Klaarwakker
donderdag 6 februari 2025
Laat ik nu jaren hebben gedacht dat ik mijn status als alleenstaande te danken heb aan bindingsangst.
De eerste jaren na mijn scheiding was ik nog vol goede moed. Of ik was nog een gevangene van mijn huwelijkse denken en ik kon me eenvoudigweg niets anders voorstellen dan dat ik binnen de kortste keren weer samen zou zijn; dat kan ook. Maar na een paar jaar begon het gepieker en nog weer wat later sloeg de vertwijfeling toe.
Eerst dacht ik nog dat ik mijn bindingsangst pas had opgelopen ná mijn scheiding. Ik was tenslotte dertig jaar getrouwd. Maar van dat idee genazen de mensen in mijn directe omgeving mij snel. Want naarmate zij maar bleven zeuren over hoe het toch in godsnaam mogelijk was dat ik nog steeds single was en naarmate het mysterie van alleen zijn én blijven met het verstrijken van de tijd voor mij alleen maar gelaagder werd, drong de noodzaak van een plausibele verklaring zich navenant sterker op.
En eindelijk vond ik er een. Hij lag, achteraf bezien, voor het oprapen, maar je moet er maar op komen: ik had altijd al bindingsangst, dát was het, maar daar had ik natuurlijk niets van gemerkt in die dertig jaar dat ik getrouwd was.
Een grote rust kwam over mij. Of ik het nu ook echt geloofde, weet ik niet, maar ik was in elk geval van het gezeur af, zij het voorlopig, want ook al konden mijn vrienden leven met deze verklaring, ik begreep heel goed dat hun honger maar voor korte tijd zou zijn gestild. Binnen de kortste keren zouden ze het ongetwijfeld met mij willen gaan hebben over de noodzaak om in therapie te gaan voor deze, voor singles terminale kwaal.
Maar, lotgenoten, als de nood het hoogst is, is de redding nabij. Die lijdensweg zal mij bespaard blijven. En dat allemaal dankzij een alweer oud onderzoek dat mij een dezer dagen onder ogen kwam.
‘Struggle to sleep in a strange bed? Scientists have uncovered why’. Wat blijkt? Onderzoek wijst uit dat het menselijke brein maar voor de helft slaapt, als we voor het eerst in een vreemd bed slapen. De kussens zijn stevig, het dekbed knus, de matras onbetaalbaar, maar desondanks beleven we een onrustige nacht.
Laat me eerst uitleggen, hoe overbodig misschien ook, waarom ik dit bericht met wijdopen armen ontving. In de loop der jaren heb ik een soort lakmoesproef ontwikkeld om potentiële kanshebbers te screenen. Hij is heel eenvoudig, wellicht herkenbaar ook, en bevat maar één vraag: hoe word ik de volgende ochtend wakker? Onrustig? Foute bingo. Gelukzalig comateus? Dan maken we een kans.
De onderzoeker legde uit hoe het komt dat mensen geen oog dichtdoen tijdens hun eerste nacht in een vreemd bed. Net als veel vogels en zoogdieren slapen we maar half en reageert ons lichaam sneller op omgevingsgeluid en licht. Dat we voor de helft wakker blijven, heeft te maken met veiligheid. Baywatch, maar dan in de slaapkamer. Het onderzoek repte er niet van, maar ik nam aan dat dit ook gold voor een vreemde in je eigen bed, hoe bevallig ook. Dat lijkt me mutatis mutandi in beginsel net zo onveilig.
Verder lezend nam mijn blijdschap wel iets af, want gedurende de tweede nacht verdwijnt de onrust bij de meeste mensen. De hersenen van de onderzochte personen leken te wennen aan de nieuwe omgeving, al gaat daar dus wel een nachtje overheen. Bij mij zijn het er inmiddels dik zesenhalfduizend. Vandaar mijn lichte teleurstelling.
Toch put ik hoop uit dit onderzoek. Ik heb helemaal geen bindingsangst. Dat betreft alleen een van mijn hersenhelften. De andere is helemaal klaar voor een nieuwe liefde.
geplaatst door PlanB - 1586 keer gelezen
Vorige berichten
Punt
Zet hem nooit, zei onze Paulien zaliger.
Het was haar manier om te zeggen, natuurlijk met een talige metafoor, dat er in het leven maar zelden d
Daten in de digitale wereld
In de eerste decennia van mijn leven stonden computers nog in de kinderschoenen. Bij mijn eerste werkgever in 1968 waren zij op de afdeling documen
Ik was zijn muze
Een muze is geen willekeurig persoon die toevallig model staat voor een schilder. Ben je de muze van een schilder, dan slaat er bij de kunstenaar e