Brieven
zondag 8 september 2024
Schoenendozen vol met…
vul maar in…, vol met allerlei bewaarsels. Vol met liefde, een brief van mijn eerste vriendje en verloofde, liefdesbrieven van mijn man die maandenlang op zee vertoefde, ontroerende kinderlijke briefjes van vriendjes. Vol met foto’s die nergens bij hoorden, niet bij een vakantie, een reis, of wat dan ook, maar toch een gebeurtenis vertegenwoordigen die ik belangrijk vond om te bewaren. Geboortekaartjes, Huwelijks aankondigingen, kaarten met overlijdensberichten. Allemaal betrekking op mijn familie. Schoenendozen zijn stevig, hebben een handig formaat om te stapelen. Door de jaren heen heb ik deze dozen gebruikt om alles wat ik interessant en belangrijk vond in te bewaren. En ik bewaar best wel veel. Ik kan goed opruimen, maar situaties waardoor ik een verandering in mijn leven meemaakte, vond en vind ik nog steeds een reden om te bewaren.
Eigenlijk was ik op zoek naar foto’s om een levensloop te maken voor het Huwelijk van mijn zoon. Inmiddels is het totaal iets anders geworden, maar hier zit ik dan tussen allemaal geopende dozen. Ik lees een telegram, door mijn man gestuurd vanaf de H.ms. Isaac Sweers, op dat moment gelegen in Ottawa, d.d. twee Juni 1970, mijn verjaardag: “Nog even meisje, dan ben ik weer thuis.” Ik ben dan weer terug in de haven van Den Helder twee maanden voor mijn toenmalige verjaardag om hem uit te zwaaien. In gedachten weer herinneren het verdriet van het afscheid en de blijdschap om elkaar weer in de armen te sluiten.
Ik open brieven van mijn moeder, geschreven begin jaren zeventig op driehonderd kilometer afstand. Nog geen telefoon, maar waar in die tijd wel de post dagelijks werd bezorgd. “Kind, wij hebben besloten een telefoonaansluiting te nemen.” “We zijn dan dichter bij jou.” Wanneer ik dan deze handmatig geschreven brieven van haar in mijn hand houd, is het persoonlijke handschrift, de manier van schrijven wat mij ontroerd en aan het eind: “Gauw tot ziens, Mama.” Het zien van dit handschrift voegt iets toe aan de ontroering, aan haar herinnering.
Elk handschrift is uniek, net zo als ieder mens uniek is. De vorm, het gebruik van de letters, schuin-, of rechtop schrift. Hoe vaak herken je alleen al aan het zien van het geschreven adres op de nog ongeopende enveloppe van wie de afzender is. Als kind heb ik het schuinschrift geleerd. De letters aan elkaar schrijven. Later op de Middelbare school ben ik in blokschrift gaan schrijven. Waarom? Alles wat anders was vond ik toen interessant en onder mijn klasgenoten was het rechtop in blokletters schrijven populair. Correspondentie wordt nu vaak geprint, het is handig om de letters te typen, het gaat sneller, fouten worden aangegeven en zijn snel verbeterd. Toch mis ik de ziel van het handmatig geschrevene. Het voegt een persoonlijke stijl toe. Een cursist van mij, voorheen Aanklager als beroep in zijn land, schrijft schuin en aan elkaar. Zijn schrift is prachtig.
Al deze dozen bevatten herinneringen, gebeurtenissen door de jaren heen tot nu toe. Een heel leven vol herinneringen, maar ieder dag kan ik er weer nieuwe herinneringen aan toevoegen. Ik open een brief, een handgeschreven brief, van mijn toenmalige vriend, drie jaar geleden. Hij eindigt zijn brief met: “Met jou wil de bloemen plukken die langs onze weg zullen staan.” Een mooiere liefdesverklaring dan dit, had ik zelf niet kunnen bedenken.
Liefs,
Monique
geplaatst door monique3 - 1601 keer gelezen
Vorige berichten
De stoelfiets
Het is grauw buiten. In de muren van mijn flat klinkt het geruis van bolletjes die de spouw in worden geblazen, onder de vloer overleggen twee mannen met elkaar, op het dak klinkt gestommel, en in mijn hoofd klinken flarden Matthäus Passion. Van die ene, die hemelse, die intens kleurrijke, de Passion die gedirigeerd werd door de nog jonge magiër Klaus Mäkelä. Ooit, op de lagere school, maakte ik in mijn bijbels kleurboek de kleren van Jezus extra kleurig. Wee mij, ongehoorzaam kind! De kleren van Jezus moesten wit.
Soms durf ik plotseling iets wat ik nog nooit ook maar heb willen durven: de ruimte onder mijn vloer bekijken, op mijn buik liggend, door het gat van het kruipluik. Er brandde licht, een man had zojuist gangen voor de bolletjes slang gegraven onder de tussenmuurtjes door. Waarom staan hier wel muurtjes van baksteen, en onder de andere flats niet? Wat, wie hebben de bouwvakkers hier verborgen, 70 jaar geleden? Er lag zand, en het rook er naar zand.
Soms heb ik iets nodig wat ik eigenlijk niet wil hebben, zoals een hometrainer. Waar zet ik een hometrainer neer, in mijn kleine flat? In de schuur dan maar? Die is leeg, dat moest. De bovenburen hadden last van koude voeten - wat wordt opgelost door de plafonds in de schuren te isoleren. Twee helderblauwe zee containers staan er voor de flat op straat. Ze bieden ruimte voor onze schuur spullen - en ruimte voor contact. Zo bood mijn buurman mij aan om te helpen sjouwen. En toen ik mijn spullen, in afwachting van die buurman, netjes in de hal had neergezet, kwam een jong stel de trap af. ‘Moet dat nog in de container? Die is bijna vol, vindt u het goed dat wij u helpen? Nu?’ Ik vond het goed. Ik had eerst een rondje kringloopwinkel en tweedehands Lundia gemaakt, samen met mijn schoonzoon. Schappen en zijstukken naar een loods vol schappen en zijstukken; een heel leven aan boekenkasten in ruil voor een houten tv kastje. Het kan altijd nog minder, nóg minder. De kringloopwinkel kreeg de broodbakmachine, de gordijnen, de luxaflex, de lampenkappen van wit email en de blauwe fiets. De kerstboom met zijn stalen krullen, het kratje met ballen en slingers, de gereedschapsbak en de rolkoffer vol ingelijste fotocollages staan tijdelijk in de logeerkamer. Dan weet je het alvast, mocht je bij mij willen logeren.
Ook ik had koude voeten, maar dat heb ik opgelost met kleurige wollen matten en met crocs. En nu krijg ik ook nog bolletjes op het zand onder mijn vloer. De wollen matten laat ik liggen, ze staan zo heerlijk huiselijk.
Maar nou die hometrainer. Die schijnt onontbeerlijk te zijn voor een snel herstel na de heupoperatie. Ha, ik ga zo snel herstellen dat ik naar de oefenruimte van de fysiotherapeut kan lopen wanneer ik aan die hometrainer toe ben. En tot die tijd behelp ik mij wel met weerstandsbanden en een stoelfiets. Een stoelfiets? Jawel, een stoelfiets. Er bestaan zelfs speciale stoelfietsen voor senioren. Die hebben elektrische trapondersteuning, zodat de senior zich niet hoeft in te spannen, al fietsend op zijn stoel. Wie de logica hiervan inziet, mag het zeggen. Er blijkt een heel universum aan fitnessapparaten speciaal voor senioren te bestaan, apparaten die het de al wat oudere mens gemakkelijk maken om te bewegen. Zelf ga ik gewoon weer moeilijk doen: twintig tot vijfentwintig kilometer wandelen, dat is mijn doel. Maar eerst moet ik op zoek naar schoenen die ik kan aantrekken zonder mij te bukken.
Sexting
Wil jij nog wat zeggen?
Nou. Ja. Of eigenlijk niet. Ik weet het niet.
Soms kun je beter niets zeggen, denk je niet?
Dat ligt eraan.
Waaraan?
Aan wat je wilt zeggen. Of niet.
Nou, laat ik het zo zeggen, als ik het voor het zeggen zou hebben ...
We hebben net aan sexting gedaan. Ik wist ook niet dat het zo heet. Wel hoe je het schrijft. Dat deden we na afloop, schrijven. Wat je misschien beter niet kunt doen.
Toch heel anders dan echte sex, schrijft ze.
Ja, want dat schrijf je met 'ks', schrijf ik.
Dat bedoel ik niet, schrijft ze, dat maakt toch niks uit?
Ik ga toch niet schrijven dat het nix uitmaakt, schrijf ik.
Je snapt toch wel wat ik bedoel, schrijft ze.
Ja, schrijf ik, als je seks met een 'x' schrijft, zijn we met zijn zessen.
Wil jij het dan met zijn zessen doen, schrijft ze.
Nou, schrijf ik, dat lijkt me niks.
Of nix, schrijft ze, met een knipoogje (zo'n brailleteken voor de emotioneel blinden), maar wat wil je nou eigenlijk zeggen, schrijft ze er direct achteraan.
Nou, schrijf ik, dat het inderdaad een heel verschil is, seks of sex.
Dat zeg ik toch, schrijft ze.
Nog koffiedrinken voor we trouwen, schrijf ik.
Bedoel je koffiedrinken of koffiedrincken, schrijft ze, alweer met een knipoog.
Ik geef me over, schrijf ik.
Heb je nu alweer zin schrijft ze.
Jubelen bij een jubileum
Een maand geleden belde een ex-collega mij op, zij is net als ik pensionado, weliswaar is zij het nog maar zeven jaar. “Heb jij nog foto’s van “C” bewaard? C is over een paar weken veertig jaar in dienst, en haar collega’s willen graag een album samenstellen en jij hebt ook een tijd met C samengewerkt. Jij bent uiteraard ook hartelijk welkom op haar receptie”.
Ik zegde toe mijn best te doen, maar in de tijd dat C en ik op dezelfde afdeling werkten was digitaal bewaren van foto’s nog niet ingeburgerd. Fluks nam ik al mijn eigen fotoalbums ter hand, en ik ontdekte zowaar nog zeven prentjes. Die heb ik meteen opnieuw gefotografeerd en verzonden. Ik was nieuwsgierig naar het resultaat en vanzelfsprekend naar C. In de afgelopen jaren hadden haar en mijn wegen elkaar een paar keer gekruist. Nadat zij de eerste jaren van haar carrière op dezelfde kantoorafdeling als waar ik werkte actief was geweest was ze de laatste vijftien jaar gastvrouw in een bezoekerscentrum van een natuurgebied, dat ook bij mijn bedrijf in beheer is. Als natuurliefhebber en zelf al gepensioneerd heb ik haar in haar huidige functie ook meegemaakt.
Een paar weken later toog ik naar haar receptie, gekozen was voor een prachtig oud gebouw. Behalve de jubilaresse, haar partner en de ex-collega, die mij benaderd had voor de foto’s ken ik eigenlijk niemand uit het gezelschap. Veel jonge mensen, jonge boswachters, beheerders van het bezoekerscentrum. Zo’n receptie valt uiteen in het formele en informele deel.
De jubilaresse, van geboorte een echte zuiderling werd door toespraken en cadeautjes (waaronder het fotoboek) in het zonnetje gezet maar ook op een andere manier verrast. Een groep intimi nam plaats in een kring en aan hen werd in een quiz gevraagd wat zij over C wisten. Dat ging hen voor een deel goed af…
Vervolgens trad er een gelegenheidskoor naar voren met een lied met een tekst over C het werd gezongen op de wijs van “Oh Champs Elysées.” Het overige deel van het gezelschap mocht steeds het refrein meezingen vanaf het uitgedeelde papier. Zo konden we jubelen bij het jubileum van C.
C. zou hoewel ze volgens mij ook dicht tegen de pensioenleeftijd aan liep nog niet stoppen bij het bedrijf. Even later vernam ik dat ze, in tegenstelling tot de dame, die mij uitgenodigd had en ikzelf geen kinderen en dus ook geen kleinkinderen heeft. Ze is een hartelijke vrouw, even spontaan als haar partner.
Moet je altijd jubelen en blij zijn als je zo’n groot aantal jaren bij een en dezelfde werkgever hebt mogen dienen? Tegenwoordig staat het goed op je cv als je verschillende werkgevers en soorten werk hebt verricht. Ik geloof dat die keuze nu net iets is wat je als het in je vermogen ligt lekker zelf mag bepalen.
Er zijn jubilea zoals boven aangegeven vanwege een langdurig dienstverband. Een even bekende vorm van een jubileum is een langdurig partnerschap, en nog specifieker een huwelijksjubileum. Ik heb de afgelopen tijd een paar keer gehoord van stellen, die 60 jaar getrouwd waren. Dat heugelijke feit hebben ze ook gevierd, hoewel, heugelijk? Je kunt er wel verheugd over zijn, want wie op zijn relatie-cv al een of meer relatiebreuken heeft staan hoeft daar niet trots op te zijn. Een langdurige relatieband oogst vrijwel altijd bewondering, en stilletjes vergelijk je dat met je eigen situatie.
Ook bij zo’n jubileum mag de loftrompet schallen en mag wat mij betreft de vlag uit. Als er bij een relatie-jubileum een feestje / receptie is zal die inhoudelijk toch anders zijn dan bij een bedrijfsjubileum. Het blijft in de huidige tijd toch iets, wat minder vaak zal voorkomen. Dat een trend, waar we niet omheen kunnen gaan. Jammer? Eigenlijk, wel…
Voor een relatiejubileum zijn als er echte liefde was beide partners verantwoordelijk, maar het komt ook voor, dat een van beiden het domweg lang heeft uitgehouden met de ander. Of het was een verstandsrelatie.