Een kerstengel in de zomerzon
vrijdag 18 september 2020
Ik ben hier al even, ik schrijf hier al even - en dit is mijn zes-en-negentig-ste blog hier. Zesennegentig. 96. Cijfers met de ruggen naar elkaar toe; onbruikbaar als opstapje naar erotisch getinte woordspelingen. Ik heb blogs geschreven over gebeurtenissen in mijn leven, ik heb mijn hersenkronkels verwoord, mijn zieleroerselen, mijn associaties bij deze club die datingsite heet - en soms denk ik: het is op, meer dan dit is er niet en is er nooit geweest.
Er is anders nieuws genoeg; natuurlijk is er genoeg nieuws om over te schrijven. Zo heb heb ik nog nooit een citaat van Rainer Maria Rilke gebruikt, kreeg ik het recept van een verrukkelijke cheesecake zonder cheese en is mijn stad inmiddels rood gekleurd. Niet met het rood van de liefde, of met het rood van de rood-witte stadsvlaggen, maar met het rood van 'gevarenzone.' Hoed u voor deze stad en zijn inwoners!
Het was de derde dinsdag van september. Tweeëndertig graden zou het zijn buiten. Nog nooit is het op deze dag zo warm geweest als juist vandaag, en er zou niet zo heel veel gebeuren. Alleen zou het gas duurder worden; zo moet het gepeupel namelijk afleren nog langer gas te gebruiken. Al met al leek het mij een mooie dag om naar het tuincentrum te fietsen en een kamerden te kopen.
Hoog in de nok van de kas stond ze, de kerstengel. Ze had de krullenbol van Monica uit ´La casa de papel´en ze droeg iets in haar armen dat nog het meeste weg had van een gigantische vergulde vleermuis. Een kerstengel in de zomerzon. Groen borduursel op haar glanzend witte jurk, vleugeltjes waarmee ze de hemel nooit zou bereiken. Was ik nou te vroeg in het tuincentrum of juist te laat? Verstopt achter zwart plastic schermen werkten mensen in rode t-shirts aan het glitter winter wonderland dat kerstfeest heet. Alleen de supermarkt lijkt nog in het Sinterklaasfeest te geloven. De Sint is aan het uitsterven, wat ik zowel jammer als prima vind. Ik herinner mij mijn kinderschaamte, toen ik besefte dat de volwassenen vertederd hadden gelachen om mijn geloof in een niet bestaande goede Sint. En een medewandelaar noemde onlangs die roetveegpieten niet geloofwaardig: er waren immers nauwelijks schoorstenen meer? En die Sint met zijn schimmel op het dak dan, vroeg ik lachend. Wat hij niet leuk vond, hij meende het serieus. Alleen waar híj als kind in had geloofd, kon waar zijn voor de kinderen van nu.
Nee, Sinterklaas mag van mij voortaan in Spanje blijven. Zijn naamgenoot Santa Claus geef ik een proeftijd van één jaar, meer als decoratief element dan als heilige die pakjes rondbrengt. Ik heb immers nooit in hem geloofd. Wel geloof ik in de grote waarde van wat voor eindejaarsfeest dan ook. En in die stralende kerstengel van papier maché.
geplaatst door RodeJas - 3162 keer gelezen
Vorige berichten
Ik was zijn muze
Een muze is geen willekeurig persoon die toevallig model staat voor een schilder. Ben je de muze van een schilder, dan slaat er bij de kunstenaar e
Man Cave
Je kan toch ook gezellig naast mij zitten terwijl jij met je Excel dingest? Nee. Mijn brein kan één ding tegelijkertijd. Of ik aanbid je glorieuz
Verschilligheid
Op mijn 18e kwam ik als dorpsjongen aan in de studentenstad Delft. Dat was omdat ik intelligent genoeg was gebleken, maar helaas had ik verder wein