeggen voor mij erger is dan het maar te laten zitten.
Soms laat ik de ander dan gewoon zeggen wat ze zeggen, zonder dat ik het in mezelf opneem en zonder dat ik me schik naar hun wensen/eisen.
Ik ken een paar mensen bij wie dat zo kan gaan. De volgende keer dat ik ze zie, kunnen ze weer heel chill zijn. Wisselvallige mensen dus.
Toch kan het ook bij zulke mensen soms werken als je kalm aangeeft, “Ik vind dit niet fijn…” En soms werkt het niet. Ik ben ook een keer opgestaan en weggegaan. Zonder emotioneel gedoe, gewoon kalm. Mijn grens was bereikt en als iemand door blijft gaan, is kalm weggaan ook opkomen voor jezelf.
Het is wel zo dat ik me bij die mensen niet emotioneel veilig kan voelen. In een liefdesrelatie zou dat voor mij niet werken.
Met daten, wat toch het voorstadium is van een relatie, is het in romantiek het lastigst. Dan moet je samen nog het raamwerk creëren voor de relatie. En als dat niet lukt, dan houdt het op.
Al met al toch wel een dingetje, dat op een goede manier opkomen voor jezelf!
Hoe gaat jullie dat af? En doe je het ten koste van alles of laat je het soms ook maar waaien?
Het leugenbankje en de Schrijver
Het leugenbankje en de Schrijver
Bijna iedereen kent het wel, een plek in het dorp waar senioren/gepensioneerden samenkomen om het laatste nieuws, of de dag door te nemen. Meestal zijn het mannen. Weduwnaars, of mannen die hun echtgenote tevens de vrijheid gunnen om haar eigen ding te doen. Tenminste, dat idee hoop ik dan maar. Want na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd breekt er voor beiden een andere levensfase aan. Een nieuwe invulling geven aan het leven en in de relatie. Dat is voor sommige relaties vaak even wennen en vergt opnieuw aanpassingen.
Vlakbij het plein in het dorp waar ik dikwijls naar de Supermarkt ga, staan twee bankjes in een driehoek. Iedere keer wanneer ik naar het plein loop, kom k er langs. Vaak zijn beide bankjes bezet. Sinds een jaar schuif ik weleens bij hen aan. De namen weet ik niet, maar in gedachten noem ik een man met altijd een pet op en doorgaans verhalen over zijn schip verteld ‘de schipper’, een man met een stropdas om ‘directeur’, een immer alles uitleggende man, intellectueel’, een man met zijn haar in een paardenstaart , hippie’, en de man met een blocnote ‘schrijver’.
Een jaar geleden in Mei, de zon scheen, het was een heerlijke temperatuur, waarop ik bij het passeren tegen de mannen op de bankjes de geijkte opmerking over het weer maakte: ‘Lekker hè hier in het zonnetje’. De aanleiding voor een praatje was geboren en ik ging op een hoek zitten naast een man die zat te schrijven. Stilzwijgend zat hij naast mij, terwijl de gesprekken gewoon doorgingen. Het intrigeerde mij. Op mijn vraag waarom hij schreef, was zijn antwoord: “Ik hou van schrijven, maar ook van een verhaal maken. Niet alleen wil luisteren, maar ook omdat ik wil begrijpen. Wil aanvoelen en verstaan en het waarom de verhalen en meningen geuit worden.” Ik dacht hem te begrijpen. Ik legde het hem uit in mijn eigen woorden. “Doordat je gedachten omgezet worden in uitgesproken woorden geef je het vorm. Vaak ook voor jezelf. En door het op te schrijven in eigen woorden, wordt het een blijvende herinnering in een eigen verhaal met het begrip en het waarom men dit aan elkaar vertelt.”
“De waarheid zit niet in wat men zegt, maar waarom men het zegt.” De schrijver.
Vanmorgen liep ik langs de vijver voor het Gemeentehuis. Zoals wel vaker het geval is, zaten er nu ook een aantal mannen te vissen. Alleen mannen. Vrouwen heb ik er nog nooit gezien. En toch zullen er wel dames zijn, die van deze volkssport genieten. Een sport waarvoor je eindeloos geduld moet hebben. Soms vraag ik weleens, of er al wat gevangen is. Waarop dikwijls het antwoord volgt van “Nee, nog niet!” Laatst kwam ik in de vroege morgen een jonge knul tegen op het Schelpenpad langs de Vliet. Hij duwde een volgeladen kar voort waarop allerlei benodigdheden om te vissen. Hij vertelde dat hij de nacht had doorgebracht langs het water en nu naar huis ging om te slapen.
Zo ongeveer veertien dagen geleden wandelde ik langs dezelfde vijver en zag een ganzenechtpaar met maar liefst elf kuikentjes. Vanmorgen was het ouderpaar luidruchtig aanwezig, mede door de bedrijvigheid rond het water. Behoed maar eens elf jonge gansjes voor gevaar en houdt ze bij elkaar. Leuk om dit schouwspel op een afstand te volgen. “I love it.” En ja het Engels wordt steeds meer verweven in onze taal. Zelf vind ik het soms ook leuker klinken, of soms beter in uit te drukken. En natuurlijk door films en muziek wordt een andere taal ook vertrouwder. Toen mijn vriend in onze verkeringstijd terugkwam van een reis uit Noorwegen zei hij: “Jeg elsker dig.” Ik hou van jou. Net zoals ‘I love you en ‘Je t’aime’ vind ik het in een andere taal toch leuker klinken. Vooral in het Frans klinkt het wat lieflijker. Frans wordt niet voor niets de taal der liefde genoemd. En misschien klinkt in de moedertaal ‘ik hou van jou’ minder magisch. Wanneer wordt gezegd bijvoorbeeld: ‘Ik vind je lief’, dan klinkt het toch wat speelser en niet zo hard.
Of zoals een quote in Het Frans:
Chaque jour je t’aime davantage, aujourdhui plus qu’hier, et bien moins que demain
Elke dag hou ik meer van je, vandaag meer dan gisteren en heel wat minder dan morgen.
Rosemonde Gerard
Liefs,
Monique
Klein( e ) kinderen worden groot
Op twee kasten in mijn huis staan fotolijstjes met prentjes van mijn zoon en schoondochter en hun kinderen. Maar de meeste foto’s vind ik terug in een aantal fotoalbums. Ik zie hen in allerlei levensfasen, vandaag trof ik ook de geboortekaartjes in de albums aan.
Ik ben gezegend met een intelligente nazaat. Zijn drie kinderen zijn heel verschillend. In de gesprekken bij hem thuis merk ik, hoe anders het leven van mijn kleinkinderen is als dat met mijn eigen jeugd vergelijk. Zowel de vaardigheden die ze op de middelbare school leren als de manier, waarop ze hun vrije tijd besteden verschillen hemelsbreed van wat ik pakweg zestig jaar eerder meemaakte.
De relatie tussen kinderen, kleinkinderen en hun ouders respectievelijk grootouders is weer individueel verschillend. Elk huisje heeft zijn kruisje.
Ik vraag mij hoe langer hoe meer af, hoeveel bemoeienis een grootouder kan hebben met het leven van de kleinkinderen. Wanneer die kleinkinderen zelf hun vriendschappen tot een relatie promoveren komt het voor, dat de grootouders daar weer anders tegen aan kijken dan de ouders, die er veel directer bij betrokken zijn.
Welke plaats nemen grootouders in in het leven van hun kleinkinderen? Ikzelf vind het nog wel zo relaxt om mij enkel aan de zijlijn met het gezin van mijn zoon te bemoeien
Als grootouder moet ik mij goed beseffen, dat relaties zestig jaar geleden qua inhoud heel verschillend zijn. Het woord “latten” was toen nog niet uitgevonden, er werd veel minder vaak gescheiden en samenwonen zonder boterbriefje noemde men hokken. Die term is in onbruik geraakt sinds de invoering van het geregistreerd partnerschap.
Toch gaat er wel wat door je heen, als jouw kleinkind kiest voor een invulling van zijn of haar leven, waarover jij nooit had durven denken.
Welke hulp kan en mag je geven als grootouder en als ouder van oudere kinderen? Ik hoor dat tegenwoordig financiële steun wijd en zijd geaccepteerd is om te voorkomen, dat jonge mensen onder de armoedegrens belanden. Maar andersom kan het ook gebeuren, dat kinderen goed “geboerd” hebben en hun financiële positie een eenmalige of regelmatige donatie aan hun ouders niet in de weg staat. Onlangs zag ik, dat een zoon, die goed in zijn slappe was zit zijn moeder maandelijks een paar honderd euro schenkt.
Toch zal het vaker voorkomen, dat ouders hun kinderen nadat ze uitgevlogen zijn een geldelijk steuntje in de rug geven. Daar zitten wel wat risico’s aan vast. Als er meer kinderen zijn dreigt het gevaar, dat het ene kind meer gesteund wordt dan het andere. Ik heb ontdekt, dat er tegenwoordig vaak om geldelijke steun wordt gevraagd door kinderen vanwege andere eisen die het leven, de maatschappij stellen. In de jaren ’50 en ’60 bestonden veel dingen niet, die nu niet meer weg te denken zijn uit de wereld om ons heen. Communicatiemiddelen, de tv (die toen nog maar in opkomst was) de mobiliteit, meer recreatiemiddelen.
Als mijn kleinkinderen in de wereld van mijn kinderjaren maar een dag zouden moeten leven zouden ze zich niet alleen in hoge mate verbazen maar zich al gauw heel ongelukkig voelen, door alles wat ze missen in vergelijking met hun leventje in de 21e eeuw.
Zijn we in onze welvaartsontwikkeling en consumptiedrang (te) ver doorgeschoten?
Dezelfde eisen zijn nu ook te zien als we een relatie willen starten. Wie met weinig luxe weet te leven wordt vaak met de nek aangekeken. Als je relatief eenvoudig leeft scoor je maar matig op de relatiemarkt. Mijn kleinkinderen zullen als ze een partner willen ontmoeten met wat anders moeten komen aanzetten als ik, in de tijd dat ik op vrijersvoeten ging. Of is dat een verkeerde voorspelling?
.