Wachten op, ja, op wat
maandag 13 december 2021
Wist u hoe lang u gemiddeld per dag bezig bent met wachten op iets? Bijna dertig jaar geleden kwamen onderzoekers tot de conclusie, dat dit gemiddeld een half uur per dag is. Dat lijkt niet veel, maar als we uitgaan van een leeftijd van 80 jaar wacht iemand per jaar 182 uur, dat is over zijn / haar hele leven 607 dagen. Het meeste wachten we in winkels en in het verkeer.
Ik denk dat het bij wachten om een combinatie van factoren gaat. Wacht je op iemand, moet je wachten voordat je verder met iets kunt gaan, hoeveel geduld heb je (dat zit deels in je karakter!) en hoe besteed je de tijd dat je moet wachten. Een fenomeen bij wachten is een wachtrij. Die kom je tegen bij de kassa, voor een verkeerslicht. Deze wachttijden zijn doorgaans begrensd, vijf minuten voor een kassa wachten is acceptabel. Voor een verkeerslicht wachten is ook geen crime, tenzij je een afspraak hebt, waar je niet onderuit kunt en je verderop ziet dat een brug open gaat voor het scheepvaartverkeer.
Wachten op Godot is een absurd toneelstuk in twee bedrijven van de Ierse schrijver Samuel Beckett, waarin twee zwervers, Vladimir en Estragon, tevergeefs wachten op een zekere Godot, een persoon die nooit zal komen. Ik vind het bijzonder dat een auteur dit thema voor een toneelstuk heeft gekozen. Hoewel ik niet sta te trappelen om een voorstelling hiervan bij te wonen, zou dit toneelstuk mogelijk mijn onvrede met het ergens op moeten wachten ietwat kunnen temperen. Hiermee ben ik meteen bij de kernvraag beland: Heb je zelf wel eens op iemand gewacht, die niet kwam opdagen of wacht je op een ontwikkeling in je leven, waarvan je hoopt dat die zal plaatsvinden?
De decembermaand is bij uitstek de periode van Verwachting. In december leven Christenen toe naar de kerstdagen, waarin zij de komst van het kindje Jezus herdenken, Op vier zondagen wordt daar bij stil gestaan. Het is de adventstijd, waarin vier kaarsen als symbool voor dat wachten worden aangestoken. De periode van Verwachting is ook belangrijk in de Joodse traditie, zij wachten al eeuwen op hun verlosser. Uiteraard loopt dit alles weer parallel met de negen maanden, die de meeste moeders moeten wachten op de komst van hun eigen kindje.
Het is belangrijk de tijd, dat je ergens op moet wachten goed te besteden. Als er meer tijd mee gemoeid gaat kun je voor het wachten ook iets bedenken. Dat gaat niet bij de dagelijkse wachttijden, zoals bij de kassa en in het verkeer. Dan proberen sommigen hun invloed aan te wenden door voor te dringen, stoplichten te negeren, harder te rijden om de “verloren” tijd in te halen. Geduld is een schone zaak..
Wekelijks doe ik een half uur mee met een paar mensen aan een stiltemeditatie. Nadat een gong heeft weerklonken steek ik een kaars aan, ten teken dat de meditatie begint. Er is dan tijd om allerlei dingen in gedachten de revue te laten passeren. Maar ik wacht tegelijkertijd op de tweede klank van de gong, Dan doof ik de kaars. Dat half uur “wachten” is dus functioneel, ik ben er ook op ingesteld.
In dit verband moest ik denken aan het aloude lied “Ik sta op wacht”, uit 1957, van Joop de Knegt, over een soldaat, die een bericht krijgt dat zijn geliefde hem afwijst. Hoe vaak komt dat ook hier op de datingsite niet voor? We wachten op een positief bericht, een nieuwe liefde. Dan blijkt, dat ons wachten niets heeft opgeleverd. Dat is een ander soort “advent”.
Van de weken voor kerst weet ik, dat ze iets op zullen leveren. In de kerkelijke traditie worden deze (vier) weken adventsweken genoemd. Advent is het Engelse woord voor komst, gebeurtenis. Er staat dus iets te gebeuren! Maar de twee kerstdagen zijn dit jaar wel geheel anders dan een paar jaar eerder. Een beperkte kerst. Maar ik merk alom mij heen, dat er veel behoefte is om die kerstdagen niet in eenzaamheid door te brengen. Ik hoop, dat er veel liefdevolle mensen zijn, die er in slagen de kerstdagen op een mooie, zinvolle manier in te vullen! Dan is die wachttijd goed geweest.
geplaatst door Aktivo1 - 2492 keer gelezen
Vorige berichten
Dans
Dans slingert als een rode draad door mijn levens en mijn liefdes.Dat begon al heel vroeg, mijn ouders deden een tijdje net alsof ze hippies waren, we woonden toen in Amsterdam Zuid en dansten tussen de schuifdeuren op alle hippiemuziek:)
Op de kleuterschool raakte ik bevriend met een klasgenootje wier moeder professioneel danseres en choreografe was en vanaf 1973 zelfs les gaf aan de Kunstacademie. Voor haar best wel eens lastig om met kleuters opgescheept te zitten maar creatief als ze was gaf ze ons gewoon rollen in haar voorstellingen. We moesten bijvoorbeeld dansen als wuivend riet langs de rivier of als waterdruppels in een regenplas en dat ging ons prima af!
Door omstandigheden verhuisden mijn ouders naar een truttig dorp en daar ging het heel anders toe, men ging daar op stijldansen. Ik ben altijd voorstander alles een keer te proberen en ging dus met mijn nieuwe overbuurmeisje tien weken elke woensdagavond naar de dansschool bij het spoor. Er was daar wel een heel leuke jongen dus dat maakte veel goed, maar de lessen zelf waren heel ouderwets, de man moest leiden en de vrouw haar mond houden, blijkbaar waren de jaren zestig in dit dorp nog niet aangebroken. In een soort houdgreep sleurde de dansleraar me over de parketvloer om voor te doen hoe het moest en na tien weken kon ik het wel een beetje maar ik dacht, dit is meer iets voor noodgevallen.
Inmiddels was er disco, punk en new wave uitgebroken en daar voelde ik me meer bij thuis. Mijn zakgeld was ontoereikend en zelfs als ik elke avond ging oppassen kwam ik niet uit de kosten, maar creatief als ik ben, vond ik er oplossingen voor; ik ging gewoon werken in de discotheek, eerst bij de garderobe en later achter de tap, zo hoefde ik nooit meer entree te betalen en draaiden de dj's altijd mijn favoriete nummers:) Mijn schoolresultaten gingen wel wat achteruit en ik irriteerde me aan docenten die klaagden dat ik zat te gapen op maandagochtend, dus ik besloot staatsexamen te doen. Zo kon ik in de weekenden lekker dansen en alvast mijn diploma's halen in mijn eigen tijd. Zodra ik van die docenten verlost was haalde ik binnen 15 maanden twee diploma's en danste naar hartelust!
Niet verwonderlijk misschien dat mijn eerste grote liefde een jongen was die altijd semi ongeinteresseerd langs de dansvloer voor muurbloem speelde. Mijn tweede grote liefde danste twaalf jaar later elk weekend met me in de Melkweg. En mijn laatste grote liefde? Daarmee danste ik voor het eerst op een zomeravond in een romantisch park 915 kilometer hier vandaan:) Maar de aller aller mooiste dansvoorstelling was toch wel die van Scapino, gelukkig is het dit weekend weer zover!
Speelt dans in jullie levens en liefdes ook een belangrijke rol, of kijken jullie alleen nog de Notenkraker met de kerstdagen?
Toeval of Niet?
Ken je dat, van die dingen die je ineens elke keer ergens tegenkomt of hoort? Dat je bij jezelf denkt dat het wel héél toevallig is.
Of zou je dan van synchroniciteit spreken? En de volgende vraag: betekent het wat of is het inderdaad gewoon toevallig toeval.
Net zoals je overal zwangere vrouwen ziet als je zelf zwanger bent of wilt worden. Of overal verliefde stelletjes ziet als je een gebroken hart hebt.
Dan vraag je je ook af, wat is dit?!
Zo kwam ik een aantal jaren terug ineens veel mannen tegen met een bepaalde naam. Dat was een wat ouderwetse Hollandsche naam die anno nu niet meer zo vaak voorkomt.
Daarom viel het me op.
Ik was toen ook single, maar de betreffende mannen vond ik niet interessant als potentiële partner. Toch vond ik het typisch dat ik ineens overal mannen met die naam tegenkwam.
Laat ik nou een maand of twee, drie later online een man tegenkomen waar ik meteen een hele sterke klik mee had. En yup, die heette ook zo.
Toen moest ik me toch ook even op het hoofd krabben. Zo van, heeft het Universum me hier al die tijd op voorbereid?
De laatste tijd heb ik een ander gevalletje toeval. Niet direct man-gerelateerd.
Ik ben de laatste tijd behoorlijk gefascineerd door iets waarbij paardrijden een grote rol speelt.
En ineens komt dat overal en nergens omhoog. Ook herinneringen waarvan ik eigenlijk niet eens meer wist dat ik ze wist.
Zo had ik als 14-15 jarige een vriendin met een eigen pony en daar heb ik veel op gereden. Eerst gewoon stappen, daarna leerde mijn vriendin me een beetje rijden zodat ik ook draf en verlichte zit kon. Ik was geen ervaren ruiter en springen of galopperen werd ik niet blij van.
Maar buiten dat heb ik er altijd zó van genoten!
Ik wilde als kind altijd al paardrijden maar ik mocht niet van mijn moeder.
Ik ging dan maar geregeld bij de manége kijken, met verlangen in mijn hart!
Grappig genoeg had ik rond mijn 16e-17e een verloofde die paard kon rijden. Weer zo’n herinnering die ver weg gezakt was.
Met hem heb ik één keer paard gereden. Wat heb ik daar van genoten! Ik was eerst op een kleine, rustige pony gezet, maar dat had ik in een paar minuten gezien. Heen en weer geklotst worden met die korte stappen, de grond zo dichtbij, ieeekh!
Toen kreeg ik een grotere pony waar ik heerlijk op gereden heb. In hoeverre ik nou eigenlijk wist waar de gas en de rem zat, weet ik niet meer, haha.
Vroeger ging ik ook vaak met mijn vriendin naar de manége waar zij les had. Toen was er een keer een nieuw paard wat ik meen een politiepaard was geweest. Dat was het hoogste paard wat ze ooit hadden gehad. En ik mocht daar op!
Ik schat daar ik daar met een blok (hulpmiddel) op gekomen ben. Eenmaal erop vond ik het toch wel héél erg hoog en was ik blij dat ik eraf was.
De laatste keer dat ik op een paard heb gezeten, was toen ik een jaar of 37 was. Mijn ex had een paard gekocht en toen ik de kids naar hem bracht, had hij het gezadeld en al buiten staan. Ik mocht erop als ik wilde.
Héél graag!
Maar… ik kreeg het niet voor elkaar erop te komen? Mijn kinderen lagen dubbel, mijn ex ook. Ik moest ook lachen, maar was wel verbouwereerd, had dat niet verwacht. Ik dacht dat ik fit, lenig en sterk was. Daar stond ik lelijk op mijn neus te kijken!
Uiteindelijk ben ik er met een blok op gekomen.
En daarna nooit meer op een paard gezeten, laat staan gereden.
Maar nu van de week iemand in huis die me vraagt, “Heb jij iets met paarden?”
Huh? Nee, hoezo?
Zegt hij, “Nou, om de Ariat laarzen in de gang.”
Verroest! Ik heb inderdaad een paar jaar terug laarzen gekocht die ik leuk vond wat heel toevallig eigenlijk rijlaarzen zijn.
Wat blijkt? Hij rijdt zelf paard, zowat heel zijn familie zit in de paarden.
Toevallig?!
Ik vertelde hem mijn verhaal, en dat ik nekletsel heb na ongeval en niet meer durf. Oh-zo bang dat ik eraf val en weer letsel oploop.
Daarop zei hij dat er een manége is die ritten doet met beginners of bange mensen. Dan rijdt er iemand met je mee op een fiets die het paard vasthoudt.
Wow…
Nou zit ik in dubio.
Ik ga hem wel vragen om de naam van die manége.
Enerzijds voel ik enorme vreugde! Misschien kan ik mijn droom alsnog uit laten komen! Af en toe op een paard!
Tegelijkertijd komt er stevige angst op.
Maar ik vind het ook weer belangrijk om jezelf te geven waar je zo naar verlangt. Moet je dat dan door angst om zeep laten helpen?
Als single loop je eigenlijk vaak al dingen mis, zelfs al heb je een fijn en vervuld leven in je eentje en ben je gelukkig.
Ik vind het ook belangrijk geregeld uit je comfort-zone te stappen. Anders ga je meer en meer vastroesten.
Als ik denk aan weer in het zadel zitten, dat geur van leder, paard en hooi, dan schreeuwt mijn hele wezen “ja!!”
Dat voelt zo als thuis. Vertrouwd.
Echter, als ik denk aan mijn nekje, misschien eraf vallen, slaat de angst toe.
Maar ja, dit komt toch niet voor niets op mijn pad? Het is toch geen toeval dat er een optie blijkt om af en toe veilig(er) paard te kunnen rijden.
Ik ga er nog eens over nadenken!
Niet nodig
Het is koud buiten. Nee, het lijkt koud buiten; de mensen die ik nu buiten zie lopen, lopen er kouwelijk bij. Vooral de jonge vrouwen: een muts kan immers hun lange haren voorgoed veranderen in iets vogelnest-achtigs? Zelf heb ik een lange donsjas en een goeie hoed tegen de kou. Én knalroze handschoenen. Ooit wilde een geliefde dat er bij hem thuis altijd handschoenen voor mij zouden zijn, en in zijn dorp waren de vinger handschoenen voor vrouwen nu eenmaal knalroze. Ik hoop al jaren dat ik er eentje verlies, zodat ik de andere met goed fatsoen kan weggooien. Ik had helemaal geen nieuwe handschoenen nodig.
Mijn flat staat vol met spullen die ik niet nodig heb, veel te vol - en soms denk ik dat ik pas weer kan schrijven wanneer al die dingen een ander huis hebben gevonden, wanneer er weer ruimte is in mijn flat en daarmee in mijn hoofd. Zo is daar die witte stalen tv-kast, de kast die ik zo moedig in mijn eentje in elkaar heb geschroefd terwijl er twee personen op de handleiding stonden. Kwestie van schroevendraaier eerst even in een prittstift duwen bij verticaal en ondersteboven schroefwerk. Die kast dus. Hij paste perfect - totdat ik de wieltjes eronder draaide. Ze bleken uit te steken, die wieltjes. Zonder wieltjes gebruiken dan maar? Nee, deze kast heeft wieltjes nodig om een leuke kast te zijn. Of accepteren dat hij te ver de kamer in komt? Nee, dan is de achterkant van de tv dominant aanwezig in mijn kleine huiskamer. Hup, dan maar op Marktplaats met hem - zodat hij nu in de logeerkamer staat te wachten op een acceptabel bod. De oude 24 inch tv staat ook nog in de logeerkamer, net als de dvd-speler, een tas vol dvd’s, en het rode stalen kastje op wielen waar die kleine tv zo mooi op paste. Dit zijn spullen waaraan ik gehecht ben. Wat ik hier nodig heb, is iemand aan wie ik ze kan geven, iemand die ze nodig heeft, iemand die ik er blij mee kan maken.
De ombouw van mijn tweepersoons Auping Auronde heeft trouwens ook weken in die logeerkamer gestaan voordat ik het helemaal zeker wist: Ik zet hem op Marktplaats, ik heb geen tweepersoonsbed nodig, nooit meer. Gek genoeg was er laatst toch een man die mij in de war maakte met de simpele vraag of ik het zeker wist, van dat tweepersoonsbed. Soms is er nu eenmaal zo’n man…
Soms vraagt iemand me wat ik nodig heb - en meestal is het antwoord simpel: Twee kippenbouten, een arm die wél bij de havervlokken hoog in het winkelschap kan, toch maar een verdoving tijdens een tandartsbehandeling. En soms, heel soms, is het antwoord ‘een kusje’. Waarmee ik natuurlijk meer dan een kusje bedoel, veel meer…
Laatst, in de trein, vroeg een man mij om iets dat híj nodig had. Hij was jong, goed verzorgd en vriendelijk. Zijn Nederlands was nog in ontwikkeling. Hij bood me een slok bier aan uit zijn glas, en vroeg of ik dochters had. Ach, waarom hem geen waar antwoord gegeven? Hij wilde met één van mijn dochters trouwen, deze Arabische prins; hij had een vrouw nodig.