De stroomversnelling
dinsdag 10 april 2018
Het kwam niet door de provincie waarin mijn dorp ligt, niet door het dorp waarin mijn huis staat, niet door het huis waarin ik woon (of misschien toch ook wel), niet door de mensen die in mijn dorp wonen, niet door de koren waarbij ik heb gezongen en al helemaal niet door het koor waarbij ik nu zing. Het kwam niet door m’n wandelclub waar men vergrijzing en vertraging verwart met gezelligheid, niet door de buurvrouw die mij de hele nacht hoorde zingen. Het kwam ook niet door de Leidse kat (of misschien toch wel), maar op een dag besefte ik: Ik woon te ver weg van wat echt belangrijk is. En ik nam mij voor om te vertrekken.
De stroomversnelling bevindt zich ergens tussen vertrek en aankomst, of beter: ergens tussen de dag waarop het voornemen om te vertrekken verandert in een vast adres van aankomst, en de dag waarop de aankomst is vergeten omdat het leven als vanzelfsprekend verder gaat. Ik sta op m’n blote voeten in de zich versnellende stroom en ik weet maar één ding zeker, nou ja, tamelijk zeker: Dit is wat ik wil. Ik zit dus nu mooi mijn tijd te vertypen. Want het is nu zaak om net zo snel te zijn als de stroom, wil ik niet verdronken achterblijven.
Vóór alles moet ik een aannemer vinden die, gecertificeerd en wel, een tussenmuurtje kan slopen zonder de flat te laten instorten. En verhuizers die mijn spullen fluitend in de auto laden en er weer uit. Alle hulp is welkom, en ik zal je belonen met pizza, bier en misschien met een zoen, maar niemand hoeft spierpijn te krijgen van mijn bed. Of van m’n Lundia-kasten. Of van m’n keukentafel. Of van de grote spiegel, die gelukkig nog steeds op de grond staat. Van m’n boeken zal niemand nog spierpijn krijgen: het afscheid nemen van de boeken die alleen maar op de plank staan omdat ik ze ooit bladzijde voor bladzijde heb gelezen, en waarvan nu één blik op de rug genoeg is om ze te hebben gelezen, is al bijna een jaar geleden begonnen. En dit afscheid nemen gaat door. Toevallig deze ochtend zat ik in de plaatselijke boekhandel koffie te drinken met een vage kennis, die een trolley vol boeken ter taxatie had aangeboden. Ik had maar twee tassen vol, en terwijl we wachtten op het oordeel van de taxateur vertelden we elkaar over onze motieven. Hij was nogal gecharmeerd van de mijne: verhuizen naar een kleine, Leidse flat. “Je hoeft niet opnieuw te beginnen,” zei hij: “Je leeft daar verder zoals je bent, met al je ervaringen - en je nieuwsgierigheid naar nieuwe ervaringen.” Een grijze mevrouw zette haar tas met boeken bezitterig naast de man, gluurde in mijn tassen en zei dat ze net zulke boeken had als ik. Waarna hij opstond en bij de nieuwe boeken ging kijken.
Ja, ik zal mijzelf meenemen naar Leiden. Ik zal een nieuw koor zoeken en een nieuwe wandelvereniging. En ik zal de pest blijven hebben aan grijze mevrouwen.
geplaatst door RodeJas - 7415 keer gelezen
Vorige berichten
Als je voor een dag een man zou mgen zijn
Iedere maandagmiddag ontmoet ik in het dorpshuis een groepje alleeenstaande dames. Onder leiding van een activiteiten begeleidster gaan dan we iets
Overwegingen van een vrouw met een stok
De man boog zich naar mij over en zei zachtjes iets in mijn oor. Hij was nog jong, prettig groot - en hij stond achter de kassa van mijn favoriete
Vrouwenmagneet
Sjoerd is een vrouwenmagneet. Hij kan het niet helpen. Iets in zijn verschijning laat vrouwen smelten. Ze willen bij hem zijn, hem aanraken en knuf