Blij Grijs
vrijdag 4 april 2025
Sinds ik in Leiden woon, kom ik nog eens ergens. In Rotterdam bijvoorbeeld, de stad van mijn vader, de stad waar wij als kinderen hoogst zelden kwamen omdat wij nu eenmaal naar het geboortehuis van mijn moeder gingen. Blijdorp, dat herinner ik mij nog. De papegaaien bij de ingang, de ijsbeer die heen en weer stond te zwaaien op zijn betonnen platform, het nijlpaard dat bijna even groot was als zijn stenen badkuip, en dat zijn stinkende bek telkens weer wijd open deed. Niks om blij van te worden. En ik weet het niet eens zeker, van die papegaaien.
‘Liefde is een actieve kracht in de mens.’ (Erich Fromm)
Een droom. Ik ben jarig, denk ik. Er is immers familie samengekomen in een groot grijs huis dat ik heb gehuurd; het huis waar mijn oude grenen bank op de veranda staat. Mijn overleden zusje is er ook; ze leunt naast me op de bank. Grijsblauwe wollen trui, pluizige spijkerbroek. Ze oogt moe maar tevreden - wat me goed doet. Haar handen zijn droog. Ik pak de groene tube huidcrème uit mijn tas, wil haar handen invetten. Ze weert me af, ze wil het niet, ze wil nog steeds niet dat ik haar help. Een vage man (lang, licht roodbruin haar, meer jong dan oud) wil dat ik in zijn auto naar de stad (Rotterdam?) rijd. Ik zeg dat ik dat niet kan, dat ik geen rijbewijs heb. Wat hij geen probleem vindt; hij zal de auto op afstand besturen.
‘Soms kun je door van houding te veranderen je hersens op andere gedachten brengen.’ (uit: ‘Koetsier Herfst’, van Charlotte Mutsaers)
Gesprekje op perron 1 van station Leiden Lammenschans, zo rond half acht in de ochtend. “Verrassend, een grijs hoofd tijdens de ochtendspits!” Hij zegt dat tegen mij. Ik schat hem een jonge veertiger, een aardige jonge veertiger, en ik besluit het spel mee te spelen. “Snap ik, míjn tijd begint pas om negen uur. Maar vandaag heb ik een vroege wandeling in Rotterdam. Vind je het erg als ik een plaats inneem in jouw spitstrein?’’ Hij lacht betrapt. Hij blijkt een treinenman te zijn - en hij wil graag dat zijn wereld klopt.
‘Een schrijver heeft zijn complexen en traumata nodig als brood.’ (uit: ‘Een helleveeg', van Martin van Amerongen)
Onze gids in Rotterdam is een rasechte Rotterdammer, een man die van zijn stad houdt - maar die er in alle liefde liever niet zou willen wonen. Ooit. We lopen de Rotte langs, de stad uit. Wie mij gelukkig wil maken, die lope met mij langs het water! Langs een rivier, een meer, de zee. Nou ja, een beetje minnekozen in een warme duinpan is ook zeer gelukkig makend. Maar ook zeer exclusief. Wij liepen dus de Rotte langs - en omdat de andere groepsleden niet naar Arboretum Trompenburg wilden en ik wel, slenterden de gids en ik uiteindelijk samen over de Trompenburgse slingerpaadjes. De mevrouw achter de kassa wilde het pasje voor de overtuin aan mij geven - maar toen ze zag dat hij en ik hier samen waren, gaf ze het aan hem, waarop hij het hoffelijk aan mij gaf. We lachten erom en ze kreeg een kleur. Al met al was deze dag zo gelukkig makend dat ik op ijsjes trakteerde. Bij de tramhalte veeg ik het ijs van mijn mond met de mouw van mijn jasje. Maar we geven elkaar een hand.
geplaatst door RodeJas - 1379 keer gelezen
Vorige berichten
Irritaties, ergernissen, de bom onder elke relatie
De titel van deze blog klinkt als een aanname. Het is jammer, dat ik moest vaststellen, ook in mijn eigen relaties, dat irritaties over het gedrag van een partner een voorbode waren van “einde oefening”. Terwijl vaak in een of meer goede gesprekken ergernissen benoemd kunnen worden en er in goed overleg naar een oplossing gewerkt kan worden.
Er zijn irritaties over een eenmalige domme actie. Een onzorgvuldig gekozen woord in een gezelschap, een opmerking die iemand raakt in zijn of haar ziel. Soms weet je niet dat je door iets te zeggen onprettige herinneringen losmaakt bij de ander. Die irritatie kan door een welgemeend excuus uit de wereld geholpen worden.
Helaas zijn er nog vaker ergernissen die bij allerlei situaties terugkeren. Zelf heb ik onlangs meegemaakt, dat iemand tot zes keer toe op een dag over hetzelfde gebeuren uit het verleden terugkwam. Een repeteerwekker dus. Ik moest mijn gesprekspartner er steeds aan herinneren, dat ik dit al uit den treure had gehoord. Dit gedrag is niet nieuw. Uit de tijd van de Romeinen stamt de uitdrukking: Ceterum censeo Carthaginem esse delendam. Vertaald: Overigens ben ik van mening, dat Carthago verwoest mot worden. Hoewel het historisch beschouwd niet bewezen wis, wordt deze quote aan Cato, een Romeins senator toegedicht. Dat zijn toespraken steeds hiermee eindigden zullen de toehoorders geërgerd hebben, maar het heeft wel effect gehad, de Romeinen hebben Carthago ingenomen en verwoest.
Irritaties bij een date en bij het begin van een relatie zullen alle daters bekend voorkomen. Behalve ergernissen over een verkeerde woordkeuze zijn er nog meer! Denk aan kleding, lichaamsgeur, geen belangstelling voor wat de mede-dater te berde brengt, problemen bij het afrekenen van een consumptie.
Als een van beiden veelvuldig terugkomt op wat er zich heeft afgespeeld in een vorige relatie en vooral als die relatie als het ware de hemel in geprezen wordt zal de toehoorder van deze loftuiting niet bepaald gecharmeerd zijn.
Wanneer men in het begin van een relatie een paar keer bij elkaar thuis is geweest kunnen de verschillen tussen beide huishoudens minimaal stof voor een discussie zijn. En wat denkt u van de kennissenkring of de familie?
Ik denk, dat het van essentieel belang is om irritaties, wat de oorzaak ook mag zijn, op een gewone manier te bespreken, zonder stemverheffing. Daarmee moet je niet te lang wachten.
Als er al een tijd sprake is van een relatie kunnen er ook bepaalde gedragspatronen boven komen drijven. Dan denk ik aan het verschil tussen ochtend – en avondmensen, de verdeling van huishoudelijke taken, de invulling van de vrije tijd. Knelpunten te over. Irritaties over deze aspecten zijn oneindig veel moeilijker in een gesprek op te lossen. Wat denken jullie over de contacten, die beide “geliefden” nog koesteren met mensen uit hun verleden, gesteld dat zij daarmee ooit een liefdesband hadden?
Wie heeft in een relatie behoorlijk te kampen gehad met irritaties (ik zou bijna vragen: Wie niet?). Ben je er - (zijn jullie er samen) uitgekomen?
De jongleur
Ik benijd andere mensen wel eens om hun geregelde leven, de vanzelfsprekendheden van de dagelijkse omgang met elkaar. Met feestdagen word ik daar extra met de neus op gedrukt. Voor mij is dat allemaal niet zo vanzelfsprekend, ik moet er dubbel zoveel energie in steken om contacten te onderhouden en niet alleen dat, de verschillende wensen en verwachtingen moeten ook nog in goede banen worden geleid. Ik voel me wat dat betreft wel eens een jongleur, maar dan met een netwerkje van contacten om in de lucht te houden. Een dynamisch geheel zogezegd, het leven is niet zo duidelijk uitgestippeld als toen ik, lang geleden, nog een doorsnee gezinshoofd was. Maar goed, als dat vooralsnog de realiteit is, hoe erg is het dan helemaal om een jongleur te zijn? Niet zo erg toch? Wie wilde er nou als kind geen jongleur zijn. Fascinerend hoe zo’n artiest tien ballen hoog kon houden – ondertussen ook nog fietsend op een eenwieler. Zelf ben ik niet verder gekomen dan drie, en aan die eenwieler ben ik sowieso niet begonnen. Maar als alleenstaande oudere man ben ik in de herkansing!
Een jongleur in contacten moet voortdurend op zijn tellen passen, het vergt wat oefening. Dat is inspannend, maar daar staat wel wat tegenover. Geen sleur, geen soesa. Een leven met ups en downs tegenover een leven met (meer) vastigheid en zekerheden. En het is ook niet erg als het eens fout gaat, daar leer je weer van. Laatst was ik op een familiereunie, allemaal tevreden gesettelde stelletjes: is dat nou waar ik naar uitkijk? Eh ja toch wel eigenlijk, samen is de norm en dat trekt ook. Het is een dubbel gevoel (en zij hebben dat dus net zo van de andere kant, sommigen tenminste…). Ik merk het wel eens als ik iemand ontmoet als date. Dat iemand zich eigenlijk op dat moment pas realiseert dat er twee kanten aan zitten, een soort schrikreactie. Is er een middenweg? Jongleurs onder elkaar, dat werkt het beste, zo lijkt het. Je ziet het plaatje voor je: twee mensen die balletjes in de lucht houden terwijl ze elkaar die ook toespelen. Spannend, leuk om te zien, leuk om te doen.
De onzekerheid van het jongleren heeft iets avontuurlijks, het houdt je alert, je krijgt er energie van. Je moet moeite doen om er wat van te maken. Maar daardoor weet je de mensen die je ontmoet, de dingen die je onderneemt, ook des te meer te waarderen. Het heeft ook iets met vrijheid en creativiteit te maken. En er is een bonus: wat je vindt is vaak niet datgeen waar je naar op zoek was. Dat vind ik zelf nog wel het mooiste. Zo, en nu ga ik lekker op vakantie. Ik heb wel een en ander voorbereid, maar ongetwijfeld zullen er ook wel weer de nodige verrassingen zijn. Van het leuke soort hopelijk.
Durf jij te zeggen dat je ergens geen zin in hebt?
Of iemand dat echt zomaar durft te zeggen? Veel mensen vinden dat moeilijk. Een beproefde manier is om de boot af te houden of... niet zo enthousiast op de vraag reageren. Vervolgens maar hopen dat de hint begrepen wordt.
Bij een baan waar je geen voldoening meer in vindt, zijn er meerdere dingen die je kunt doen 1) De rotklussen laten liggen voor een ander, 2) Lang met privézaken bezig zijn in de tijd van je baas. 3) Veel minder werk verrichten dan er van je verwacht wordt. 4) In het uiterste geval jezelf ziek melden. Alles is beter dan aan je collega's of baas toe te geven dat je uitgekeken bent op deze baan en eigenlijk iets anders wilt.
Bij relaties gaat het meestal geleidelijker. 1) Niet meer met leuke plannetjes komen. 2) Romantische gebaren naar de partner drogen op. 3) Minder naar de ander toe willen gaan dan voorheen 4) Het libido zakt af. Dat kan je laten merken door aanzienlijk meer tv te gaan kijken in zijn gezelschap. Hij kan zoiets ook aan jou laten zien door in slaap te vallen als je samen naar een romantische film kijkt. Zij reageert door zich niet meer op te doffen als hij op bezoek komt. Die mooie jurk niet meer aan te trekken voor hem. Dat sexy setje ondergoed komt opeens ook niet meer uit de kast,
Ze kan net doen of ze al slaapt, als hij haar met een kus welterusten wil wensen. De kat of hond ligt al prominent op het dekbed, terwijl hij nog in bed moet stappen. Zijn onderbuik gevoel zal hem ongetwijfeld waarschuwen dat haar behoefte aan intimiteit (bijna) weg is. Toch durft menig man er niks van te zeggen, uit angst voor ruzie. Of hij is bang om een stroom verwijten terug te krijgen. Door dit soort dingen niet te bespreken, ga je uit elkaar groeien.
Er zijn meer signalen waaraan je kunt zien dat de relatie niet jofel meer is : niet meer met hem mee willen op familiebezoek. Geen zin meer hebben om bij zijn wedstrijden te gaan kijken, wat je voorheen wel vaak deed. Zeg dan gewoon dat je liever thuis blijft of... iets anders wil doen. Als je dit rustig kenbaar maakt, geeft dat lucht in de relatie en hopelijk wat meer vrijheid. Als je beiden bereid bent om wat dingen aan te passen, kan het de relatie ook een nieuwe boost geven...