Trouwen met een wildvreemde
dinsdag 27 oktober 2020
Sinds kort kijk ik weleens naar het tv-programma "Married at first sight". Het is opgenomen in Sydney en in Melbourne in Australie. Trouwlustige mannen & vrouwen worden door een psycholoog en dating-experts aan elkaar gekoppeld zonder te weten welke partner er voor hem of haar is uitgekozen. Ze zien elkaar voor het eerst voor het altaar om daar, in aanwezigheid van hun familie, te trouwen.
Het is een variant op Boer zoekt Vrouw, maar dan met EEN partner, met wie hij/zij het 8 weken moet zien vol te houden. De dames zijn mooi opgemaakt, de haren keurig gekapt en hebben een schitterende trouwjurk aan. De heren staan in perfect zittend blauw, zwart of grijs pak te wachten voor het altaar met de rug naar de ingang, op de aankomst van de bruid en de bruidsmeisjes. Die arriveren allemaal tegelijk in een limousine. Na het huwelijk en de receptie gaat het pas getrouwde paar eerst een paar dagen op huwelijksreis, om een mooie herinnering te hebben aan de start van van het huwelijk en ook om alvast in een romantische omgeving aan elkaar te wennen. Daarna gaat het bruidspaar naar een speciaal hotel, waar nog 8 tot 9 andere koppels, op dezelfde manier getrouwde stellen, na de huwelijksreis vertoeven. Ze worden daar door een tv-camera in een serie opnames gevolgd.
Ze zitten in een bubbel, afgeschermd van de buitenwereld om de partner door en door te leren kennen. Wel hebben ze regelmatig contact met de andere stellen van het programma via georganiseerde gezamenlijke etentjes, waar ze raad aan elkaar kunnen vragen. Maar ze kunnen tijdens die bijeenkomst ook kritiek leveren op de eigen partner of op het gedrag van een van de andere huwelijkspartners. Uiteraard gaat er best het een en ander mis, maar er groeit in deze weken ook veel waardering voor elkaar en soms ontstaat er zelfs liefde.
Het geheim van dit programma is, dat er net als bij een huwelijksburau, een uitgebreid profiel is ingeleverd bij de huwelijksexperts, Er heeft vooraf ook nog een gesprek plaatsgevonden met de aan het programma verbonden (neuro)psycholoog, een relatiedeskundige en 2 huwelijksexperts. Belangrijk is of het eigen karakter matcht met de persoonlijkheid van de gekoppelde partner. Ook wordt er terdege rekening gehouden met in het verleden opgedane date-ervaring, zodat de best mogelijke match voor hem of haar gevonden wordt. Het uiterlijk is natuurlijk ook belangrijk, want als iemand je type niet is, wordt het niks. De psycholoog en de experts blijven het hele experiment bij het programma betrokken. Duizenden kandidaten hebben zich voor dit tv-programma gemeld, zodat er veel keuze is om pakweg 10 koppels samen te stellen en daar een serie uitzendingen mee te maken.
Tijdens die 8 weken hotel is er 3 x een evaluatie en kan een koppel besluiten het programma te verlaten. Natuurlijk halen niet alle stellen het einde en de tv-kijkers blijven alleen de paren volgen die doorgaan. Na de einddatum gaan de stellen die het gehaald hebben 5 dagen terug naar hun eigen huis en naar hun achterban om na te denken of te overleggen of ze door zullen gaan met dit huwelijk. Ze komen daarna terug om voor de 2e keer hun geloften uit te spreken of het huwelijk te verbreken. Zes weken later komen alle andere deelnemers ook weer naar het hotel om gezamenlijk terug te kijken naar deze periode. Er wordt gevraagd hoe het nu met iedereen gaat en dan zien en horen we ook of de succesvolle paren nu ook nog steeds bij elkaar zijn.
Ze hebben allemaal geleerd van dit experiment : dat het moeite kost om elkaar goed te leren kennen. Verliefdheid kan er snel zijn, maar vertrouwen in elkaar moet groeien. Ze kunnen het niet maken om snel af te haken en ontstane irritaties zullen goed met elkaar doorgesproken dienen te worden om samen op te lossen. Het is natuurlijk ook belangrijk dat er voldoende lichamelijke aantrekkingskracht is tussen beiden. Al vind je elkaar nog zo aardig en lief, vriendschap kan bij gebrek aan passie mogelijk blijven, maar een setje word je dan niet. Het is even belangrijk dat de communicatie met de partnerr in al deze weken samen soepel verloopt, anders houdt de lichamelijke aantrekkingskracht ook snel op en haalt het koppel eveneens de eindstreep niet.
Waarom hebben al deze mensen de hulp van al deze experts ingeroepen? Omdat het ze op eigen kracht niet lukt om zelf een geschikte partner te vinden. Omdat ze zich niet durven open te stellen omdat ze erg bang zijn dat de ander er misschien niet helemaal voor gaat. Ook omdat de biologische klok tikt en ze deze kans nog willen aangrijpen om een geschikte partner te vinden, die ook nog graag een gezin wil stichten ...
geplaatst door sixty - 2583 keer gelezen
Vorige berichten
Single of in een relatie: Ben je een eenpitter ?
Ik ben volgens de wet sinds de zomer van 2006 alleenstaand. Die twee decennia zijn weliswaar onderbroken door een “lange” relatie en twee kortere relaties. In die twintig jaar heb ik ervaren, dat het gegeven single-zijn niet automatisch aangeeft hoe je in het leven staat, hoe je je richt op je omgeving.
In mijn netwerk van mensen zijn veel singles van rond mijn leeftijd, die heel sociaal zijn en zich bekommeren om anderen die op hun pad komen, maar anderzijds ook alleenstaanden, die heel egocentrisch manoeuvreren. Er zijn singles die heel open zijn, heel toegankelijk, die aandacht hebben voor de wereld om zich heen en voor individuele personen. En dus ook alleen gaanden, die hun weg echt alleen gaan.
Ook in relaties kom ik eenpitters tegen, oftewel einzelgängers. Zelfs bij mensen, die verschillende huwelijksjubilea achter de rug hebben merk ik, dat elk van beiden steeds z’n eigen ding doet. Dat hoeft op zich geen probleem op te leveren. Het wordt lastiger als beiden een eenpitter zijn. Dan liggen botsingen, aanvaringen continu op de loer.
Kan een eenpitter veranderen? Is het net zo eenvoudig om een eenpitter zo ver te krijgen, dat hij of zij zijn / haar houding aanpast als wanneer je in je keuken een een pits komfoor inruilt en een kooktoestel met meer branders neerzet?
Zo’n verandering in de keuken vraagt ook om inzicht en handigheid. Als het een pits gaskomfoor ingeruild wordt voor een elektrische kookplaat (in verband met de energietransitie) moet je wel weten of het huidige vermogen dat de energieleverancier levert voldoende is, en of je deze belangrijke wijziging wel echt wilt!
Een poging om een eenpitter te veranderen die lange tijd zonder partner heeft geleefd lijkt op het eerste gezicht een onmogelijke opgave. Eerst moet je weten of hij of zij wil veranderen.
Dan rijst er nog een ander gevaar: Je probeert hem of haar te veranderen op die punten, die jou goed uitkomen. Of, waar je je bij hem of haar aan ergert.
Als je een een pits gaskomfoor inruilt voor een vierpits toestel verdwijnt het oude apparaat niet zonder blikken of blozen. Raar, maar zo is het ook met een single eenpitter. Op het eerste gezicht is-ie veranderd, maar na een tijdje duikt het eenpitter zijn toch weer op.
Ik moet niet steeds onomwonden eenpitters in een kwaad daglicht steken. In hun werksituatie hebben ze vaak veel verantwoordelijkheidsgevoel, ze zijn gemotiveerd om hun taak goed uit te voeren. Het zijn ook vaak mensen aan de top van een organisatie. Hoe straalt dat af naar hun privéleven? Daar zijn andere verbanden, daar hoort geen hiërarchie te bestaan.
Bekend is de grap over de nieuwe baas die een bordje op zijn bureau plaatste: “Hier ben ik de baas” Een dag later miste hij dat irritante bordje. Zijn ondergeschikten vertelden hem toen hij vroeg waar het bordje gebleven was, dat zijn vrouw het was komen ophalen..
Moraal: Hoe iemand op het eerste gezicht lijkt te zijn stemt niet (altijd) in alle situaties overeen met de realiteit! Schijn bedriegt.
Wie heeft met eenpitters te maken (gehad)? En hoe ben je daar dan mee omgegaan??
Een klein leven
Een droom. Ik lig te slapen op mijn blauwe bank. De bel gaat, dochter doet open. Een werknemer van het bedrijf waar ik een tuinbankje heb besteld, stapt de kamer in; hij heeft een rol prikkeldraad bij zich. Hij is een grote man, en hij staat te roken. Ik vraag hem om niet te roken in mijn huis. Hij zet een paar stappen vooruit en morst sigarettenas op mijn slaapzak. De man legt het prikkeldraad op de vloer en neemt mijn dochter mee de gang in. Ik loop hen achterna, raak haar rug aan. Hij laat haar los en verdwijnt in de deur.
En nu vraag ik mij af: Is dit een voorspellende droom, of een reactie op een gebeurtenis in het verleden? Want dat is het lastige met dit soort dromen: ik weet zelden of het onheil al is gebeurd of nog moet gebeuren. Al met al zal ik blij zijn als het bankje op mijn balkon staat.
Een droom. Mijn plafond lekt, het water drupt op de kale, houten vloer. Mijn vader zet een hoge trap in het midden van de kamer, klimt naar boven en steekt met een schroevendraaier het plafond open. Het water gulpt het gat uit. Hij lacht: ‘Dat scheelt een slok op een borrel!’
Sinds ik grotendeels aan huis gekluisterd ben, heb ik een valhorloge om. Het belt mijn dochters, mocht ik komen te vallen. Zij willen zoiets liever direct weten: ook in een klein leven kan de weg vol liggen met voetangels en klemmen. En doordat mijn jongste dochter aan mijn ronde tafel, dus via mijn wifi, naar het meest geschikte horloge heeft gezocht, krijg ik op mijn facebookpagina advertenties met foto’s van vrolijke, al wat oudere mensen. Ze zijn op zo’n hoge huishoudtrap geklommen om de heg te snoeien. Tekst: Je weet dat je moeder/vader het toch zelf doet. Geef haar/hem een valhorloge!
Ja, ik leef voorlopig een klein leven. Elke ochtend weer leer ik mijn linker been dat het prima kan lopen, en dat gaat me steeds beter af. Maar dat been vindt fietsen op een hometrainer veel fijner, het zadel zo hoog dat ik het volledig moet strekken. De verrader. Hij weet best dat ik niet van fietsen hou, dat ik veel liever loop. Veel te veel fietsongevallen hier in Leiden. Hm, misschien eens uitkijken naar zo’n licht fietsje met kleine wielen.
Een droom. Er is een muziekstuk op de televisie; groot orkest met drie zangeressen. Blond, donker, rood. Alt, mezzo, sopraan. Ik kijk er beneden op de bank naar, ik kan immers de trap niet op. De anderen kijken boven. Zo af en toe breng ik hen (wie eigenlijk?) koffie, thee en koekjes op mijn ronde, stalen dienblad. Ze zijn er blij mee. Dan maakt de blonde zangeres een fout en wordt de uitzending gestaakt. We zien haar weer als ze vanaf een bospad in de trein wil stappen. De trein rijdt weg zonder haar, en ze loopt langzaam terug. Ze draagt een beige overjas.
Ik heb alle tijd - en tegelijkertijd heb ik nergens tijd voor. Ik mis het reizen met de trein, de lange wandelingen, de zee, het voorjaarsbos. Maar ik moet er niet aan denken, dat gemis in te vullen met daadwerkelijke acties. Ik zou alvast nieuwjaarskaarten kunnen gaan tekenen, een engeltje 2.0 ontwerpen. Echt? Lezen dan? Ik koos uit alle boeken die wachten om gelezen te worden, de minst gecompliceerde. Zo’n Young Adult boek over een boekwinkel waar iedereen elkaar helpt om een stap verder te komen in het leven.
Zelf heb ik ook een grote stap vooruit gezet: ik heb mijn oudste dochter geholpen met de afwas. Ze had heerlijk voor me gekookt - en plotseling leek het me gezellig om er een theedoek bij te pakken en samen af te wassen. We zongen, net als vroeger, het lied over de Prins van Doedel aan de Vlier uit de televisieserie Hamelen, een duet tussen koor en solist. De prins ontmoet een kikker met ‘ogen van saffier’ en trouwt met haar omdat hij gelooft dat ze een prinses is. Ze houdt immers van hem? Maar ja, klokslag twaalf blijft de kikker wie zij is en verandert hij zelf in een kikker. Grootser hoeft geluk niet te zijn.
Macon
Ik houd wel van open eindes en dit is er zeker een.
Op mijn hotelkamer in Mâcon gaan mijn gedachten terug naar zes jaar geleden in hetzelfde hotel. Ze is eigenlijk best leuk, dacht ik, aan de rand van het zwembad. Was dat nou voor of na een paar glaasjes Gallo? Ja, u leest het goed. Aan de rand van het zwembad bood ze mij in een van de beroemde wijngebieden van Frankrijk een glaasje rode Gallo aan. Of liever een plastic koffiebekertje dat nog net niet smolt van de hitte. Knap vond ik haar zeker. Vink maar af. Of moest ik ook dat oordeel toeschrijven aan het onbestemde Gallo-mengsel? Nee, ze was knap!
Haar dochters verdwenen naar de tafeltennistafel waar de hormonen geen grenzen kennen op een late en zwoelwarme avond in Zuid-Frankrijk en de tweede fles ging open. Ze waren in de aanbieding, kirde ze, terwijl ze inschonk. Ze draaide zich naar me toe en legde haar voeten in mijn schoot. Of ik ze wilde masseren.
De rest van de avond was een opmaat naar wat voor de hand lag, maar niet zou gebeuren, want toen ze me voorstelde om naar mijn kamer te gaan, verzamelden we de laatste restjes die nog over waren van ons gezond verstand en besloten we dat er ergens ook nog twee pubers rondzwierven, wat overigens niet in de weg stond aan een potje slaap-lekker-tongzoenen van een half uur.
Toen ik de volgende ochtend naar de ontbijtzaal liep, vond ik een briefje: We moesten vroeg weg. Waren we maar wat onverstandiger geweest. Tot ooit. Kus.
Sindsdien kan ik niet meer in Mâcon zijn zonder aan het prachtige gedicht van Jean Pierre Rawie te denken:
Ooit
Het is niet meer in dagen of in weken
dat ik de spanne die ons scheidt,
dat ik de eeuw dat ik je kwijt ben reken;
wie meet de leegte aan de tijd?
en wie weet of de tijd die is verstreken
niet telkenmale weer verglijdt?
Wie weet keert ook de tijd die is vergleden
eens tegen elke rede om
en worden lijnen die elkaar nooit sneden
alsnog als door een wonder krom,
zodat ik je in een volmaakt verleden
opnieuw in leven tegenkom.
Ontneem mij nimmer dit subliem vertrouwen
waar ieder aards begrip voor zwicht,
dat steeds mijn levenslijn nog met de jouwe
in één fataal verlengde ligt
en wij elkaar ooit weer zullen aanschouwen
van aangezicht tot aangezicht.