Sprookjes
vrijdag 22 maart 2024
Om de lente mee in te gaan, heb ik nog wel een heel romantisch verhaal voor jullie. Het gaat over een man -nee jullie kennen hem nog niet- waarvan de vrouw en kleuters na de scheiding geemigreerd waren. Hij had het zelf verpest, dat zag hij inmiddels wel in, maar hij miste ze verschrikkelijk! Heel de dag verlangde hij naar zijn kinderen, hij sliep niet meer en at ook bijna niets, het enige dat er nog uit zijn handen kwam, waren hele treurige smachtende gedichten, die hij op een internet forum plaatste.
Je raadt het misschien al, ik las zo'n gedicht. Ik las het, de pijn sneed zo dwars door mijn middenrif en ik wist, dat hij dit net geschreven had en nu helemaal radeloos ergens achter een monitor zat, midden in de nacht. Dus ik schreef iets terug, het was in 2000 dus er was nog geen facebook, ik postte een antwoord. Dat was het begin van een vloedgolf aan wanhoop, spijt en ... sprookjes. Bijna elke dag ontving ik een zelfbedacht sprookje, en ik schreef natuurlijk ook sprookjes terug. In het begin waren het sprookjes zoals hij ze aan zijn kinderen, drie en vijf, zou willen vertellen, het contact was erg slecht, ik moedigde hem aan het gewoon op te schrijven en zei dat er heus wel een dag ging komen dat ze het zouden lezen.
Maar al snel kreeg ik ook een rol in de sprookjes, de ene keer was ik de reddende engel, dan weer een duif die post rondbracht of een gelaarsde kat die iedereen te slim af was. Ondertussen had ik er geen enkel idee van wie hij precies was of waar hij precies woonde en bezat al bijna een driedubbele verzameling met gebroeders Grimm vertellingen. Ik voelde ook wel wat verliefdheid opkomen, maar dat drukte ik weg. Het was duidelijk een persoon in emotioneel zeer labiele toestand die ook behoorlijk wat stommiteiten had begaan. Dus ik hield mezelf voor dat ik een soort van hulpverlener was, die de sprookjes als therapeutisch middel inzette om alles in goede banen te leiden.
Omgekeerd wist hij echter precies wie ik was en waar ik werkte, want ik had een beroep -molencoordinator- waarvan er destijds in Nederland maar vijf waren. Op een ochtend kwam ik dus aan op mijn kantoor -een jeneverdistilleerderij aan de Lange Haven- en de meester stoker kwam opgewonden naar buiten rennen. "Gitta! Er staan overal emmers, emmers vol!! " Ik klopte hem op de rug en zei iets van "Kom kom Sven, dat overleven we ook wel weer, wat is er gebeurd dan?" Hij wees met zijn vinger naar binnen en trok me de stokerij in. En ja hoor, daar stonden ze, bovenaan de trap, allemaal emmers met rode rozen en ook nog hier en daar wat gipskruid. Ik keek ernaar en eigenlijk was ik niet eens verbaasd, direct wist ik: deze komen van mijn sprookjesman. Er zat geen kaartje bij, het enige dat ik kon zien, was bij welke bloemist ze besteld waren, dit was een bloemist uit Den Haag aan de Bierkade.
Ik opende mijn kantoordeur, schoof de emmers tussen de lades met bouwtekeningen en de dozen met maquettes en stuurde hem bericht dat hij nou maar eens eerlijk moest vertellen waar hij woonde, wie hij was en dat hij me moest bellen diezelfde avond nog. Wat bleek, hij woonde helemaal op Bonaire waar hij de zendmast van de Nederlandse Wereldomroep moest repareren! Wat een verschrikkelijk pokke-end!! Omdat hij een heel poetisch en bloemrijk taalgebruik had, had ik al wel het vermoeden uitgesproken dat het een Vlaming kon zijn, maar het was totaal niet bij me opgekomen dat er ook op Bonaire hoog in een zendmast zo iemand kon zitten!
Nou jullie begrijpen het vast, als Optimist zijnde (was ik toen ook al) dacht ik, daar moet vast wel een mouw aan te passen zijn. Linksom of rechtsom ga ik deze meneer op een dag zien! En ja hoor, dat is ook gebeurd:) Dat past allemaal niet meer in deze blog, maar een ding wil ik jullie wel vast meegeven: Sprookjes bestaan gewoon! Het loopt vaak slecht af, maar wat je er ook van denkt, het Echte Leven is altijd verbijsterender dan de Film:)
Fijn weekend allemaal!
geplaatst door 0ptimist - 2083 keer gelezen
Vorige berichten
De grote schoonmaak en opruiming in drievoud
Bij de term grote schoonmaak krijg ik een beeld voor ogen, dat in mijn jeugd en wellicht in de jonge jaren van velen op ons netvlies genesteld is: Maart, een moeder met haar schort, emmer, bezem en bleekwater, en het hele huis ging op zijn kop.
Er werd heel wat gesopt in het voorjaar in de naoorlogse jaren. Nu is het schoonmaken niet meer zo tijdgebonden. Bij schoonmaken hoort ook een ander, eveneens niet favoriet werkje: Opruimen.
Bij opruimen komen een paar basale karaktereigenschappen kijken. Een wil, inzicht, doorzettingsvermogen, netheid, maar ook gevoelens. Het is vaak razend lastig afscheid te nemen van spullen, die je ooit gekocht hebt of die je cadeau hebt gekregen. Ik las de volgende vuistregel om in vier stappen op te ruimen:
Alles uit de kast(-en) halen. Je krijgt wel een hoop rommel maar je zult er van versteld staan wat je in de loop van de jaren bewaard hebt. En het kan zelfs nog leuk worden!
Keuzes maken. Maak drie stapels: Wat je wel wilt bewaren, wat je sowieso weggooit en wat je misschien bewaart.
Afscheid nemen en bedanken. Dan bedank je de spullen die je niet meer wilt hebben en bedenkt wat er mee gaat gebeuren: Wegooien, weggeven of verkopen.
Opbergen. Wat je echt wil bewaren geef je nu weer een plekje.
Er is ook zoiets als digitale opruiming. Velen bewaren een ontstellende hoeveelheid digitaal materiaal op de harddisk van hun laptop, pc, op een stickie of op hun smartphone. Ik was in mijn werkzame leven lid van een commissie die zich druk maakte over de bewaartijd van papieren documenten, en in een later stadium ook over het bewaren van digitale bestanden. Daarmee ging ook een opruimactie gepaard; wat moet je doen om te voorkomen dat je computer dichtslibt? Als spook dreigt ook nog eens de duurzaamheid van de opslagmedia. Veel digitaal materiaal van de eerste generatie is nu niet meer te raadplegen… Er is ook van overheidswege het een en ander hierover geregeld. Je kunt niet zomaar een oud archief – wie zou daar nog in geïnteresseerd zijn? – in de kliko voor oud papier doen.
Als derde aspect van opruimen durf ik intermenselijke contacten aan te stippen. Vrijwel iedereen heeft een adreslijst van naaste verwanten, vrienden en kennissen, met telefoonnummers en tegenwoordig ook emailadressen en zelfs Skype Nicknames.
Zo’n lijst van mensen uit je leven hoort dynamisch te zijn. Mensen verhuizen, krijgen een ander telefoonnummer, overlijden, krijgen een relatie of verdwijnen uit je gezichtsveld door een conflict. Een adreslijst is er in wezen ook in je hoofd, in je hart!
Misschien is het opschonen, het aanpassen en aanvullen gevoelsmatig van de laatste “lijst” nog lastiger dan de acties bij het opruimen in huis en het opschonen van digitale bestanden. Dat kun je maar deels op grond van praktische overwegingen doen. Ik merk dat jaarlijks als ik de adreslijst voor het verzenden van nieuwjaarsgroeten ga doorlopen. Het beste is dan dezelfde driedeling als bij het opruimen van spullen te hanteren: Die mensen zal ik altijd op mijn lijst laten staan, die mensen gaan van de lijst af en over een andere groep moet ik nog even nadenken.
Zowel bij het opruimen van spullen, bij digitale opruimingen als bij het zich bezinnen over menselijke contacten moet ik toch afgaan op mijn gevoel. Ik vind dat knap lastig…
Spiegel
De eu van neuken in de keuken bezorgde mijn cursist nog slapeloze nachten, toen de volgende tongbreker zich alweer aandiende.
Mijn docent, begon hij, dat vind ik altijd iets ontroerends hebben, dat bezittelijk voornaamwoord, mijn housbaasmevrouw is boos op mij. Ik dacht direct, de ui en de ou/au zijn van later zorg, eerst maar even dit blog. Vertel maar, zei ik.
Ik zei, zei mijn cursist, ik betaal morgen die hoer.
Nee, zei mijn housbaasmevrouw, volgens zijn zeggen, je moet eerst de huur aan mij betalen.
Waarop mijn cursist zei, volgens zijn zeggen dan, dat zeg ik, ik betaal morgen die hoer.
Waarop zijn huisbazin, volgens zijn zeggen dan, zei, nee, eerst mij betalen, want morgen is het de eerste van de maand.
Dat zeg ik toch, zei mijn cursist, volgens zijn zeggen, ik betaal jou morgen mijn hoer.
Uit de rest van zijn verhaal begreep ik dat de huur inmiddels betaald is, maar dat de relatie ernstig verstoord is. Werk aan de winkel.
Kijk, bij de oe is je mond klein en rond en zijn je lippen strak getuit, zei ik, en bij de uu zijn je lippen meer gespreid en ligt je tong verder naar voren. Het is een kwestie van veel oefenen.
Met de huisbaasmevrouw, vroeg hij.
Nee, zei ik, alleen voor de spiegel.
Zoveel verschillen
Zoveel verschillen
Zoveel mensen. Volgens worldometer bestaat de huidige bevolking wereldwijd uit meer dan acht miljard. Ieder daarvan heeft een eigen unieke persoonlijkheid, wat bijdraagt aan een eigen inbreng en ervaring van het unieke “ik”. In alle eenvoud zijn we dus allemaal bijzonder. Met eigen gedachten een eigen wil, een eigen cultuur. Met eigen persoonlijke specifieke eigenschappen, zoals angsten, dromen en herinneringen. Ook diversiteiten van menselijke ontwikkelingen, schrijvers, wetenschappers, kunstenaars om maar een paar voorbeelden te noemen. Om de maatschappij goed te laten functioneren zijn er regels en wetten. We hebben aangeleerd gekregen om ons normen en waarden t.o.v. onszelf en anderen eigen te maken. In feite zijn we allen kunstenaars die acteren in een rol, vooral om onszelf gelukkig te voelen, maar ook de omgeving happy te maken. En al die acht miljard mensen hebben een manier gevonden om samen te leven. Onderzoek wijst uit, dat geen enkel brein hetzelfde is. Ook al zijn wij uniek in onze eigen persoonlijkheid, daar denkt ons brein anders over volgens Marc Slors van de Radboud Universiteit. “We zijn allemaal kopieermachines”. Volgens Marc Slors vertonen we kuddegedrag, wat volgens hem niet negatief is, maar juist noodzakelijk om samen te kunnen leven. Of we nu het denkbeeld van de heersende mode volgen, allemaal een zelfde jeansbroek dragen, de modetrends van de kapsels volgen, dat is bijzaak. Al vanaf onze geboorte leren we om dingen na te doen, te kopiëren. Artikel uit Universiteit van Nederland.
Kuddegedrag, of niet, heel ons leven blijven we leren door meegemaakte situaties. We leren in groepen samen te zijn, manieren te herkennen om in een groep samen te werken. We hebben het ons allemaal eigen gemaakt, of tenminste proberen te maken. Ook niet iedereen lukt dat.
Ieder mens denkt verschillend. Persoonlijk vind ik het lastig om in een groep een discussie te voeren over een belangrijk onderwerp. Zoveel verschillende gedachten over en weer. Horen en luisteren wat er feitelijk gezegd wordt is ook niet voor iedereen weggelegd. Vooral wanneer men zijn eigen gelijk wil laten gelden. Maar vooral ook als er eigen belangen een rol spelen. Wanneer ik dan in deze periode aan al die regeringsleiders, presidenten denk, die overleggen over vrede, zouden persoonlijk gewin en belangen eens opzij gezet moeten worden. Laten we over onze verschillen heenstappen.
In mijn boekenkast staat het boek uit 1971 “The Winds of War” door Herman Wouk. In zijn inleiding haalt Herman Wouk de woorden aan van de Frans-Joodse wijsgeer Julien Benda:
“Indien er ooit vrede zal heersen, dan zal deze niet gebaseerd zijn op angst voor de oorlog, maar op liefde voor de vrede. Het zal niet zijn het zich van daden onthouden, maar het tot ontwikkeling komen van een gezamenlijke geestesgesteldheid”.
Zoveel als een mens onderling van elkaar verschild, toch lukt het om met elkaar om te gaan. In een vriendengroep, met een vriend, of vriendin, of met een partner. Ik heb een vriendin en we gaan al meer dan vijftig jaar met elkaar om. Door de jaren heen hebben we samen veel herinneringen gemaakt en dat maakt, dat we maar een half woord nodig hebben om elkaar te begrijpen.
Ondanks verschillen in karakters houden veel relaties stand. Uit liefde en door houden van. Maar wat is het moeilijk om na verlies, of een scheiding van een partner een nieuwe relatie (op latere leeftijd) te vinden, of een verbintenis te laten slagen. Kunnen we nog wel, nu de jaren al beginnen te tellen, over onze verschillen in denken heenstappen voor het aangaan van een nieuwe relatie. Zijn al onze vooroordelen, belangen en wensen niet het grootste struikelblok geworden?
Ik heb in het boek Wereldbrand geschreven: Gooi mij niet weg. Bewaar mij tot in lengte van dagen, zodat mijn familie generaties na mij tijdens het lezen verbonden worden met mijn gedachten eerder, lang geleden. Ik hoop dat er dan vrede is.
Liefs,
Monique