Medeplichtig
maandag 16 december 2024
‘Heb je condooms bij je?’ Ik schrik van de vraag. Impertinent is misschien te sterk uitgedrukt, het is meer de timing die me dwarszit. Prematuur wil ik de vraag wel noemen.
Ik beschouw mezelf als een man die op veel is voorbereid, maar condooms behoren niet tot mijn standaarduitrusting, ook die middag niet.
‘Nee, sorry, die heb ik niet bij me.’
Ik zie haar misnoegde blik en weet direct dat dit niet het goede antwoord is. Ik had ook geen sorry moeten zeggen. Waar veel mensen dat woord verstaan als een spijtbetuiging en een zoenoffer, hoe betekenisloos ook, is het voor anderen een teken om zich verder vast te bijten in hun gelijk.
In een goedbedoelde poging om het gesprek gaande te houden, zeg ik: ‘En jij, heb jij ze bij je?’ Had ik beter ook niet kunnen zeggen. Ik houd op die manier weliswaar het gesprek gaande, maar de stemming komt het niet ten goede.
‘Waar slaat dat nou op, waar zie je me voor aan?’ zegt ze op afgemeten toon.
Ik bestel voor de tweede keer koffie, koop nog wat tijd.
‘Nou ja, je vraagt het zo, eigenlijk zonder enige aanleiding halverwege onze eerste ontmoeting, dus ik dacht, misschien is het voor jou heel vanzelfsprekend om condooms bij je te hebben.’
‘Waarom zou ik in godsnaam condooms bij me hebben, ik ben toch geen man?’
Ik val stil. Mijn hersens werken op volle toeren, maar moeten het afleggen tegen zulke ijzeren logica. Hoe brei ik hier nog een fatsoenlijk einde aan? Ik heb al drie steken laten vallen, geen kleine in haar ogen.
Voorzichtig neem ik een slokje van mijn koffie. Er is nog niets verloren, alles is nog mogelijk, houd ik mezelf voor. Of is alles al verloren en niets nog mogelijk? Ik weet het niet meer en doe een laatste poging.
‘Tot nu toe heb ik geen enkele reden om daaraan te twijfelen’, antwoord ik op gemaakt ondeugende toon. Zie ik daar het begin van een glimlachje verschijnen?
Het gesprek ontdooit. Kabbelt heen en weer tussen koetjes en kalfjes en overstijgt dat niveau soms zelfs. Natuurlijk gaat het ook over daten. Een geschikter onderwerp om het lang over niets te hebben maar tussen de regels door toch veel te zeggen, is nauwelijks denkbaar. De afstand tussen ons verkleint. Voel ik daar een been langs het mijne strijken? Soms buigt ze zover naar me toe dat ik haar lichaamswarmte kan voelen.
De sfeer is zo ontspannen dat het einde van onze ontmoeting zich als vanzelf aandient. Nu het afscheid nog ongeschonden doorkomen en dan heb ik het er toch nog redelijk vanaf gebracht, denk ik. Zij is met de auto, ik met de fiets. Ik loop met haar mee naar de parkeerplaats. Ze leunt tegen de auto en laat haar hand vertrouwelijk op mijn arm rusten. ‘Heb je zin om mee te gaan?’ En voordat ik kan antwoorden, voegt ze eraan toe: ‘Ik heb ze niet bij me, maar wel thuis.’ Een knipoog. Ik schrik voor de tweede keer en mompel iets over een drukke middag voor de boeg. Voordat ze zich met een bruuske beweging omdraait en in de auto stapt, geeft ze me drie luchtzoenen. Onze jukbeenderen botsen.
Pas als ik naar huis fiets, dringt het besef ten volle tot me door: bijna was ik medeplichtig geweest aan seks met voorbedachten rade.
geplaatst door PlanB - 1986 keer gelezen
Vorige berichten
Punt
Zet hem nooit, zei onze Paulien zaliger.
Het was haar manier om te zeggen, natuurlijk met een talige metafoor, dat er in het leven maar zelden d
Daten in de digitale wereld
In de eerste decennia van mijn leven stonden computers nog in de kinderschoenen. Bij mijn eerste werkgever in 1968 waren zij op de afdeling documen
Ik was zijn muze
Een muze is geen willekeurig persoon die toevallig model staat voor een schilder. Ben je de muze van een schilder, dan slaat er bij de kunstenaar e