Dierenliefde heeft grenzen
donderdag 24 oktober 2024
Ik hou van vogels. Vooral als ik die buiten in de natuur zie. Ik heb twee vogelboeken om vogel(s) die ik tijdens wandelingen in de natuur heb gezien op te zoeken. In dierentuinen kan ik erg genieten van tropische vogels die in ruime verblijven met veel groen heen en weer vliegen. Bij mensen thuis is dat een ander verhaal. De vogel kan dan alleen binnenshuis vliegen als alle ramen dicht zijn en hij even uit de kooi mag. Dat heb ik geweten toen ik (decennia geleden) op bezoek was bij een man die een papegaai had. Het schijnt dat papegaaien zich slechts aan EEN persoon hechten.
Zijn grote kooi stond in de doorgang naar de keuken en de gang. Als ik er langs moest om naar het toilet of de keuken te gaan begon de papegaai te krijsen. Ik was al door de eigenaar gewaarschuwd dat ik niet te dicht langs de kooi moest lopen omdat de papegaai anders te gestresst zou raken. Probeer ook niet om hem te voeren, want zijn snavel is scherp, was het advies. Nou, dat liet ik uit mezelf wel achterwege. Op een gegeven moment werd het zijn dagelijkse(?) tijd om even te vliegen. Hij vloog een paar keer rakelings langs mijn hoofd alsof hij mij wilde aanvallen. Wat bleek (?), ik zat te dicht bij zijn baas, dus verkaste ik snel naar de verst afgelegen stoel. Onnodig om te zeggen dat het beperkt bleef tot dit ene bezoek en geen vervolg kreeg. Een prachtige papegaai, maar ik was wel bang van hem geworden.
Ik weet dat een kat een dier is dat bijzonder gehecht is aan gewoontes, maar dit huisdier gaat zijn eigen gang. Niks aan de hand dus, dacht ik. Het ging ook goed zolang ik op bezoek kwam. Toen de relatie vorderde en ik de 1e keer zou blijven slapen, bleek de kat niet alleen ook in de slaapkamer te willen zijn, maar tevens op het dekbed te willen liggen. Mijn vriend (niet van een datingsite !) begreep ook wel dat dit nu niet gewenst was en sloot de kat buiten. Tot ongenoegen van de kat. Hij bleef net zo lang miauwen en krabben aan de slaapkamerdeur tot we van ellende de kat maar binnen lieten, want slapen was onmogelijk geworden. Midden in de nacht werd ik wakker omdat ik iets langs mijn rug naar mijn benen voelde glijden. Ik gilde het uit, dacht dat er een muis of zo in bed was gekropen. Onnodig te zeggen dat ik nooit meer bij hem bleef slapen, hij moest maar naar mijn huis komen als hij wilde blijven slapen. Deze relatie heeft trouwens niet erg lang geduurd, want de kattenharen zaten vaak toch nog op zijn kleren en daar moest ik steeds van niezen.
Okee, een hondenbezitter dan maar. De hond bleek een dekentje te hebben als zijn plek, maar het slagroomgebak dat mijn date in huis had gehaald om iets lekkers bij de koffie te serveren bleek te aantrekkelijk om te negeren. De hond ging niet alleen elke keer opnieuw tussen mij en de salontafel instaan, maar bovendien met zijn snuit boven het gebak hangen. Hoe zijn baas hem ook corrigeerde, hij bleef het proberen. Ook mocht ik van de hond niet uit mijn stoel vandaan. Zodra ik opstond begon hij hard te blaffen. Onnodig te zeggen dat ook dit bezoekje geen vervolg kreeg, de hond was duidelijk de baas. Maar niet getreurd, er zijn nog genoeg leuke honden. Ik hou van wandelen in de natuur dus daar mag best een hond bij zijn, geen probleem.
Ik probeerde een andere man met hond, puur als wandelvriend dit keer. Ik had inmiddels wel gemerkt dat honden lang niet elk restaurant in mogen, zeker in de stad. Vooral met slecht weer ga ik liever niet met een dikke jas aan als enige met hem en de hond buiten op het terras zitten, maar in natuurgebieden mag de hond (meestal) gewoon binnen. Hij had ook oppas als we ook een keer samen naar een museum wilden gaan, dat moest lukken. Het wandelen ging ook prima zodra de hond ergens los mocht. Als de hond aangelijnd moest worden, ging hij steeds van links naar rechts pal voor mijn of zijn voeten lopen. Ontspannen wandelen werd moeilijk, te kort aanlijnen was geen optie, dan stikte de hond bijna. Maar het ging en ik wilde beslist niet op alle slakken zout leggen. Maar ook deze wandelvriend stelde zijn hond boven mij.
In duingebied mag een hond alleen aangelijnd en toen bracht hij een sleeplijn mee van wel 10 tot 15 meter. De hond bleef ook nu steeds van links naar rechts lopen en het duurde niet lang of die lijn zat half om mijn enkels gedraaid. Ik zag het gevaar van vallen, zeker als de hond ook nog zou gaan trekken. Ik vroeg of we terug konden lopen naar zijn auto om de flexlijn te halen. Ach, de hond moet hier in de natuur ook genoeg bewegingsvrijheid hebben, zei hij. Mijn vrouw stapte altijd steeds over die sleeplijn, doe niet zo moeilijk. Ik bedankte voor de eer, liep terug naar mijn eigen auto en ging naar huis. Enige tijd later heeft hij wel zijn excuses aangeboden. Maar het hoefde voor mij niet meer. Hij had nog andere wandelkennissen. dan ging hij daar maar mee wandelen.
Ik heb nog steeds veel begrip voor de grote liefde die iemand voor zijn/haar huisdier heeft. Ik heb zelf beslist geen hekel aan huisdieren, maar dierenliefde heeft wel grenzen. Misschien heb ik dikke pech gehad, maar bedenk aub van tevoren of een eventuele partner wel bij je past die zelf geen huisdieren heeft. Vervolgens moet die dame of heer maar om zien te gaan met alle gebruiken en gewoontes die deze dieren van nature hebben, of zich hebben eigen gemaakt...
geplaatst door sixty - 1356 keer gelezen
Vorige berichten
Single Story: de Acteur
“Een goed acteur leest het scenario voordat hij zijn rol kiest. Op die datingsites doet niemand dat. Iedereen zendt het eigen, saaie verhaal uit. Ik niet. Ik lees. Ik analyseer. Ik word de man die de vrouwen zoeken.”
“Een goed acteur leest het scenario voordat hij zijn rol kiest. Op die datingsites doet niemand dat. Iedereen zendt het eigen, saaie verhaal uit. Ik niet. Ik lees. Ik analyseer. Ik word de man die de vrouwen zoeken.”
“Een profiel is een open script, een personagebeschrijving die schreeuwt om een tegenspeler. Als een vrouw schrijft dat ze ‘spiritueel’ is en van ‘diepgaande gesprekken’ houdt, dan is dat mijn cue.”
“Snap je? Dan gaat mijn openingsscène niet over die keer dat ik in de kroeg hing, maar over die avond in de woestijn dat de sterrenhemel me deed nadenken over de nietigheid van ons bestaan. De details maak ik ter plekke. Het gaat om het gevoel, hoe het resoneert.”
“Zie ik een profiel vol foto’s van wandeltochten en bergen? Dan stof ik mijn personage van ‘de rusteloze avonturier’ af. Foto van mij op een willekeurige heuvel? Dat wordt de Mount Everest van de Lage Landen. Ineens ben ik de man die de stilte van de natuur opzoekt om de herrie van de wereld te ontvluchten. Het is een rol die altijd werkt. Ze willen geen man die op de bank zit; ze willen een man die een berg beklimt, zelfs als het een metaforische is.”
“Laatst had ik een date met een zakenvrouw. Strak, no-nonsense. Ik speelde de rol van de zelfverzekerde strateeg. Twee uur lang was ik haar perfecte match. Het liep op niets uit, natuurlijk. Op een gegeven moment willen ze achter de rol kijken, naar de ‘echte’ ik. Maar dat is nu juist het punt: dat kan niet. Daar vinden ze niemand. Mijn rol IS wie ik op dat moment ben. Echter wordt het niet.”
“Maar soms... heel soms, als een date voorbij is en ik weer alleen in de auto zit, dan valt het doek. Dan is er geen publiek, geen tegenspeler. Alleen ik. En dan vraag ik me af hoe het zou zijn. Met een vrouw die niet verliefd wordt op de rol, maar op de man die de vuilniszak in de kliko doet. Met iemand die mijn slordigheid kent en dat niet erg vindt, maar erom lacht.”
“Geen applaus, geen grootse dialogen, gewoon... Een arm om je heen op de bank. Het idee is even verleidelijk als angstaanjagend. Dat is een rol die ik nog nooit heb durven spelen. Het zou geweldig zijn. En de seconde daarna weet ik: dat is niet voor mij weggelegd. Snel door naar de volgende auditie.”
“Ze zeggen dat ik niet authentiek ben. Wat een onzin. Ik ben de meest authentieke persoon die er is; ik ben authentiek in elke rol die ik aanneem. Ik geef de vrouwen precies wat ze willen. Dat ik elke keer een andere spiegel ben, is een futiliteit. Niet van belang.”
“Mijn vaste openingszin? Ik heb geen vaste zin. Ik heb een methode. Ik lees haar scène, kies mijn personage en schrijf dan de enige logische openingszin. Voor de zakenvrouw was het: ‘Een indrukwekkend profiel. Het lijkt me dat onze aandelen flink in waarde kunnen stijgen na een strategische meeting.’”
“En voor de wandelaarster? ‘Ik zie dat jij de bergen beklimt om jezelf te vinden. Ik beklim ze juist om mezelf te verliezen. Misschien moeten we elkaar halverwege eens tegenkomen.’”
“Mijn kunst is het aanpassen. Tot ik mezelf niet meer herken.”
Deze Single Story is fictief. Het verhaal is 'opgetekend' in Grand Café 'De Nieuwe Kans', dat alleen op digitaal papier bestaat. Dat het allemaal verdacht veel op de werkelijkheid lijkt, is puur toeval. Maar misschien ook niet...
Goede Omgangsvormen
Omgangsvormen en beleefdheid zijn belangrijk in het leven en zeker ook in daten.
Volgens mij gaat iedereen er globaal gezien vanuit dat deze twee bij iedereen ongeveer eender zijn. We zijn als Nederlanders immers allemaal in dezelfde cultuur en maatschappij opgegroeid.
Toch kunnen er natuurlijk verschillen zijn. Dat kan meegegeven zijn door ouders, maar ook dat je als volwassene zelf je ijkpunt wat verlegd hebt.
En er zijn natuurlijk ook mensen die op zich wel in Nederland zijn opgegroeid maar toch een andere culture achtergrond hebben. Als je ouders niet hier zijn opgegroeid, krijg je daar ook een stuk van mee.
Buiten al die dingen vind ik het soms ook niet duidelijk wat nou het zogenaamde ‘done thing’ is om te doen of zeggen.
Voorbeelden van uiteenlopende omgangsvormen en beleefdheid vind je heel makkelijk online. Het lijkt dan vaak wel dat mensen alle beleefdheid het raam uit laten gaan. Vooral in de tijd van de pandemie liep het vaak de spuigaten uit. Maar je ziet online overal geregeld dat mensen bijzonder grof zijn naar een ander, die ze meestal niet eens kennen noch persoonlijk gesproken hebben.
Soms wordt ook beweert dat je eerlijk mag/moet zijn. Dat lijkt dan als excuus aangevoerd te worden om vlakaf dingen te zeggen. Voor mij zijn gewoon alles eruit flatsen en eerlijk zijn niet synoniem van elkaar.
Eerlijk willen zijn houdt voor mij in dat je je wel fatsoenlijk en zo nodig subtiel uitdrukt. Eerlijkheid hoeft een ander niet te kwetsen. En soms zeg je beter niets. Niet elke situatie leent zich ervoor.
In die zin ben ik het er niet 100% mee eens dat je eerlijk mag/moet zijn. Maar ook dat kan voor iedereen weer anders zijn. Ieder vormt zijn eigen normen en waarden, wat het niet makkelijker maakt om leuk en relaxt met elkaar om te gaan.
Voorbeelden van dingen die ik soms niet zo duidelijk vind… Geen één van alle halszaken, hoor! Maar ik vraag het me wel eens af.
Als een supermarkt of winkelassistente je bij het weggaan een fijne dag of weekend wenst, zeg je dan “dank je wel!” en ga je weg?
Of is het eigenlijk de bedoeling dat je zegt “jij ook!” en weggaat?
Vraag is dan of je hun groet dan werkelijk wel aanneemt of wuif je hem een beetje weg door “jij ook!” te zeggen?
Wordt door die ander ergens ook verwacht dat jij de wens of groet terug uitspreekt? Of mag je gewoon hun wens ontvangen, er blij mee zijn, en met een “dank je wel” weggaan?
Hetzelfde geldt met een klantenservicemedewerker aan de telefoon bij het einde van het gesprek.
Ik heb er zelf op één of andere manier een gewoonte van gemaakt om “jij ook!” te zeggen en weg te gaan. Maar ik voel dat ik hun wens dan niet echt meer opneem.
Wat ik zeg, geen halszaak, maar toch iets waarvan ik wel eens denk, “wat is hier nou eigenlijk de gebruikelijke of verwachte manier van doen?”
Goede omgangsvormen met daten zijn natuurlijk ook heel belangrijk.
Voor mij valt daar zeer zeker onder op tijd komen. En ook een normale fatsoenlijke begroeting.
Ik heb een keer meegemaakt dat het niet zo ging. Ik stapte uit mijn auto, hij stond er vlak naast te wachten.
Geen hand, geen “hoi, ik ben… ” of wat dan ook, maar een klagend “Jemig, jij bent wél lang!”
Sja, mijn profiel zegt duidelijk 1.78m en dat is in real life dan niet ineens 1.68m.
Uit fatsoen ging ik toch nog met hem naar het restaurant omdat hij bijna drie uur had gereden voor de date, maar halverwege ben ik weggelopen. Hij was zo onbeschoft en cru dat ik er genoeg van had.
Ik ben zelf zo dat al weet je direct dat er geen klik is en ook niet gaat komen, dan kun je nog als twee volwassen mensen even een kop koffie drinken. Maar door die man geleerd dat dat niet altijd mogelijk is.
Iemand onnodig laten wachten vind ik ook not-done.
Ik heb iemand meegemaakt die én te laat kwam opdagen én mij vervolgens nog dik tien minuten in de koude wind liet staan omdat hij zijn voertuig uitgebreid moest parkeren. En herparkeren. Terwijl er volop plek was.
Toen hij dan eindelijk bij mij kwam, kreeg ik nog een botte opmerking over me heen.
Dan zakt mijn broek daar toch vanaf. Figuurlijk dan, hè!
Voor mij hoeft het dan al niet meer.
Al zijn we dan allemaal in dezelfde maatschappij en cultuur opgegroeid, hoe onze individuele omgangsvormen zijn, lijkt vaak toch mijlenver uit elkaar te liggen!
Gelukkig zijn mijn meeste ervaringen allemaal positief, zowel qua dating als met ‘gewoon’ socialisen.
Blijft de niet-halszaak-vraag: wat zeg je nou in een winkel/supermarkt?
En nog een vraagstuk:
Als direct bij de eerste ontmoeting iets onprettig verloopt, ga je dan weg?
Of als er niets onprettig is, maar je voelt meteen dat hij/zij het niet gaat zijn voor jou, ga je dan weg? En zo ja, doe je dat ook als die ander lang gereden heeft voor de date?
Of ga je dan toch nog even samen wat drinken?
Ik hoop zeker dat er ook mannen antwoorden op de vragen over die laatste 2 situaties! Gaan jullie in die gevallen weg en laten jullie een vrouw gewoon staan of zijn jullie eerder geneigd toch galant te zijn en nog wat te gaan drinken?
Het boekenweekgeschenk
Er was nogal wat te doen vanwege het boekenweekgeschenk dit jaar. Want het was geschreven door de populaire schrijver Peter De Smet alias Hendrik Groen. Een bestsellerauteur, moet die nou een steuntje in de rug krijgen? Het geschenk is toch bedoeld om nieuw literair talent aan het grote publiek voor te stellen? De kritieken op het romantische werkje, een soort hedendaags sprookje, waren dan ook niet van de lucht. Een teleurstellende leeservaring volgens Nico Voskamp van de Boekenkrant, een commerciële keuze oordeelt dichter Joost Oomen. En daar zal best wat literaire kinnesinne bij zitten. De Smet zelf vindt het “gewoon een heel lief, leuk, klein verhaaltje”. En dat is het ook.
Een beetje gemakzuchtig is het wel en op mij komt de vertelling ook wel wat neerbuigend over. Over een man en een vrouw, twee alleenstaanden van rond 60 jaar die elkaar ontmoeten. De man is een uitgerangeerde schoenenverkoper, net werkloos geworden, een enorm saaie lul noemt hij zichzelf en dat getuigt van zelfkennis. Zij is een nogal tobberige kapster die door reuma in haar handen niet meer kan werken. Zij wordt door haar buurvrouw wordt aangespoord om te gaan daten, maar daar is het nog niet van gekomen. Veel meer komen we niet over hen te weten.
De twee raken met elkaar in gesprek bij een verjaardagsfeestje. Daarbij gaan ze samen flink aan de drank, zij met roseetjes, hij aan de bacardi-cola. Aan het eind van de avond spreken ze af om samen een reis te maken naar Italië en dan van Italië terug met een Piaggio, het bekende Italiaanse driewieler-tuktuk-autootje. Want deze ‘saaie lul’ bleek nog een oude onvervulde droom te hebben en aangemoedigd door de wijn stelt zij voor om die nu alsnog waar te maken; hij stemt in en de deal wordt beklonken.
En zo beginnen deze mensen die elkaar nauwelijks kennen een paar weken later aan een avontuur dat gaandeweg tot toenadering leidt. Haar aanvankelijke ongemak wordt leuk verbeeld door de krappe zitcomfort in het mini-karretje, zij zwetend dij-aan-dij met haar volslanke lijf, terwijl hij opleeft door de vervulling van zijn wens. Maar alles went en zo groeit er iets moois door de gedeelde lotgevallen onderweg. Of daar ook een liefdesrelatie uit voortkomt, dat laat de schrijver wijselijk in het midden, maar het heeft er alle schijn van….
Tja ik snap de kritiek wel op zo’n onwaarschijnlijke romance, maar ondertussen hebben wel meer mensen onvervulde dromen, hopend op een gelegenheid om de stoute schoenen aan te kunnen trekken. En daar is dan wel een zetje voor nodig. Of alcohol nou de beste raadgever is, in dit verhaal is het in elk geval een adequaat middel om de drempel te verlagen en moed te vatten. Een beetje moed is er wel nodig om samen in de Piaggio te stappen – het wagentje is natuurlijk symbool voor het ongewisse – en alleen in de fantasie van een schrijver is een goede afloop gegarandeerd; in de echte wereld is het vallen en opstaan. Want, zo luidt de wijsheid, de weg naar succes wordt bewandeld door de bereidheid om te mislukken. :-P