Een sms-je om twaalf uur 's nachts
vrijdag 7 oktober 2016
Er was een tijd dat de mensen elkaar sms-jes stuurden. Een heel gepiel was dat, met die druktoetsen. Als het sms-je binnenkwam, maakte de zaktelefoon het geluid van een kleine ontploffing en zat er niets anders op dan het te lezen, want het kon urgent zijn. In die tijd had ik een digitale relatie met een dichter. We schreven elkaar in gloedvol proza over hoe het zou zijn om elkaar te ontmoeten, hoe het zou zijn om het leven met elkaar te delen. Oude en nieuwe gedichten stuurden we elkaar, foto’s (hij vooral), muziek. Hij woonde nogal ver weg, of ik, dat laat ik in het midden. Wat vast stond: we voelden ons hier goed bij, hij en ik. Dus als ik door wat voor toevallige omstandigheid dan ook in de buurt van zijn huis moest zijn, was hij door een al even toevallige omstandigheid juist aan de andere kant van het land.
Alarm. Alle waarschuwingsbellen rinkelen. Dit is een foute man, een niet-zoeker, een aan-het lijntje houder, hij heeft een onbevredigend huwelijk, hij amuseert zich met je, kijk dan, hij heeft zijn profiel maar half ingevuld, het maakt hem niet uit met wie... Jazeker. Hij was de ultieme uitdaging voor een vrouw als ik, die van krachtige, in bloemrijke taal geschreven mails houdt en blijmoedig blind blijft voor de valkuil ‘de woorden maken de man’. Hij was trouw en consequent, in alles. Hij stuurde me elke dag een sms-je, om twaalf uur ‘s nachts.
Nu lag in die tijd mijn zaktelefoon naast mijn bed, want ik wachtte op het bericht: ‘kom snel, ons moeder ademt nog maar niet lang meer’. Ik kon zijn sms-je dus niet negeren, maar ik werd er wel klaarwakker van. Ik besloot hem hierover aan te spreken, in de taal die de onze was, en schreef: “Vanochtend liepen wij, stokrinners, door het deftige Beetsterzwaagse bos. Het bos is niet mijn favoriete biotoop, maar het rint daar prettiger dan over de Drachtster dreven. Wij stokrinners namen niet de moeite onze voeten op te tillen en de gesprekken vielen stil om het geritsel te kunnen horen.Het geritsel van beukenblaadjes. Blaadjes van beukenbomen. Blaadjes van toekomstig beukenhout. En ik begreep niet waarom ‘slaap’ zo'n gewaardeerde eigenschap in beuk is. Ik ben geen nachtvlinder, nooit geweest. Mijn moeder is oud en broos, dus de telefoon ligt, ingeschakeld, naast mijn kussen als ik slaap. Kan jij 's avonds heel laat, als de vermoeidheid je remmingen laat verdwijnen, als je vingers niet meer lijken te trillen, je stem niet meer schor is, als hét moment lijkt te zijn aangebroken om de toetsen te beroeren en je met mij te verpozen, kan je mij dan in je gedachten zien? Slapend, mijn wit-blonde haren in een vlecht op het witte kussen, mijn verleidelijke vormen verstopt in een witte pon, onder een wit omhoesd dekbed van Texeler wol, in de diepe duisternis van mijn wit geschilderde zolderkamer? Mijn mond rood? En kan je mij dan laten slapen? Immers, als ik slaap prefereer ik stilte boven geluid, ook jouw stilte boven jouw geluid. Slechts de zachte ademhaling van jou als mijn uit brons gegoten minnaar kan mij bekoren in mijn slaap.”
De volgende dag stuurde hij me een sms-je om twaalf uur ‘s nachts. De oude Immanuel Kant had gelijk: “Esthetica is altijd een vorm van afstand.” En even waar bleek regel vijftien uit de minder oude lijst ‘Rules that guys wish women knew’: “Ask for what you want. Let’s be clear on this one. Subtle hints don’t work. Strong hints don’t work. Really obvious hints don’t work. Just say what the hell you want!”
Dit was in november 2010. Nu, een verrukkelijke relatie verder (niet met de dichter) zou ik het anders doen, verstandiger hoop ik. Maar met even veel vrouwelijk onbegrip voor de speciale constructie van de mannelijke hersenen.
geplaatst door RodeJas - 8363 keer gelezen
Vorige berichten
Verjaardagen, je kunt er niet omheen
Elk jaar word ik een paar keer bepaald bij een verjaardag in de familiekring. Twee keer heel kort na elkaar, mijn zoon en een dag eerder ikzelf. Het is dan weer puzzelen wanneer we dat vieren. De rest van mijn familie verjaart op geheel andere tijden in het jaar, zoonlief en ik zijn veroordeeld tot de maand januari.
Verjaardagen werden vroeger doorgaans gevierd op de geboortedag. Nu in veel relaties tweeverdieners zijn zullen zij hun verjaardag vaker in het weekend vieren, voorop gesteld dat zij niet op zaterdag of zondag hoeven te werken. Mijn verjaardag viel dit jaar op zondag en de verjaardag van mijn zoon op maandag. De “viering” van de laatstgenoemde dag schuift dan een kleine week op.
Ik liep in voorgaande jaren tegen een dilemma aan. Wie nodig ik wanneer uit?
Het leek vroeger altijd eenvoudig iedereen op dezelfde dag en tijd bij mij thuis welkom te heten. Achteraf bleek dit nu mijn kleinkinderen wat ouder zijn en mijn zoon een hond heeft, die hij vorig jaar ook meenam niet zo’n slimme optie te zijn. Vorig jaar hoorde ik na de verjaardag van een van mijn kennissen, dat ze “not amused” was, door de combinatie van mijn jongste kleinkind, die ernstige gedragsproblemen heeft en de hond met de overige visite.
Ook tussen de kennissen onderling is het helaas niet altijd koek en ei…
Om herhaling van deze situatie uit te sluiten had ik nu twee “shifts” afgesproken, eerst komen mijn kennissen / vrienden en daarna mijn familie. Dat is ook met het oog op de beschikbare ruimte een goede oplossing.
Dat ik weer een andere leeftijd moet noemen als iemand mij vraagt: “Hoe oud ben je” is soms confronterend, zeker als het iemand is die verder niets van mij weet. Standaard reageer ik dan met “Hoe oud denk je?” Dat lijkt tactisch, maar het is niet uitgesloten, dat de reactie niet gespeend is van een complimentje.
Wat er op tafel komt is een ander punt van aandacht. Een deel van de visite heeft heel specifieke wensen wat betreft een natje en droogje. Omdat van een eenpersoons huishouden nooit geëist mag worden, dat de bewoner standaard een assortiment van een lunchroom heeft heb ik dat wensenlijstje gelukkig vorig jaar goed uitgewerkt en zorgvuldig bewaard.
Het is fijn als een van mijn gasten aanbiedt wat te helpen bij het bedienen en opruimen. Door wie dat doet merk je meteen, hoe zorgzaam iemand is.
Ik hang thuis geen slinger of andere versiersels op. De hopelijk gezellige sfeer komt wel door de gesprekken. Die zijn weer geheel anders als familie of als vrienden / kennissen op bezoek zijn.
Zelf ontkom ik niet aan het evalueren van het voorbije jaar en een vooruitblik op het nieuwe levensjaar. In 2026 heb ik behalve een of twee keer een vakantiereisje maken niets bijzonders op de agenda staan. Maar ik ben terughoudend bij het boeken van het reisje, wie weet komt er iemand op mijn pad met wie ik samen op reis ga. Je weet maar nooit.
Welke ervaringen hebben jullie met het vieren van verjaardagen? Kiezen jullie voor een mix van familie en vrienden of juist niet? Vieren jullie het op de dag zelf of liever op een dag in het weekend? Of vieren jullie het helemaal niet?
Vorm
... of inhoud? Daar moest ik aan denken bij al het geneuzel en gebeuzel over taalfouten.
Ik heb lang geleden twee jaar een relatie gehad met een niet-geletterde vrouw. Dat de relatie geen stand hield kwam niet door haar gebrekkige geletterdheid, maar door mijn gebrekkige emotionele intelligentie. Over hoe het daar nu mee is gesteld doe ik geen uitspraken. Hij is al lang niet op de proef gesteld. Op een schrijffout heb ik haar overigens nooit kunnen betrappen, want ze kon niet schrijven.
Nu ben ik de laatste om te beweren dat taal alleen vorm is. Ik zou er een hele filosofische traditie die in het westen teruggaat tot op de Grieken mee ontkennen. Taal is betekenis, taal is context. Maar wat is de betekenis van betekenis en wat is context? Van die dingen.
Dus nee, ik ga taalgebruik, wel de meest pragmatische component, niet degraderen tot vorm, maar geneuzel en gebeuzel over d/t-fouten beslist wel. Dat gaat immers over hoe wij de taal vormgeven in zijn verschillende gedaantes, de geschreven taal wel te verstaan in dit geval. In de gesproken taal hoor je dat verschil helemaal niet. En laten we nu gemiddeld veel meer spreken dan dat we schrijven. Maar dan nog, ook in de gesproken taal horen we veel 'fouten'. Wat zijn eigenlijk fouten? Maar dat terzijde.
Helaas zijn we hier in eerste instantie aangewezen op het geschreven woord; die foto's zijn helemaal niet belangrijk toch? En laat nu niet iedereen de gave van het woord gegeven zijn. Kijk er langsheen, zou mijn tip zijn. En anders wordt het zoeken naar spelt in een hooiberg. Ik denk nog vaak aan haar.
Over de irritante gewoonte om taalfouten expliciet op taalfouten te wijzen en die te verbeteren en de onzin daarvan gaat in mijn vakgebied nog wel een leuke anekdote rond trouwens. Op maandag vraagt de juf tijdens het kringgesprek aan Jantje wat hij gedaan heeft in het weekend. En Jantje zegt: ik heeft bij papa geslapen. Nee, zegt de juf, ik héb bij papa geslapen. O, zeg Jantje, ik heeft u niet gezien.
Welterusten.
Opa
Een bekend fenomeen is dat veel mannen het fijner vinden om opa te zijn dan vader,en zo ook mijn vader. Groot voordeel was dat hij al op zijn 45ste voor de eerste keer opa werd en hij speelt deze rol nu al veertig jaar met verve:) Eerst natuurlijk voor mijn dochters, en mijn nichtjes. En inmiddels is hij ook al weer geruime tijd overgrootvader gelukkig. Maar een opa, dat hebben mijn kleinkinderen niet. Met mijn kleinzoon doe ik wel wat stoere dingen zoals samen varen met de kano of schatzoeken langs de geocaches. Maar niemand die met hem timmert of hem banden leert plakken en zo. Zijn vader doet dat ook niet met hem, die heeft een eigen bedrijf en altijd druk en weg. Zijn moeder heeft ook eigen bedrijven en als er iets stuk is, regelt ze iemand die het fixt
Maar hoe leuk is het, als er rolmodellen zijn in je leven waarvan je kan leren dat je heel veel zelf ook kan maken? Deze week zag ik een film uit Tokyo waarbij je familieleden kon huren. Best wel triest om te bedenken dat ook in Japan de familie verbanden al zo verwaterd zijn dat inhuur nodig kan zijn. Deze film had ook wel een vleugje humor en verhuurde geen opa's, maar wel vaders, echtgenoten en journalisten. Maar goed, wat heb je eraan om eenmalig een opa in te huren? Je wil toch dat je kleinkinderen iemand hebben die echt van ze houdt, en niet alleen deze week maar volgend jaar ook nog. Er zit niet veel anders op, ik moet ze maar zelf leren timmeren en banden plakken dan:)