De man in de bibliotheek
maandag 27 augustus 2018
Ik ging de stad in voor boodschappen en ik had een briefje bij me. ‘Bank lamp ronde tafel dadels yam-desembrood yoghurt stadsplattegrond FM-antenne watermeloen,’ stond erop. Zo’n boodschappenlijstje is nuttig; hoe zou ik anders met zowel een stadsplattegrond als een watermeloen kunnen thuiskomen? Ooit had ik een geliefde die me bloemen beloofde als ik geen boodschappenlijstjes meer zou schrijven. Als ik zou onthouden wat ik moest kopen. Lieverd, ik denk niet altijd aan je, en zeker niet aan je dorst. Ik kan zomaar vergeten om bier voor je te kopen.
Mijn bank staat hoogstwaarschijnlijk in de outlet; mijn gevoel voor kwaliteit en
schoonheid matchen niet met mijn besteedbare bedrag. Deze stadse outlet is een diepe, stoffige ruimte achter oude deuren. Geen personeel. Wel een jong stel, ook op zoek naar een bank. Zij hoogzwanger, hij almachtig. Zij valt voor een slanke, roze bank, hij vindt de roze te groot en valt voor een pompeuze grijze. Ik neem ondertussen de maten op van een groen-grijze met streepjes. Zij zucht: ‘Jammer toch dat hier geen personeel is.’ Hij vraagt: ‘Hoe vaak ga je dat nog zeggen?’ Samen een bank kopen is de lakmoesproef voor elke relatie. Koop bij twijfel allebei een stoel en zet die naast elkaar voor de televisie. Dit Zijn Wij. En laat hém moederziel alleen zijn nieuwe bank kopen als je niet van plan bent om bij hem in te trekken.
Met een half afgestreept lijstje loop ik de bibliotheek binnen. Niet om lid te worden, nog niet, ik wil even gratis plassen. Bij de ingang staat een tafel met nieuwe boeken. En bij die tafel staat een grote man met grijze krullen. Hij kijkt me opmerkzaam aan en lacht naar me. En ik, in de war, lach naar hem. Terug van het plassen staat hij er nog. “Je hebt zo’n mooi gezicht,” zegt hij. “Wat een mooi compliment, dank je wel,” zeg ik. En dan zeggen we niks meer, al heb ik misschien nog iets gestameld. Hoe lang kunnen twee toevallige passanten elkaar aankijken? Uren? Vijf seconden? Ik groet hem en loop naar buiten. Als ik mij omdraai, staat hij me na te kijken. Hij lacht nog steeds. Het is blijkbaar goed zo.
Het is een sprookje van Hermann Hesse: Een jonge muzikant wordt door zijn vader de wereld in gestuurd. Hij loopt een eindje mee met een jonge vrouw, draagt haar mandje, zingt liedjes voor haar, laat zich door haar kussen. Pas in de nacht, op het schip van een schipper met 'versluierde, grijze ogen’ wil hij weer naar haar toe. De schipper zegt: “Er voert geen weg terug….en van dat meisje met haar bruine ogen heb je het beste en het mooiste al gehad …”
Misschien was dit het beste en het mooiste dat de man in de bibliotheek mij te bieden had. Ik voel mij hoe dan ook een beetje meer thuis in deze stad, nu ik weet dat hij hier rondloopt.
geplaatst door RodeJas - 6929 keer gelezen
Vorige berichten
Verborgen schoonheid en bedekt leed
Mijn vrienden en familie hadden voor mijn verjaardag hadden enkele attenties bedacht; zij kennen mij goed en van mijn kant is dat ook het geval. Daarom waren hun cadeaus een goede keuze. Enkele flessen wijn en drie potjes met bloembolletjes. Over een paar weken staat mijn huiskamer er hopelijk fleurig bij.
Het leuke van bloembollen is dat je er eigenlijk op drie momenten plezier aan beleeft. Tijdens de groei (heel weinig water geven), dan als ze bloeien. Na de bloei is het slim ze een plekje in de tuin te geven, zodat ze mogelijk ook volgend jaar in de volle grond voor een bloementapijt zorgen. Bij twee van de potjes steekt een label in de grond, waardoor ik weet welke bloemen ik mag verwachten, van een potje ontbrak er een label, maar op het potje stond de nodige info.. In wezen zit er in alle bolletjes een stukje verborgen schoonheid, die pas na verloop van tijd zichtbaar wordt.
De eerder genoemde flessen wijn zijn van merken, die ik nog nooit geproefd heb. Deze flessen bevatten een nu nog onbekend stukje smaakgenot, dat ik (en mijn gasten?) gaan ervaren als de fles geopend is en de wijn in glazen belandt. Indirect heb ik dat weer te danken aan de natuur en de wijngaardenier, die aan de basis van mijn wijntje hebben gestaan.
Steeds als ik een groepje mensen ontmoet schieten mij die dingen te binnen die ik van hen weet. Iedereen van mijn verjaarsvisites droeg een rugzakje met zich mee. Een bezoekster hoefde haar leed niet te verbergen; met stok en rollator kon ze zich moeizaam toegang verschaffen. Als oudste van het gezelschap was dit op zich niet zo verwonderlijk. Mooi dat ik haar elk jaar een keer bij mij thuis zie. Het verdriet of noem het leed van de anderen was niet zo direct te zien, maar tijdens de gesprekken lichtten ze toch een stukje van hun sluier op.
Niet iedereen is geneigd als zijn / haar ellende bij elke gelegenheid op tafel te gooien. En eerlijk gezegd zit ik daar ook niet op te wachten. Het gesprek in zo’n setting zal dan meer over de koetjes en kalfjes gaan. Gelukkig komt er ook wat verborgen schoonheid boven drijven. Een plan voor vakantie in het komend jaar is er daar een van. Aan de andere kant hoorde ik van het resultaat van een onderzoek naar de gevolgen van een val van mijn kleindochter; zij klimt wekelijks op een klimmuur en dat is een tijdje geleden mis gegaan. Nu moet ze haar toekomstplannen danig bijstellen.
Een andere bezoekster is altijd single gebleven, hoewel ze diep in haar hart wel een relatie had willen hebben. Zij heeft de afgelopen pakweg veertig jaar heel positief ingevuld door haar inzet als begeleidster van een schilderclub, en door het oppakken van andere vrijwillige taken.
Bij mijn visite was dit jaar een “mistery guest”. Niemand behalve ikzelf kent haar. Niettemin klikte het al snel met mijn bezoek. Zij kon heel goed communiceren met de anderen. Ik weet evenwel onder welk leed zij gebukt gaat; een scheiding na een gewelddadige relatie. Ik heb er bewondering voor, dat zij zo uit haar dal op klimt. Een andere bezoekster gaat een moeilijke tijd tegemoet, vol onzekerheid over wat de toekomst voor haar in petto heeft. Wat is het mooi, dat er dan toch iemand is, met een gouden hart, die haar steunt. Hoewel deze vriend nooit op de voorgrond treedt vind ik hem een fijn mens.
Op mijn tafel komen binnenkort rode tulpjes, witte narcissen en blauwe druifjes tot bloei. Uit een ruwe bol naar kleurenpracht. Daar zit geen leed bij. En de Nederlandse vlag wordt zo mooi getoond..
Ik volg met aandacht de levens van mijn bezoekers. Hoe gaat het in de komende tijd met hen?
Hoe word jij – worden jullie geraakt door wat er gebeurt in het leven van jouw / jullie kennissen, familie en vrienden? Zit daar ook veel verborgen schoonheid en bedekt leed bij? Durven ze daar ook over te praten? En durf je ook je eigen vreugde en verdriet te delen?
Spontane ontmoetingen zijn vaak het leukst
Eigenlijk wist ik allang dat spontane ontmoetingen vaak leuk zijn, er staat nl. geen druk op. ik ontmoet dan zomaar een aardige man, zonder dat ik erbij stilsta of het een match zou kunnen zijn. Er ontstaat een gesprek, bijv. als ik op iets of iemand sta te wachten. Er kan een klik ontstaan, maar ik weet natuurlijk niet of die man single is, dat ga ik hem ook niet vragen.
Wel heb ik geleerd om subtiel door te laten schemeren dat ikzelf alleenstaand ben, dan ligt de bal bij hem. Soms reageert hij er niet op, of hij zegt : mijn vrouw denkt er ook precies zo over, wat je me net verteld hebt. Dat is een subtiel antwoord om mij te laten weten dat hij niet beschikbaar is. Prima, weten we allebei waar we aan toe zijn. Ook heb ik iets anders geleerd. Ik werd deze week door ziekenvervoer taxi's vervoerd van mijn huis naar een ziekenhuis in Amsterdam en weer terug.
Vaak zat ik alleen in de taxi, soms zat er nog een andere patiënt in, die eerst nog ergens moest worden afgezet, voor ik mijn bestemming zou bereiken. Ook kwam er een keer een rolstoeltaxi voorrijden bij het ziekenhuis. Een oudere man, veilig in de gordels in zijn rolstoel, zat er al in. De rolstoel zat met 4 klemmen vastgegespt aan de grond. Ik mocht plaats nemen op een stoel naast hem. Het was spitsuur, dus we kwamen in een lange file terecht. Daardoor deden we 1.5 uur over de rit naar huis. Het deerde me niet, deze man had een hoop te vertellen, de tijd vloog om.
Ik zag op een gegeven moment niet eens meer dat deze man allebei zijn benen miste. Toen we bij zijn huisadres aankwamen moest de chauffeur de rolstoel op zijn knieën los gespen van de bodem van de auto, man plus rolstoel via een lift uit de auto naar de straat laten zakken. Tenslotte man + rolstoel handmatig de stoep opduwen. Ik besefte hoe belangrijk het is dat deze invalide man met gezonde mensen te maken krijgt. Ik zou hem niet kunnen vervoeren of die zware rolstoel duwen, want zelfs deze sterke chauffeur had er zichtbaar moeite mee.
Eenmaal zelf thuis gekomen zat ik na te denken over deze ontmoeting. De man was sinds een jaar weduwnaar, had hij me onderweg verteld. Misschien zou het nog te doen zijn om iets met hem te proberen als hij zelf nog een klein stukje had kunnen lopen, maar dat kon hij dus niet. Toen die geestelijke klik er was, zag ik opeens minder bezwaren. Hij woonde niet eens ver bij me vandaan. De kans dat ik hem in de taxi nog een keer tegenkom is echter miniem...
Durf Jij Nee Te zeggen?
Grenzen hebben is zo belangrijk. Ze gaan over zelfbescherming, niet over afwijzing van de ander.
Sommigen zullen er makkelijk mee omgaan, terwijl het voor anderen lastiger is.
Ik hoor bij de groep die het nog altijd lastig vind. Ondanks dat ik al jaren hier –af en aan- mee bezig ben. Maar de laatste tijd merk ik dat ik steeds sterker erin word, steeds helderder krijg waar mijn grenzen liggen.
Ik kan er nogal eens een handje van hebben om zelf mijn eigen grens op te rekken en dan een ander er gewoon overheen te laten gaan. Dat doe ik dan zelf uiteraard.
Waarom? Omdat ik het zo verdomd lastig vind om een grens te handhaven als je weerstand krijgt.
En als je groeit en verandert, kun je er donder op zeggen dat je weerstand krijgt van de ander. Die moet immers ook wennen aan de nieuwe situatie en niet iedereen kan hier even charmant mee omgaan.
Ik heb vandaag al drie keer mijn grenzen bewaakt in drie verschillende gevallen. Dat ging eigenlijk gewoon vanzelf. Heel bijzonder om mee te maken, maar idioot genoeg werd ik er later wel onrustig van. Ik kan dan ‘verdwalen’ in overdenken, over iets blijven malen.
Gelukkig is het uiteindelijk gelukt het los te laten.
Hoe ik hier nu ineens bij kom, dat ik sterker voel en sta en mijn grenzen beter kan handhaven, komt omdat ik de laatste tijd weer flink bezig ben met het mannelijke & vrouwelijke.
Ik ben elke dag bezig om even helemaal in mijn vrouwelijke energie te gaan. En wat oh-zo belangrijk is voor vrouwen: het mannelijke schild wat je als het ware vóór je draagt, los te laten. Want anders kun je niet in je vrouwelijke energie verzachten. Dan kun je niet openen, blijf je vanaf je nek omhoog ‘hangen’ in je hoofd en denken.
En het vrouwelijk is nou juist diep vanuit je lichaam. Daar zit je kracht, want je intuïtie zit in onderbuik. En dat is (vrouwelijke) kracht.
Verbonden met je intuïtie, je hart energetisch open, een zacht lijf. Losse schouders, geen opeen geklemde kaken, een open blik. Dan kunnen de voelsprieten van je intuïtie hun werk doen en je vertellen of iets of iemand goed voor je is of niet. Dat is enorm powerful!
Maar daartoe moet je wel uit je hoofd & denken en in je lichaam kunnen.
Daarmee wordt het uiten van je kracht en stellen van je grenzen ook heel anders. Vandaar dat het weer even een dingetje werd.
Natuurlijk heb je ook een stukje innerlijke man. Dit zou je kunnen zien als je ruggengraat. Deze innerlijke man staat achter je, steunt je, geeft je daadkracht en richting enzovoorts.
Door daar weer eens veel mee bezig te zijn, dit alles (en meer) ook te oefenen, ben ik duidelijk echt meer in mijn kracht.
Het begon er vanochtend mee dat ik de gordijnen open deed. Ik zag de buurman, zo’n heerlijk ego-balletje, zijn vrachtwagen zonder oplegger achteruit aan het rijden zijn om voor de tigste keer bij mij voor de deur te parkeren.
Leuk. Ding is dik 8 meter hoog. Weg licht, weg uitzicht. En het mag niet eens.
Ik zie dat en zonder maar 1 seconde erover na te hoeven denken, kwam er een krachtig en helder, “Nope. Gaat niet gebeuren!”
Nou heb ik eerder stevige ruzie met hem gehad. Sindsdien zijn wij non-communicado.
Ik deed de voordeur open, sprak hem aan erover, rustig en kalm, maar wel duidelijk. Ik kreeg flink spatjes terug, kon me niet deren. Ik gaf gewoon kalm weerwoord.
De vrachtwagen heeft uren hier gestaan, maar niet voor mijn deur.
Ketsjing!
Die is in de knip, ha!
Trots op mezelf.
De tweede sla ik over, de derde grens was met mijn moeder. Ook keurig netjes en rustig gedaan.
Maar ja, dan voel ik me schuldig daarna.
Dat schijnt echter prima te zijn! Omdat het een teken is dat je iets aan het veranderen bent en voor jezelf aan het kiezen bent.
Dat je “ja” hebt gezegd tegen jezelf en “nee” tegen die ander.
De remedie tegen schuldgevoel kan zijn om te focussen op waarom je die grens zette en dingen als “Ik heb … nodig” en “ik ben …”
Op die puntjes vul je dan iets in als liefde, respect, waardering en bij de tweede de moeite waard, liefde waard, ik ben sterk, of wat het dan ook is wat nodig hebt.
Wat ik als een flinke stap voorwaarts zie, is dat ik gewoon kalm bleef, en dat ik bij alle drie de voorvallen opmerkte dat het gebeurde.
Ik ben vaak te flexibel, te zacht, en ik merk het dan niet eens bewust op. Ook als je te makkelijk in de ‘please-stand’ staat, kun je dat hebben.
En met sommige mensen kun je zo’n verwrongen connectie hebben dat je bij hen automatisch in de please-stand gaat of je je laat manipuleren.
Belangrijke dingen, die grenzen, en zeker niet altijd makkelijk.
In een liefdesrelatie zijn goede grenzen absoluut van belang, ook dat je ze echt helder hebt.
Dan vraag ik me af hoeveel van ons dat hebben?
Ik ben zelf altijd vrij makkelijk geweest met denken “het zit wel goed”, maar als je je grenzen niet duidelijk maakt, kun je daar niet vanuit gaan.
En dan niet met iets als ontrouw. Die is voor iedereen duidelijk. Venijn zit vaak in kleinere dingen.
In hoeverre heb jij je grenzen met betrekking tot die kleinere dingen echt duidelijk?
Gewoon nieuwsgierig hoe dit voor anderen is.