Donkere wegen
vrijdag 5 april 2024
We zaten in de auto en reden over lege donkere wegen. Ik dacht eraan hoe ik het bed had opgemaakt met het zachte overtrek met bloemen. Jij dacht daar ook aan, je zei, als niet die verdraaide zoon morgenochtend de auto nodig had, dan zou het allemaal anders zijn. We namen de afrit naar het Noorden. We reden langs IKEA, zelfs nu om half vier ´s nachts brandde er nog licht. We keken elkaar aan en lachten. Ik dacht aan de ballenbak, jullie weten misschien nog wel waarom, en jij dacht ook aan die ballenbak, ik wist nog wel waarom.
We reden langs de stad waar onze kinderen baby's waren, waar onze balkons op de eerste en derde vol stonden met fuchsias en stekjes, waar we in tuinen liepen of lunchten met papegaaien. Nu kwam er een ANWB bord en moesten we even nadenken. Dat viel niet mee, dat nadenken over dat bord. De afgelopen 365 dagen hadden we altijd Osmand laten denken, maar nu waren we zo laat uit de kroeg gekomen en zo moe, dat we vergeten waren hem aan te zetten.
Ook waren onze telefoons al anderhalve dag niet opgeladen. Maar goed, we reden hier niet voor het eerst, sterker nog, ik had hier 5 jaar lang 40 weken per jaar 8 keer per week geforenst, en jij had hier 6 jaar lang 46 weken per jaar 10 keer per week geforenst. Toch lukte het ons de verkeerde afslag te nemen en zelfs hier te verdwalen!!! Schaapachtig zei ik iets van, meestal ziet het hier heel anders uit, of herken jij het wel? Potverdrie! Jij herkende het ook niet.
Zelfs in de achtertuin onder bessenstruiken konden wij nog verdwalen! We keken elkaar aan en zuchten. Ik dacht het geeft niet, we kunnen er toch niets aan doen en jij zei, jij kan er niets aan doen, ik had Osmand aan moeten zetten. Nu reden we de sleutelstad in vanuit het noordoosten. Dit was de stad waar jij al kwam, lang voordat onze kinderen waren geboren. De stad waar ik heen ging, niet lang nadat de kinderen het huis uit waren gegaan. Waar ik was gaan wonen toen mijn lief was gestorven. Waar jij had gelopen toen je moeder was overleden.
Heel moe voelden we ons nu. Ik dacht eraan dat we ook de auto konden parkeren en gewoon in de auto gaan liggen slapen. Jij dacht eraan dat je niet kon gaan slapen omdat je je belofte nog moest nakomen. Daar, daar, riep ik, blij als een klein kind, daar staat de toren die ik ken, daar moeten we heen en dan hier links en dan komen we vanzelf bij … Er stond weer een ANWB bord. Dit keer hoefden we niet te denken, met de auto mochten we hier gewoon niet in.
Sorry zei ik, met de fiets let ik nooit op dat bord. Het geeft niet, zei jij, ik had gewoon het adres in moeten voeren, weet je wat, ik doe dat nog even. Veertien uur waren we al aan het dwalen en nu waren we hooguit 1400 meter van mijn voordeur af. Osmand kende alle verboden in te rijden borden, en ik kende alle verboden onderwerpen waar we niet aan wilden denken. We reden over het spoor en keken verlangend naar de Singel, of we al madeliefjes zagen en hoe zacht het gras zou kunnen zijn.
Maar nee, we moesten doorzetten, we moesten verstandig zijn en ons plan voltooien. Stop hier maar, zei ik, en ik keek je verlangend aan. Je keek verdrietig terug en haalde de sleutel uit het slot. Ik stapte uit en liep om de auto heen. Ik morrelde wat aan het achterwiel. Voorzichtig toch, wacht even tot ik hem optil, zei je. Ik wachtte tot je hem optilde en soepel haalden we hem eruit. We keken elkaar aan en kusten elkaar. Dankjewel, fluisterde ik in je oor, ik voel de kleine zachte haartjes en de warmte van je wang. Jij bedankt! Je haalde diep adem. Misschien beter meteen de rest van de reisroute erin zetten? Zo gezegd, zo gedaan. Ik ga nog naar je zwaaien hoor, zei ik ferm, om de verdrietigheid te bezweren.
En daar ging je, de stille donkere wegen weer in, de verre einder tegemoet…
geplaatst door 0ptimist - 1504 keer gelezen
Vorige berichten
Tijd
Tijd is een ongrijpbaar concept.
Het is misschien ook helemaal niet de bedoeling om het te grijpen. Onmogelijk ook waarschijnlijk.
Alhoewel hij het zelf nooit zo gezegd schijnt te hebben, wordt aan Einstein vaak de uitspraak toegeschreven dat tijd alleen maar bestaat, omdat anders alles tegelijk zou gebeuren.
Dat zou ook wel een beetje veel om te bevatten zijn op dit ondermaanse, dus daarom heeft alles hier op aarde zijn plaats en tijd. Anders zouden we er binnen de kortste keren vanaf springen.
Ik sprak vanuit Frankrijk met een goede bekende in Nederland die voor euthanasie had gekozen. Het was ons afscheidsgesprek. Zijn samenvatting van het bestaan was chronologisch kort en bondig. Ergens midden in ons gesprek sprak hij de woorden: je komt er keer op en je moet er ook weer een keer vanaf. En zijn tijd om er vanaf te springen was daar.
De schoolvakanties zijn alweer een paar weken bezig en nu ook de regio Midden vakantie heeft, stroomt de camping langzaam vol met gelukkige gezinnen. Ik moet er niet aan denken dat alles tegelijk zou gebeuren. Gelukkig gebeurt dit pas na zeven zalige weken.
Zijn woorden klinken mij als muziek in de oren: je komt er een keer op en je moet er ook weer een keer vanaf. Dit weekend. Alles op zijn tijd.
Hoe voorzichtig moet je zijn op straat?
Afgelopen zaterdag stond er een artikel van 3 pagina's in de krant over een trend bij groepen jongeren die populair is geworden : jumpen. Daarbij wordt iemand uit het niets door de groep aangevallen. Ze bespringen EEN persoon die ze te grazen nemen. Soms is het een wraakactie, maar vaker kennen ze de persoon niet. Ze doen dit vanwege een misplaatst gevoel van macht over iemand hebben. Het slachtoffer wordt uitgescholden, bedreigd en moet bibberend in de filmende camera zijn excuses aanbieden terwijl hij/zij niks heeft gedaan.
Nederig "sorry baas" zeggen tegen de filmer vinden ze bijzonder grappig. Op de achtergrond hoor je het gelach van de rest van de groep. Soms wordt er ook nog behoorlijk wat lichamelijk geweld gebruikt Onder deze "tieners" is het een hype geworden de hele actie te filmen. Als je het niet filmt, weet verder niemand dat dit gebeurd is. Door het vervolgens op social media te zetten krijgt de groep aanzien. De geschreven reacties van lezers onder de video zijn vaak nog extra pijnlijk, Een veel ouder iemand in elkaar slaan zal ze geen extra aanzien opleveren, maar die kan je beroven.
Dat is echter van alle tijden, daarom ga ik allang niet meer in mijn eentje op stille weggetjes wandelen en of fietsen. Als ik wandelend op de stoep een groep van 4 of meer tieners zie naderen, steek ik vaak al uit voorzorg de straat over voor ik ze tegenkom, geeft me rust. Ik steek weer opnieuw over, als dat nodig is om op mijn bestemming te komen. Met fietsen gaat dat niet, dus probeer ik zoveel mogelijk rechts te blijven fietsen, zodat de groep er beter langs kan. Toch kan ik me nog behoorlijk vergissen in het gevaar, als ik niet alleen ga fietsen op een rustig fietspad,
Laatst ging ik met een goede vriend na het avondeten een stukje fietsen langs het Alkmaarder Meer. Daar loopt een smal fietspad langs het water, waar je elkaar alleen kan passeren als je achter elkaar fietst.'s Avonds is het er een stuk rustiger, en zie je ook meer vogels. Ik fietste achter hem en voelde me veilig. Halverwege het pad richting NH-kanaal is een botenoversteek voor kano's en rubber boten vanuit een ander binnenmeer. Daar stond een grote groep van wel meer dan 10 jongens over de hele breedte van het fietspad. Gewoontegetrouw gaven we ruim tevoren een fietsbelletje om ze te waarschuwen dat we eraan kwamen. Ze gingen echter pas op het allerlaatste moment opzij.
Twee jongens aan weerszijden van het pad deden volledig hun zwembroek omlaag, terwijl de rest stond te joelen. Ik had alle aandacht nodig om niet te vallen terwijl ik er tussendoor fietste, dus had dit niet gezien. Ik was wel flink geschrokken. Toen er een kilometer verder een houten bankje met zicht op het water langs het pad stond, wilde ik daar even zitten om op verhaal te komen. Mijn goede vriend vertelde me toen wat hij gezien had. We moesten langs datzelfde fietspad weer terug, dus bleven we bijna een half uur op dat bankje zitten, voordat we weer gingen fietsen. Gelukkig waren de tieners met hun rubber boten, die op het grasveld bij het binnenmeer lagen toen we er de 1e keer langskwamen, weer allemaal terug in het water. We konden nu zonder gevaar dit punt passeren.
Ik had er nooit rekening mee gehouden dat zoiets intimiderends door een groep me ook kon overkomen als ik een grote, sterke man van bijna 1.90 bij me had. Het heeft me bang gemaakt om daar 's avonds weer te gaan fietsen en dat vind ik jammer. Het is daar mooi en `s avonds een stuk rustiger fietsen dan overdag. Met dit warme weer ook beter te doen. Hoe ervaren jullie zoiets? Zou het schelen als ik 10 tot 20 jaar jonger was geweest en niet zo wiebelig op de fiets. Zou ik dan niet bang geweest zijn, of kwamen dit soort dingen toen maar zelden voor?...
Wat herinner je nog van je relatie?
Wie het verleden beheerst, beheerst de toekomst. Wie het heden beheerst, beheerst het verleden.” (George Orwell) en Kennis van het verleden is de sleutel tot begrip van het heden (Confucius). Twee wat cryptische uitspraken om over na te denken.
Als je voor het eerst begint met een relatie of opnieuw de sprong waagt in datingland is de toekomst ongewis. Je weet nooit welke kant het op gaat, hoewel je er toch allebei het beste van hoopt.
Vrijwel iedereen die zich aangemeld heeft bij een datingsite heeft een relatieverleden. Dat hoeft tegenwoordig niet persé in een door een gang naar het stadhuis vastgelegd huwelijk of samenlevingscontract gegoten te zijn. De herinneringen aan die relaties worden vaak aangeduid als een rugzakje. Dat lijkt een aanname; door dat etiketje worden die herinneringen collectief als negatieve ervaringen bestempeld. Het kan mijns inziens geen kwaad de positieve gebeurtenissen te bewaren en minder fijne dingen goed te verwerken en een plekje te geven.
Uiteraard is er een groot verschil tussen relaties die eindigen door een uit elkaar gaan en relaties, die eindigden omdat een van beide partners overleed. Toch kunnen er ook goede herinneringen na een scheiding zijn.
Bekend is het lied van Joost Nuissl (in 2025 overleden): “Ik ben blij dat ik je niet vergeten ben”. Het lied refereert ontegenzeggelijk aan een stel, wat uit elkaar ging terwijl een van beiden herinneringen koestert aan de beëindigde relatie.
Of die herinneringen bij tijd en wijle opduiken hangt (ook) af van het geheugen. En of je moeite hebt gedaan wat er vroeger was uit dat geheugen weg te poetsen.
Mooie dingen zijn altijd: De geboorte van je kinderen. Genezing na een ernstige ziekte. Een fijne vakantie. Verhuizen naar een betere woning.
Ik geloof, dat beide partners niet altijd gebeurtenissen gelijkelijk ervaren en er ook verschillende herinneringen aan bewaren. Zou dat komen omdat er onderhuids al een vermindering gaande is van de gevoelens van een kant?
Ik werkte vroeger in een archief. Zo’n werkplek is bij uitstek de plaats waar het er om gaat zaken uit het verleden goed te bewaren voor het nageslacht. Het ging daarbij in het begin van mijn loopbaan om papieren documenten, later ging men via microfilm over op digitale paperassen. De ontwikkeling van fysieke contacten naar digitale contacten die in een relatie uitmonden vond grotendeels in dezelfde tijd plaats.
Wie uit een relatie komt die hoe dan ook stopte zal tegenwoordig zowel over fysieke herinneringen (foto’s, brieven, cadeautjes), over herinneringen in het geheugen maar ook over via de digitale weg ontstane herinneringen beschikken. Als die laatste versie ook via social media speelt is er een kans, dat anderen ze ook kunnen ontdekken. Dat kan soms lastig zijn, als iemand net met een nieuwe relatie bezig is of zich openstelt voor nieuwe contacten. Het zou zelfs mogelijk zijn, dat wat er via de digitale snelweg bekend is als het ware ontaardt in een “relatie curriculum vitae”.
Daarom is het verstandig voorzichtig om te gaan met wat je over jezelf bekend maakt op platforms als facebook of Linkedin, wat iemand daar over je leest kan in je nadeel uitwerken.
Tegenwoordig kun je uiteraard ook via deze platforms op dingen stuiten over je ex, waar je nooit van gehoord had. Hoeveel relaties zijn er tegenwoordig zelfs gestrand, toen een van beiden keek in de contacten op de smartphone van de ander? Terwijl er in de relatie nog geen vuiltje aan de lucht was?