Als het beestje maar een naam heeft...
donderdag 8 augustus 2019
Naamgeving is iets heel ouds. Gelovigen lezen in het eerste Bijbelboek Genesis, dat de mens alles een naam gaf, als laatste ook zijn vrouw.
Toen we geboren werden kregen we twee namen. Onze achternaam (wettelijk: geslachtsnaam): Jansen, de Vries, de Jong om de bekendste Nederlandse achternamen te noemen, én onze voornamen of, als je moeder en of vader zuinig waren één voornaam.
Vroeger was het bijna als vanzelfsprekend, dat zij jouw voornaam (-namen) ontleenden aan de voornamen van familieleden of henzelf. De Burgerlijke Stand had een groot boek met toegelaten voornamen. Tegenwoordig is er een andere eis: De ambtenaar van de burgerlijke stand weigert in de geboorteakte voornamen op te nemen die ongepast zijn, of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn. Roos als voornaam mag dus wel.
Er zijn nog veel meer namen. Een bijnaam, die iemand krijgt omdat hij / zij zich ergens door onderscheidt, dat kan zowel positief als negatief zijn. De winnaar van de Tour de France is in Colombia natuurlijk de sportman van het jaar. En dan titels: koning Willem Alexander spreken we aan met majesteit, onze huisarts met dokter. Een magere man wordt uitgescholden met lange lijs. In het gezin roepen kinderen om mama of papa. De lezertjes zullen zeggen: waarom al die poeha over namen? Als het beestje maar een naam heeft! Evenwel: De Romeinen zeiden al: Nomen est omen: Een naam is een voorteken voor je lot, je karakter.
Een naam is ook iets van ons zelf. Onze ouders gaven ons bewust een voornaam; als die niet van een familielid afgeleid is hebben ze daar een bedoeling meegehad. Sommige namen zijn of waren een tijd niet gepast. Na de Tweede Wereldoorlog werden niet zoveel kinderen Adolf of Anton genoemd, terwijl tussen 1940 en 1945 ouders met een zekere politieke voorkeur dat juist wel deden.
Sommige namen zowel voornamen als geslachtsnamen zeggen onbedoeld iets over het beroep van iemand. Deze aptoniemen lees je vaak op bordjes. In het onvolprezen boekje Taalvoutjes staan er enkele: Struiksma BV, tuinadviseurs. T. de Boorder, tandarts. Uitvaartzorg Van de Kerkhof. Daarmee maak ik een sprongetje naar onze en naar andere datingsites.
Nicknames, schuilnamen kunnen willekeurig gekozen zijn, maar ook iets zeggen over de persoon. Ik heb zelf gekozen voor een naam, die aangeeft dat ik niet uitgeblust achter de geraniums zit. Anderen kiezen ervoor hun eigen voornaam of een naam van een familielid te gebruiken; als die al gebruikt zijn voegen ze er een leeftijd of jaartal aan toe. Als iemand een bijzondere nickname heeft is dat meteen een aanleiding voor een vraag in een berichtje: Leuke naam, waar komt die vandaan? Dat breekt het ijs!
Bij sommige namen ontstaat dan een combinatie, die mijn wenkbrauwen doet fronsen of zelfs een glimlach ontlokt. Nero11 (geen naam van een bestaand lid!) roept bij mij een associatie op met een wreedaard. Om maar te zwijgen over damesnamen met een getal… Sommige heren kiezen voor een afkorting van het beroep, dat ze uitoefenen of ooit uitgeoefend hebben, of van hun auto of van een van hun hobby’s. Af en toe creëer je door het combineren van een naam en een foto al een beeld van de persoon. Terwijl van dat beeld als je het profiel verder leest en misschien die persoon ontmoet niets of bijna niets klopt.
Maar wat doet een naam er aan toe of zoals in het Engels: What’s in a name? Ik ken iemand (ex-collega) die als achternaam De Dood heeft. Heel begrijpelijk dat hij op het kantoor waar hij werkte de telefoon bij voorkeur opnam met zijn voornaam. Veel mensen schrokken zich een hoedje als hij met zijn achternaam opnam (u spreekt met de Dood). Achternamen zijn ontstaan ten tijde van Napoleon, iedereen moest een achternaam kiezen. Velen namen die eis niet serieus, waardoor hun nageslacht een tijd lang moest leven met namen als Naaktgeboren en Poepjes. Het kostte tijd en geld om dat te wijzigen.
Met name wil ik nog kwijt, dat namen best belangrijk kunnen zijn voor iemand en voor zijn of haar omgeving. Of we namen moeten kiezen, die als zogenaamd grappig bedoeld zijn laat ik maar even in het midden…
geplaatst door Aktivo1 - 4861 keer gelezen
Vorige berichten
Over thuiskomen
Een droom. Ik sta voor een zaaltje vol vrolijke mensen, het zaaltje waar ik een lezing zal gaan houden over mijn Drentse afkomst, mijn thuisgrond die totaal niet aanvoelt als thuisgrond. Op het papier in mijn hand staat een rijtje steekwoorden, in het handschrift van mijn Rotterdamse vader. Het is een verfrommeld stukje bruin pakpapier. Ik kijk vol vertrouwen het zaaltje rond: ook hier zal zo’n man zitten die na mijn eerste zes zinnen het woord neemt en mij uitlegt wat ik heb gezegd, en wat ik zal gaan zeggen. Het komt wel goed. Naast mij staat een leraar, mentor, presentator, organisator, geldschieter of wat zijn rol hier dan ook is. Hij kijkt op mijn briefje en lacht naar me - wat ik opvat als het sein om te beginnen. Prompt vormen de vrolijke mensen groepjes om mijn woorden alvast te bespreken. Tevreden ga ik de kat eten geven: zelfgebakken zandkoekjes. Ze zijn een beetje nat geworden, die koekjes.
Hij had een vakantiereis naar Indonesië geboekt, vertelde mijn medewandelaar - en ik vroeg mij plotseling bezorgd af hoe de komende kilometers zouden verlopen. Hij is een leuke, slimme vent. Ooit heeft zich ergens in mijn hoofd het idee genesteld dat leuke, slimme mannen te weldenkend zijn om nog met het vliegtuig op vakantie te gaan. ‘Heb je een speciale reden om juist naar Indonesië te willen’, vraag ik voor alle zekerheid. Ik ben tenslotte ook twee keer heen en weer met het vliegtuig naar New York geweest, omdat mijn dochter daar woonde met haar gezin. Zijn grootouders blijken in Indonesië gewoond te hebben, in dienst van de overheerser. Zijn moeder is daar geboren. Hij wilde onderzoeken of daar zijn, thuiskomen zou betekenen. Hm, twijfelgeval. We worden het eens, de leuke, slimme man en ik: Vliegvakanties kunnen echt niet meer, niemand zou nog met het vliegtuig op vakantie moeten gaan, echt niemand. Alleen die ene aardige vriend, die mag wel. Omdat je hem het plezier zo gunt.
Ik heb mijn pumps verplaatst. Lagen ze eerst in een plastic krat in de schuur, nu liggen ze in de kledingcontainer. ‘Geen afval inwerpen’, staat er op die container. Gelukkig maar, het zijn immers best deftige pumps: soepel, bruin leer, zolen van zwart rubber. Mijn pumps vies laten worden van het afval, zou onverdraaglijk zijn. En ach, zo zonder pumps kan ik altijd nog op sneakers trouwen. Wat ik makkelijk kan beloven. Ooit heb ik beloofd dat ik mijn knalblauwe hardloopschoenen zou dragen op een beslist deftig, besloten korenfestival. Mijn jurk was halflang, getailleerd en van zware, glanzend donkerblauwe stof. En dan die schoenen! Ach, ik had toen al kunnen weten dat ik nooit meer pumps zou dragen. En ik wil ook helemaal niet trouwen, ik wil thuiskomen.
Thuiskomen, uiteindelijk thuiskomen: Weten dat jij het bent voor wie ik al die tijd mijn stukjes heb geschreven.
Kom je zondag ook weer?
Spontane ontmoetingen met een onbekende hebben voordelen boven een date via een datingsite, nadeel is wel, dat je voordien vrijwel niets van de ander weet. Omdat je vanuit je luie stoel kunt lezen, wat iemand bezig houdt en wat zijn of haar achtergronden zijn. Ik vraag me af welke vorm het meeste kans biedt op een geslaagd oftewel duurzaam contact.
Ook is het mogelijk dat je spontaan iemand ontmoet, die je wel oppervlakkig of al heel goed kent, en dat die ontmoeting resulteert in iets moois.
Eind februari dit jaar was ik een kleine week druk met het bezorgen van folders over de verkiezingen voor de nieuwe gemeenteraad van mijn stad. Omdat ik dit jaar zelf als lijstduwer ook op een kandidatenlijst sta en er op een van beide folders ook foto’s van mij staan was ik extra gemotiveerd om een paar duizend folders in die brievenbussen te doen, waar geen nee - nee of nee – ja stickers op geplakt waren. Tijdens die actie ontmoet ik af en toe ook bijzondere mensen.
Voor mij staat een vrouw – vrij klein van stuk, ik zou er zo over heen kijken – en kijkt mij aan. “Kom je zondag ook weer in Amsterdam dansen?” Opeens herinnerde ik mij haar, en ik vinkte in gedachten mijn agenda af. “Jazeker, ik kom!” Bijzonder dat ze zo dicht bij mij in mijn stadsdeel woont, en haar tot nu toe nooit onderweg ben tegen gekomen.
Een halve week later zag ik haar binnenkomen, we hebben en paar keer een dansje gemaakt. Hoewel zij met haar auto was gekomen en ik met het OV heb ik er niet op aangestuurd om een lift te krijgen. Dat zou er te dik bovenop liggen, alleen als ze dat had aangeboden had ik daar dankbaar gebruik van gemaakt.
Ik ben niet iemand die wanneer hij onderweg iemand tegenkomt “urenlang” aan de praat blijft. Liever druk ik mijn gevoelens uit op papier of via de mail. Niettemin heeft zo’n gesprekje mij een fijn gevoel. Ook als iemand mij zomaar op straat groet of bedankt, dat ik hem of haar voorliet gaan bij het passeren op een smalle stoep is een opsteker voor mijn humeur.
Bij de “spontane” ontmoetingen met mensen uit mijn eigen omgeving – eigenlijk bedoel ik daarmee elke ontmoeting met uitzondering van die, die via een datingsite tot stand kwamen – besef ik mij goed, dat ik van velen weinig afweet, hoewel ze al in mijn “inner circle” verkeren. Zeker als mijn gesprekspartner en ik in een groter gezelschap verkeren ga ik niet snel de diepte in. Gevaar is dan dat er meeluisteraars zijn en in het ergste geval dat die zich met ons gesprek bemoeien.
Het valt mij wel op dat spontane ontmoetingen in deze leeftijdsfase minder frequent voorkomen. Of zou er een verschil zijn tussen het wonen in een stad of een dorp of tussen de regio waar we wonen? Hebben mensen op het platteland nog meer aandacht voor elkaar dan stedelingen? Mogelijk ligt het juist aan het karakter, sommigen zullen wat gemakkelijker iemand zomaar aanspreken dan mensen, die zich in het openbaar niet zo gemakkelijk spontaan uiten.
Wellicht is voor die laatste categorie daten via internet dé weg naar een serieuze relatie.
Overigens heeft het contact met het danseresje uit mijn eigen woonomgeving geen vervolg gekregen. Soms denk je dat het geluk binnen handbereik ligt, maar dat is doorgaans “wishful thinking”. Dat betekent dat je dingen graag ziet zoals je hoopt dat ze zijn, in plaats van hoe ze écht zijn. En een ultra korte woonafstand is op zich genomen dus geen garantie voor een duurzaam contact.
Mist
Al een paar dagen vrij mistig, maar het duinbos waar ik direct op uitkijk heb, is nog kaal, dus de vogels kunnen hun voortplantings- en nesteldrift niet verbergen; hebben ze ook helemaal geen behoefte aan.
Mijn aandacht wordt vooral getrokken door twee duiven die verschrikkelijk omslachtig en ingewikkeld om elkaar heen hippen en wippen. Ik word er ongeduldig van en maak onwillekeurig ook een vergelijking met (online) dating, dus besluit mij te verdiepen in het paringsritueel van de duif.
Sekseverschillen zijn bijna niet zichtbaar, het vrouwtje is meestal iets kleiner en slanker dan het mannetje.
Die vergelijking laat ik onbeslist.
De eenvoudigste manier om het geslacht te bepalen is door het gedrag te observeren.
Dat klopt als een bus
Tijdens de balts, en zelfs na het vormen van een koppel, neemt het mannetje een typische houding aan: hij zwelt zijn hals op, tilt de iriserende veren iets op, beweegt ritmisch op en neer, draait om zijn as en maakt een kenmerkend geluid.
Sorry mannen, dit klopt ook wel, zij het niet letterlijk
Wanneer het koppel gevormd is, wrijven ze hun wangen tegen elkaar en vertonen ze heel teder gedrag. Ze zijn monogaam, hun band duurt een leven lang en eindigt pas bij de dood van een van de twee. Alleen dan besluit de overlevende om wel of niet een nieuwe partner te zoeken.
Dit aspect bevindt zich helaas buiten het blikveld van deze site, maar ik zie toch met enige regelmaat duiven terugkeren op dit nest.
Tijdens de paring houden de duiven elkaar vast bij de snavel en buigen ze hun nek herhaaldelijk naar links en rechts, totdat het vrouwtje door de knieën zakt om door het mannetje bevrucht te worden.
Ik kan alleen uit eigen ervaring spreken. Doorgaans verloopt het dan iets anders.
Het is inmiddels donker. Ik doe de gordijnen maar toe, net als mijn snaveltje.