Stil en vredig
zondag 14 december 2025
Stil en vredig
Zondagmorgen. Ik ben al vroeg op pad en onderweg naar het station om een vriendin op te halen. Ik rijd door het dorp. Een wandelaar met een hond, maar voor de rest zijn de straten verlaten en is alles stil. Bijna geen verkeer. Stil en vredig voelt het haast. Alle gordijnen en rolluiken zijn nog bij vele huizen gesloten. Bij enkele huizen is alles open en branden binnen de lichten. Ik zie een moeder zitten met een baby op schoot. Waarschijnlijk de baby aan het voeden, denk ik. Een Kerstboom in de hoek van de kamer. Sommige huizen en tuinen zijn versierd met lichtjes. De donkere dagen voor de kerst.
Ik ben ruim op tijd en besluit op het perron te gaan wachten. Geen haastende reizigers, ook hier is het rustig. Ik heb koffie en bekertjes meegenomen voor ons straks onderweg. Naast mij op de bank komt een jonge man zitten. Hij pakt zijn telefoon en belt. “Over drie kwartier ben ik thuis.” “Alles goed?” En even later sluit hij af. Hij gaapt. Een lange nacht? Hij vertelt over zijn nachtdienst als verpleger. Koffie? Oooh? Ja graag. Dan arriveert zijn trein. Ons gesprek onderbroken. Ik wens hem wel thuis.
Zo anders is het doordeweeks op de busstations en perrons van de treinen. Meestal wanneer ik op reis ga, neem ik genoeg de tijd. Reizen kost toch veel wachttijden. Overstaptijden. Ik vind het altijd wel makkelijk om voldoende tijd te hebben om een andere trein, of vervoermiddel te kunnen nemen. En… ik vind wachten niet erg. Zoveel verschillende mensen kunnen observeren. Mensen die haast hebben. Nog snel een trein instappen net voor de deuren sluiten. Mensen met grote koffers, die waarschijnlijk een grote reis gaan maken. Misschien wel naar een cruise op weg zijn, of misschien wel gaan vliegen naar een voor hen fijne bestemming. Of op familiebezoek gaan, naar kinderen die ver weg wonen. Genoeg om over te fantaseren. Bovendien ontmoet ik onverwachts dikwijls iemand waar ik een leuk gesprek mee heb. Soms zou ik willen, dat dit kortstondige contact wat langer had kunnen duren.
Dat laatste doet mij herinneren aan een reis naar Frankrijk toen ik met meerdere reizigers op een vol perron in Breda stond te wachten op de internationale trein naar Brussel. De vertrektijd was aanstonds, maar opeens werd het informatiebord zwart. Daarna werd er omgeroepen op welk perron de trein zou vertrekken. Ik moest deze trein halen om op tijd te zijn voor de TGV die zou vertrekken in Brussel Midi naar Avignon in Frankrijk. Het perron stroomde leeg en ik en allen haastten zich naar het andere perron. Terwijl ik rende nam Iemand naast mij de rugzak van mij over en we gingen de trein in bij de eerste de beste nog geopende deur. Hijgend ploften we neer op zitplaatsen in de 1e klasse. Een Belgische conducteur kwam al snel de kaartjes controleren. Hij deelde mij mede, dat ik moest verhuizen naar de 2e klasse waarop ik hem vriendelijk heb gevraagd om nog even te mogen blijven zitten om even bij te komen. We begonnen samen te lachen en de behulpzame man bleek een Belg te zijn. Hij vertelde, dat hij onderweg was naar zijn vriendin in Parijs die daar voor haar bedrijf een beurs organiseerde. Ik ben blijven zitten tot in Antwerpen.
Het zijn maar momentopnamen van korte ontmoetingen, met vaak wel bijzondere herinneringen. Of de man waarmee ik samen door een tolpoortje liep toen bleek dat ik een verkeerd kaartje had mij nog kan herinneren, dat vraag ik mijn nog dikwijls af. We hadden samen een uur tegenover elkaar gezeten in de trein naar Nijmegen. We kwamen in gesprek nadat de conducteur mijn kaartje had gecontroleerd en waaruit bleek, dat ik had ingecheckt bij het verkeerde tolpoortje. Spontaan bood hij aan om mij te helpen. En ja, dat gebeurt ook, soms zijn er ontmoetingen waarbij ik denk had ik maar meer mogelijkheden om elkaar te ontmoeten om elkaar beter te leren kennen. Dat had ik ook bij deze ontmoeting in de trein naar Nijmegen. We gingen uit elkaar met elkaar nog een prettige reis en verblijf te wensen en dat was het dan. Toch blijven dit mooie herinneringen, waarbij het in gesprekken klikt en er in korte tijd een gevoel van verbondenheid ontstaat.
Reizen blijft avontuurlijk en er kunnende altijd verrassende ontmoetingen en gebeurtenissen plaatsvinden.
Liefs,
Monique
geplaatst door monique3 - 577 keer gelezen
Vorige berichten
Wat herinner je nog van je relatie?
Wie het verleden beheerst, beheerst de toekomst. Wie het heden beheerst, beheerst het verleden.” (George Orwell) en Kennis van het verleden is de sleutel tot begrip van het heden (Confucius). Twee wat cryptische uitspraken om over na te denken.
Als je voor het eerst begint met een relatie of opnieuw de sprong waagt in datingland is de toekomst ongewis. Je weet nooit welke kant het op gaat, hoewel je er toch allebei het beste van hoopt.
Vrijwel iedereen die zich aangemeld heeft bij een datingsite heeft een relatieverleden. Dat hoeft tegenwoordig niet persé in een door een gang naar het stadhuis vastgelegd huwelijk of samenlevingscontract gegoten te zijn. De herinneringen aan die relaties worden vaak aangeduid als een rugzakje. Dat lijkt een aanname; door dat etiketje worden die herinneringen collectief als negatieve ervaringen bestempeld. Het kan mijns inziens geen kwaad de positieve gebeurtenissen te bewaren en minder fijne dingen goed te verwerken en een plekje te geven.
Uiteraard is er een groot verschil tussen relaties die eindigen door een uit elkaar gaan en relaties, die eindigden omdat een van beide partners overleed. Toch kunnen er ook goede herinneringen na een scheiding zijn.
Bekend is het lied van Joost Nuissl (in 2025 overleden): “Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben”. Het lied refereert ontegenzeggelijk aan een stel, wat uit elkaar ging terwijl een van beiden herinneringen koestert aan de beëindigde relatie.
Of die herinneringen bij tijd en wijle opduiken hangt (ook) af van het geheugen. En of je moeite hebt gedaan wat er vroeger was uit dat geheugen weg te poetsen.
Mooie dingen zijn altijd: De geboorte van je kinderen. Genezing na een ernstige ziekte. Een fijne vakantie. Verhuizen naar een betere woning.
Ik geloof, dat beide partners niet altijd gebeurtenissen gelijkelijk ervaren en er ook verschillende herinneringen aan bewaren. Zou dat komen omdat er onderhuids al een vermindering gaande is van de gevoelens van een kant?
Ik werkte vroeger in een archief. Zo’n werkplek is bij uitstek de plaats waar het er om gaat zaken uit het verleden goed te bewaren voor het nageslacht. Het ging daarbij in het begin van mijn loopbaan om papieren documenten, later ging men via microfilm over op digitale paperassen. De ontwikkeling van fysieke contacten naar digitale contacten die in een relatie uitmonden vond grotendeels in dezelfde tijd plaats.
Wie uit een relatie komt die hoe dan ook stopte zal tegenwoordig zowel over fysieke herinneringen (foto’s, brieven, cadeautjes), over herinneringen in het geheugen maar ook over via de digitale weg ontstane herinneringen beschikken. Als die laatste versie ook via social media speelt is er een kans, dat anderen ze ook kunnen ontdekken. Dat kan soms lastig zijn, als iemand net met een nieuwe relatie bezig is of zich openstelt voor nieuwe contacten. Het zou zelfs mogelijk zijn, dat wat er via de digitale snelweg bekend is als het ware ontaardt in een “relatie curriculum vitae”.
Daarom is het verstandig voorzichtig om te gaan met wat je over jezelf bekend maakt op platforms als facebook of Linkedin, wat iemand daar over je leest kan in je nadeel uitwerken.
Tegenwoordig kun je uiteraard ook via deze platforms op dingen stuiten over je ex, waar je nooit van gehoord had. Hoeveel relaties zijn er tegenwoordig zelfs gestrand, toen een van beiden keek in de contacten op de smartphone van de ander? Terwijl er in de relatie nog geen vuiltje aan de lucht was?
Kansen, geluk, of gewoon dikke pech...
Kansen en geluk of gewoon dikke pech…
Hoeveel kansen hebben we om een loterij winnen, of het geluk te mogen ervaren door dit te beproeven op een dating site. Dat ging door mijn hoofd toen ik wachtte bij een zelfscankassa in een Supermarkt. Ik had maar één artikel om te scannen, toen het scherm oplichtte met “steekproef”. Terwijl ik wachtte op een medewerker om mij te verlossen van het versleutelde systeem zodat ik kon betalen, bedacht ik mij hoe groot is de kans, dat iemand gecontroleerd zal gaan worden. Ik zag een kom met briefjes, en ook nog lottoballetjes voor mij en vroeg mij af welke kans heb ik op het juiste briefje, of de juiste getallen voor een prijs met de gespeelde balletjes. Wanneer ikzelf een briefje uit de kom mag pakken, krijg ik het gevoel, dat ik er zelf misschien nog invloed op kan hebben. Bij de balletjes en eveneens bij de zelfscankassa is het een willekeurig systeem, een algoritme, waar ik totaal geen invloed op heb. Schrijf ik mij in op een datingsite dan kan ik mijn invloed vergroten door meermaals berichten te sturen, mijn profiel aantrekkelijk te maken en te reageren op ontvangen uitnodigingen. De aanhouder wint zou je kunnen zeggen. Bij een datingsite en bij de gevallen balletjes draait het allebei om kansen. Hoe vaker je iets onderneemt, of meedoet met een loterij hoe groter de kans, dat er iets gebeurt. Maar een grotere kans hebben is nog steeds geen garantie op een prijs, of voor het vinden van de liefde.
Soms vind ik een datingsite lijken op een etalage. Alleen maar kijken naar de profielen en bepalen wat is aantrekkelijk, het interessantste, het mooiste, het beste. Wanneer ik niets beslis zal ieder profiel anoniem blijven. En toch zit er achter elk profiel een mens. Iemand met hoop, twijfels en verlangens. Door in te schrijven op een datingsite hebben we kansen op het vinden van een partner zelf al gecreëerd. Iemand te vinden die dan niet meer anoniem is.
Liefde laat zich niet berekenen. Het kost misschien alleen moed om de kans te wagen. Zonder actie geen reactie, zowel op de kans bij het vinden van een partner op een datingsite, als bij het winnen van een prijs bij een loterij. “Wie niet waagt, die niet wint”.
Liefs,
Slangen
Ik heb een slang gekocht; soms heb ik nu eenmaal iets nodig dat ik eigenlijk niet wil hebben. Het is een slang voor in bed, een slang die tussen mijn benen moet liggen wanneer ik op mijn zij slaap. Voor de nieuwe titanium heup met zijn porseleinen kop (die ik ook liever niet had willen hebben, maar dat is een ander verhaal) is het beter dat mijn knieën niet op elkaar liggen, en ook niet voor of achter elkaar. Ik trok hem voorzichtig uit de kleine kartonnen doos, mijn slang, en keek gefascineerd toe hoe hij zich vol zoog met lucht. Wat werd hij groot. Hoe kon dat hele geval ooit bij mij in bed passen? Hij was groot genoeg om tegelijkertijd én mijn benen op gepaste afstand van elkaar te houden én mijn hoofdkussen te zijn. Ik zou zelfs voorzichtig mijn armen om hem heen kunnen slaan. Mijn slang!
En nu het toch over huisdieren gaat: Ja hoor, het gaat hier zowaar weer over huisdieren. Over katten welteverstaan, vooral over katten. Hoe zou het trouwens komen dat een vrouwelijke kat uiteindelijk een 'hoofd' krijgt, terwijl de kater, ook na jaren liefdevolle verzorging, zijn 'kop' behoudt? Er is meer dat ik mij afvraag wat huisdieren betreft, ik vraag me zelfs af of ik strikt genomen wel een dierenvriend ben. Waarom zou een mens een dier in huis nemen? Ooit moesten de mensen een geit in het achterhuis houden, of een varken, of allebei. Voor de melk, voor het vlees, domweg om te kunnen overleven. Het moet er gestonken hebben! Mijn Drentse opa en oma hadden een duif in een hokje boven de kamerdeur van hun boerderij. Op zolder, waar de kinderen sliepen, hoorden we hem koeren. Pas later leerde ik over de duif als waarschuwings dier: zolang hij levendig was, was de lucht in de kamer niet vervuild. Er stond immers een turfkachel? De katten vingen muizen, en de hond, ja wat deed de hond eigenlijk op die boerderij? Blaffen en bijten. Hij zal wel een waakhond zijn geweest. Ik kwam niet op het feestje dat ‘kip slachten’ heette - en uiteindelijk ben ik, vanwege al die stinkende dieren in hun te krappe stinkende stallen, vegetarisch gaan eten. Maar ben ik een dierenvriend? Ik ben jarenlang, tot volledige wederzijdse tevredenheid, het vervangend personeel geweest voor de katten van mijn dochter. Toch moet ik bekennen dat ik geen dierenvriend ben. Ik verafschuw het fenomeen dier in huis. Kan een hond nog nuttig zijn als hulphond, de huiskat is het meest onnutte dier ter wereld. Moet ik nog zeggen hoeveel ik van mijn oppaskat Charly hou, en hoe blij ik ben dat zijn vaste personeel uit alle asielkatten juist hem heeft verkozen? Ach, de mens is het meest irrationele zoogdier ter wereld. Ik zal dus ook van jouw huiskat houden, domweg omdat het jouw kat is en ik van jou hou.
De mens is ook een veranderlijk wezen. Met de woorden ‘ik ben’ belemmert hij zichzelf in wie hij ook zou kunnen zijn. Ik heb het ‘ik ben’ op mijn profiel braaf ingevuld hoor - maar weet wel dat ik nog steeds word!
Het is zoals Hermann Hesse beschreef in zijn sprookje ‘De gedaanteveranderingen van Piktor’: In het paradijs heeft ieder mens de mogelijkheid om van gedaante te veranderen - mits hij weerstand biedt aan de verleiding van de slang om geen ander mens toe te laten in zijn wezen. Die slang is het zelf dat fluistert: ‘Zo was ik, dus zo ben ik, dus zo zal ik voortaan zijn.’