Jonas
zondag 24 november 2019
‘Het wordt tijd dat je in mijn auto leert rijden,’ zegt Harm.
Ik kijk naar de nierengrille van het zwarte suvve gevaarte, waar ik een walvismond in zie. Toen Jonas in de walvis zat, van je een twee drie. Hij had geen hemd meer om zijn gat, van je een twee drie.
‘Moet te doen zijn, als ik mijn linkervoet vastbind,’ zeg ik.
Een automaat rijdt gemakkelijk, maar in noodsituaties zal ik automatisch eerst verkeerde handelingen uitvoeren, met tragisch tijdverlies als gevolg. Tenzij ik mijn linkervoet verlam.
Onderweg merk ik dat ik vooral terug wil schakelen, terwijl dat in deze auto niet mag.
Ik zet Harm af bij de psychiater. De praktijk is gehuisvest in de kelder van een bedrijfsverzamelgebouw.
‘Goed gekozen locatie,’ zeg ik.
‘Het is een donker hok,’ mokt Harm.
‘Lekker freudiaans.’
Harms gezicht staat op donderwolken. ‘Blijf je een beetje in de buurt?’ vraagt hij.
‘Hoezo?’
‘Voor als ik eerder weg wil.’
‘Je mag niet eerder weg,’ zeg ik.
Harms ogen bliksemen en hij draait het hoofd naar het raam in zijn portier.
‘Weglopen is geen optie meer,’ zeg ik zo lief mogelijk.
Ik leg mijn hand op zijn bovenbeen en door de stof van zijn designerbroek heen voel ik de klamme hitte van een paniekaanval. Totdat je dichtbij komt, kan Harm zichzelf prachtig verhullend verpakken. Ik ben benieuwd wat zo’n psychiater allemaal in hem ziet. En mist.
‘Hier hebben we het over gehad. Als het echt confronterend wordt, wil iedereen het liefst vluchten. Het moeilijkst zijn de momenten vlak voor een doorbraak. En die doorbraak heb je nodig om verder te kunnen.’
Ik ga mijn tijd verbeiden in het nabije ziekenhuisrestaurant.
‘Wilt u een stempelkaart?’ vraagt de kassamevrouw.
Herkent ze me van vorige week? ‘Ja, doe maar.’
Ik kies een zitkuipje naast een eenpersoonstafeltje en pak de nieuwe roman van Griet Op de Beeck uit mijn tas.
In dit streekziekenhuis ontdek ik meer mensen in Staphorster klederdracht dan traditionele moslims. Wat ik met deze constatering wil zeggen, weet ik nog niet, ik schrijf haar op voor later.
Bij de psychiater lopen, wat een rare uitdrukking is dat eigenlijk. Ik zie Harm ijsberen in die donkere kelder en ik grinnik. Hij zit gewoon in een stoel. Sofa’s om op te liggen, daar begon het mee. Niks lopen en toch rept de uitdrukking over lopen. Of is dat lopen overdrachtelijk bedoeld, verandert er iets aan je stilstaan, loop je leeg?
Ik zwalk bij de psychiater, dat zou een betere uitdrukking zijn. Of ik strompel.
Ik maak een nieuwe notitie.
Het boek gaat ongeopend mijn tas weer in en als ik bij de draaideur ben, hoor ik - serieus! - iemand geruststellend tegen een groep mensen zeggen: ‘Busje komt zo.’
Op de terugweg naar huis zet ik mijn linkervoet zodanig weg dat ik hem ook in noodsituaties niet zal gebruiken. Ik zit met Harm in de walvis en hoor hoe langzaam het hemd van zijn gat valt.
Klunen, dat is het juiste woord. Ik kluun bij de psychiater.
geplaatst door TOS - 1294 keer gelezen
Vorige berichten
Tijd
Tijd is een ongrijpbaar concept.
Het is misschien ook helemaal niet de bedoeling om het te grijpen. Onmogelijk ook waarschijnlijk.
Alhoewel hij het zelf nooit zo gezegd schijnt te hebben, wordt aan Einstein vaak de uitspraak toegeschreven dat tijd alleen maar bestaat, omdat anders alles tegelijk zou gebeuren.
Dat zou ook wel een beetje veel om te bevatten zijn op dit ondermaanse, dus daarom heeft alles hier op aarde zijn plaats en tijd. Anders zouden we er binnen de kortste keren vanaf springen.
Ik sprak vanuit Frankrijk met een goede bekende in Nederland die voor euthanasie had gekozen. Het was ons afscheidsgesprek. Zijn samenvatting van het bestaan was chronologisch kort en bondig. Ergens midden in ons gesprek sprak hij de woorden: je komt er keer op en je moet er ook weer een keer vanaf. En zijn tijd om er vanaf te springen was daar.
De schoolvakanties zijn alweer een paar weken bezig en nu ook de regio Midden vakantie heeft, stroomt de camping langzaam vol met gelukkige gezinnen. Ik moet er niet aan denken dat alles tegelijk zou gebeuren. Gelukkig gebeurt dit pas na zeven zalige weken.
Zijn woorden klinken mij als muziek in de oren: je komt er een keer op en je moet er ook weer een keer vanaf. Dit weekend. Alles op zijn tijd.
Hoe voorzichtig moet je zijn op straat?
Afgelopen zaterdag stond er een artikel van 3 pagina's in de krant over een trend bij groepen jongeren die populair is geworden : jumpen. Daarbij wordt iemand uit het niets door de groep aangevallen. Ze bespringen EEN persoon die ze te grazen nemen. Soms is het een wraakactie, maar vaker kennen ze de persoon niet. Ze doen dit vanwege een misplaatst gevoel van macht over iemand hebben. Het slachtoffer wordt uitgescholden, bedreigd en moet bibberend in de filmende camera zijn excuses aanbieden terwijl hij/zij niks heeft gedaan.
Nederig "sorry baas" zeggen tegen de filmer vinden ze bijzonder grappig. Op de achtergrond hoor je het gelach van de rest van de groep. Soms wordt er ook nog behoorlijk wat lichamelijk geweld gebruikt Onder deze "tieners" is het een hype geworden de hele actie te filmen. Als je het niet filmt, weet verder niemand dat dit gebeurd is. Door het vervolgens op social media te zetten krijgt de groep aanzien. De geschreven reacties van lezers onder de video zijn vaak nog extra pijnlijk, Een veel ouder iemand in elkaar slaan zal ze geen extra aanzien opleveren, maar die kan je beroven.
Dat is echter van alle tijden, daarom ga ik allang niet meer in mijn eentje op stille weggetjes wandelen en of fietsen. Als ik wandelend op de stoep een groep van 4 of meer tieners zie naderen, steek ik vaak al uit voorzorg de straat over voor ik ze tegenkom, geeft me rust. Ik steek weer opnieuw over, als dat nodig is om op mijn bestemming te komen. Met fietsen gaat dat niet, dus probeer ik zoveel mogelijk rechts te blijven fietsen, zodat de groep er beter langs kan. Toch kan ik me nog behoorlijk vergissen in het gevaar, als ik niet alleen ga fietsen op een rustig fietspad,
Laatst ging ik met een goede vriend na het avondeten een stukje fietsen langs het Alkmaarder Meer. Daar loopt een smal fietspad langs het water, waar je elkaar alleen kan passeren als je achter elkaar fietst.'s Avonds is het er een stuk rustiger, en zie je ook meer vogels. Ik fietste achter hem en voelde me veilig. Halverwege het pad richting NH-kanaal is een botenoversteek voor kano's en rubber boten vanuit een ander binnenmeer. Daar stond een grote groep van wel meer dan 10 jongens over de hele breedte van het fietspad. Gewoontegetrouw gaven we ruim tevoren een fietsbelletje om ze te waarschuwen dat we eraan kwamen. Ze gingen echter pas op het allerlaatste moment opzij.
Twee jongens aan weerszijden van het pad deden volledig hun zwembroek omlaag, terwijl de rest stond te joelen. Ik had alle aandacht nodig om niet te vallen terwijl ik er tussendoor fietste, dus had dit niet gezien. Ik was wel flink geschrokken. Toen er een kilometer verder een houten bankje met zicht op het water langs het pad stond, wilde ik daar even zitten om op verhaal te komen. Mijn goede vriend vertelde me toen wat hij gezien had. We moesten langs datzelfde fietspad weer terug, dus bleven we bijna een half uur op dat bankje zitten, voordat we weer gingen fietsen. Gelukkig waren de tieners met hun rubber boten, die op het grasveld bij het binnenmeer lagen toen we er de 1e keer langskwamen, weer allemaal terug in het water. We konden nu zonder gevaar dit punt passeren.
Ik had er nooit rekening mee gehouden dat zoiets intimiderends door een groep me ook kon overkomen als ik een grote, sterke man van bijna 1.90 bij me had. Het heeft me bang gemaakt om daar 's avonds weer te gaan fietsen en dat vind ik jammer. Het is daar mooi en `s avonds een stuk rustiger fietsen dan overdag. Met dit warme weer ook beter te doen. Hoe ervaren jullie zoiets? Zou het schelen als ik 10 tot 20 jaar jonger was geweest en niet zo wiebelig op de fiets. Zou ik dan niet bang geweest zijn, of kwamen dit soort dingen toen maar zelden voor?...
Wat herinner je nog van je relatie?
Wie het verleden beheerst, beheerst de toekomst. Wie het heden beheerst, beheerst het verleden.” (George Orwell) en Kennis van het verleden is de sleutel tot begrip van het heden (Confucius). Twee wat cryptische uitspraken om over na te denken.
Als je voor het eerst begint met een relatie of opnieuw de sprong waagt in datingland is de toekomst ongewis. Je weet nooit welke kant het op gaat, hoewel je er toch allebei het beste van hoopt.
Vrijwel iedereen die zich aangemeld heeft bij een datingsite heeft een relatieverleden. Dat hoeft tegenwoordig niet persé in een door een gang naar het stadhuis vastgelegd huwelijk of samenlevingscontract gegoten te zijn. De herinneringen aan die relaties worden vaak aangeduid als een rugzakje. Dat lijkt een aanname; door dat etiketje worden die herinneringen collectief als negatieve ervaringen bestempeld. Het kan mijns inziens geen kwaad de positieve gebeurtenissen te bewaren en minder fijne dingen goed te verwerken en een plekje te geven.
Uiteraard is er een groot verschil tussen relaties die eindigen door een uit elkaar gaan en relaties, die eindigden omdat een van beide partners overleed. Toch kunnen er ook goede herinneringen na een scheiding zijn.
Bekend is het lied van Joost Nuissl (in 2025 overleden): “Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben”. Het lied refereert ontegenzeggelijk aan een stel, wat uit elkaar ging terwijl een van beiden herinneringen koestert aan de beëindigde relatie.
Of die herinneringen bij tijd en wijle opduiken hangt (ook) af van het geheugen. En of je moeite hebt gedaan wat er vroeger was uit dat geheugen weg te poetsen.
Mooie dingen zijn altijd: De geboorte van je kinderen. Genezing na een ernstige ziekte. Een fijne vakantie. Verhuizen naar een betere woning.
Ik geloof, dat beide partners niet altijd gebeurtenissen gelijkelijk ervaren en er ook verschillende herinneringen aan bewaren. Zou dat komen omdat er onderhuids al een vermindering gaande is van de gevoelens van een kant?
Ik werkte vroeger in een archief. Zo’n werkplek is bij uitstek de plaats waar het er om gaat zaken uit het verleden goed te bewaren voor het nageslacht. Het ging daarbij in het begin van mijn loopbaan om papieren documenten, later ging men via microfilm over op digitale paperassen. De ontwikkeling van fysieke contacten naar digitale contacten die in een relatie uitmonden vond grotendeels in dezelfde tijd plaats.
Wie uit een relatie komt die hoe dan ook stopte zal tegenwoordig zowel over fysieke herinneringen (foto’s, brieven, cadeautjes), over herinneringen in het geheugen maar ook over via de digitale weg ontstane herinneringen beschikken. Als die laatste versie ook via social media speelt is er een kans, dat anderen ze ook kunnen ontdekken. Dat kan soms lastig zijn, als iemand net met een nieuwe relatie bezig is of zich openstelt voor nieuwe contacten. Het zou zelfs mogelijk zijn, dat wat er via de digitale snelweg bekend is als het ware ontaardt in een “relatie curriculum vitae”.
Daarom is het verstandig voorzichtig om te gaan met wat je over jezelf bekend maakt op platforms als facebook of Linkedin, wat iemand daar over je leest kan in je nadeel uitwerken.
Tegenwoordig kun je uiteraard ook via deze platforms op dingen stuiten over je ex, waar je nooit van gehoord had. Hoeveel relaties zijn er tegenwoordig zelfs gestrand, toen een van beiden keek in de contacten op de smartphone van de ander? Terwijl er in de relatie nog geen vuiltje aan de lucht was?