Janszen
vrijdag 8 mei 2026
Onlangs kwam meneer Janszen een boekje onder ogen met de titel 'Mannen zonder vrouw'.
De schrijver was een Japanse man met een naam die meneer Janszen, aan wie een zeker taalgevoel en een doorgaans goed geheugen toch niet konden worden ontzegd, nauwelijks langer dan tien seconden kon onthouden. Het was de opeenvolging van lettergrepen. Maar dit geheel terzijde.
Omdat meneer Janszen zelf al geruime tijd tot de categorie mannen zonder vrouw behoorde, pakte hij, als altijd bereid om iets nieuws toe te voegen aan zijn brede schat van kennis en ervaring op dit gebied, het boek uit het schap en las hij de tekst op de achterkaft.
Het waren verhalen, zo stond er geschreven, over eenzame, beschadigde mannen, mannen die iets wezenlijks mankeert, melancholieke mannen. Om nu te zeggen dat hij zich zonder voorbehoud kon identificeren met deze typering zou te veel zijn gezegd, maar een zekere weerklank vonden de woorden toch wel in zijn overzichtelijke binnenwereld.
Hoe was hij eigenlijk zelf een man zonder vrouw geworden? Het antwoord van de schrijver sprak meneer Janszen bepaald aan. Volgens deze was het gemakkelijk: je hoefde alleen maar zielsveel van een vrouw te houden en haar te verliezen, hoe en waarom dan ook. Meneer Janszen dacht aan de eerste mevrouw Janszen en knikte instemmend voor zich uit.
Hij bladerde door het boekje en zijn oog viel op een passage die hem zowel verontrustte als de troost van de herkenning bood. De strekking was zelfs in de ogen van meneer Janszen, die in zijn denken en doen toch graag de hoofdweg mocht verlaten om de zijpaden te verkennen, maar voor één uitleg vatbaar: eens een man zonder vrouw, altijd een man zonder vrouw, hoeveel vrouwen er daarna ook nog in je leven kwamen.
Op weg naar huis liet de vraag waarom hij in zijn levensavond nog altijd op een datingsite stond hem niet los. Toen hij de deur achter zich dichttrok, wist hij wat hem te doen stond.
geplaatst door PlanB - 1132 keer gelezen
Vorige berichten
Daten in de digitale wereld
In de eerste decennia van mijn leven stonden computers nog in de kinderschoenen. Bij mijn eerste werkgever in 1968 waren zij op de afdeling documen
Ik was zijn muze
Een muze is geen willekeurig persoon die toevallig model staat voor een schilder. Ben je de muze van een schilder, dan slaat er bij de kunstenaar e
Man Cave
Je kan toch ook gezellig naast mij zitten terwijl jij met je Excel dingest? Nee. Mijn brein kan één ding tegelijkertijd. Of ik aanbid je glorieuz