Hoe ver wil, kan en mag ik nog gaan?
maandag 22 september 2025
Omdat ik in mijn eigen stad de (mooie!) monumenten zo onderhand wel kende en omdat ik nog een vrij-reizen dag van NS wilde besteden toog ik dit jaar op de eerste van beide Open Monumentendagen naar Groningen. Twee en een half uur in de trein had ik er voor over na vele jaren deze provinciehoofdstad te bezoeken. Ik haalde in het stadhuis wat info op en wandelde naar de Martinitoren. Even was ik vergeten hoe ik de vorige keer daar naar binnen ging. Maar een vriendelijke dame in de Martinikerk waar ik ook rondgekeken heb vertelde, dat ik (deze keer gratis) een muntje voor het draaihekje van de toegang tot de toren bij de VVV kon verkrijgen.
Gewapend met dat goudkleurige muntstuk wurmde ik me met mijn bagage door het draaihek en toen begon de klim naar boven. Wat was ik blij dat ik vroeg op de dag, kort na opening van de toren aan de klim was begonnen! Stevig mij met mijn rechterhand vasthoudend aan het touw en met mijn linkerhand steunend op de muur slaagde ik er in zonder dat ik iemand hoefde laten passeren bij de torentrans te komen. Mijn tempo in dezen was toch wat anders dan pakweg 20 jaar eerder… Bij de afdaling moest ik nolens volens wel een paar keer een stijger voor laten gaan.
De toren is 97 meter hoog, en ik moest 331 keer op traptreden stappen voordat ik boven (en ook weer beneden) was.
Ik heb het stadhuis en het Groninger museum nog bezocht maar toen was voor mij de koek op. De vorige keer had ik meer energie over voor extra bezichtigingen op deze dag. Was het toeval, dat ik, toen ik bij het station het standbeeld van het Peerd van Ome Loeks zag dat een man die een groepje gasten over dit beeld onderhield plotseling het liedje begon te zingen: “Het peerd van ome Loeks is dood”? Ineens voelde ik, dat ik er goed aan had gedaan mijn lichaam niet verder uit te putten. Aan alles is een grens, ik kan wel veel willen doen, maar kan ik dat nog wel en is het verantwoord? Ik wilde (nog) niet eindigen als het Peerd van Ome Loeks.
Diezelfde vraag stel ik over mijzelf maar ook over anderen op de datingsite. Ooit heb ik een profiel aangemaakt met daarin ook wensen over de vrouw, die ik graag wil ontmoeten.
In wat ik bij zoekwensen heb vermeld wordt duidelijk op welke punten ik een match zou hebben met een vrouw. Die wensen zijn te verdelen in aspecten, die absoluut gewenst of juist een no-go zijn, aspecten waar over te praten valt en ook dingen, waarvan het leuk zou zijn als er overeenstemming is, maar die geen breekpunt vormen. Deze drie rubrieken overlappen elkaar regelmatig.
In het gesprek bij een date, bij het posten van een mening op een algemene chatbox of zelfs in een blog zijn er ook onderwerpen, waarvan het de vraag is of zij op dat moment (tijdens een eerste ontmoeting), in het algemeen of in een bepaald verband al dan niet aan de orde kunnen komen. Iemand, met wie ik date zal op sommige prangende vragen niet bij de eerste afspraak opening van zaken willen geven. Ook bij de tweede afspraak komt nog niet alles boven water. Hierdoor is het moeilijk een goed beeld te krijgen van de date en ook om te weten, of je met deze persoon verder wilt gaan in de opbouw van het contact. Wanneer je in een gesprek met een goede vriend of je partner die dingen aankaart is er doorgaans meer vrijheid om je hart te luchten.
Verder is het de vraag, of alles tijdens een eerste of tweede afspraak wel geschikt is om aan te roeren. Er zullen altijd onderwerpen taboe zijn. Dat maakte ik ook onlangs mee.. Het beeld van mijn date was daardoor onvolledig.
Er zijn mensen, die meer durven te vertellen aan hun hartsvriend(in) dan aan hun partner. Ook hier weer: hoe ver kan je je daarin gaan? Op een bepaald moment ontdekt de partner, dat zijn of haar eega niet meer open is. Terwijl zij / hij via via hoort, dat de partner wel openhartig is tegenover anderen. Als de hartsvriend(in) dan een keer open kaart speelt heb je de poppen aan het dansen…
geplaatst door Aktivo1 - 1043 keer gelezen
Vorige berichten
Daten in de digitale wereld
In de eerste decennia van mijn leven stonden computers nog in de kinderschoenen. Bij mijn eerste werkgever in 1968 waren zij op de afdeling documen
Ik was zijn muze
Een muze is geen willekeurig persoon die toevallig model staat voor een schilder. Ben je de muze van een schilder, dan slaat er bij de kunstenaar e
Man Cave
Je kan toch ook gezellig naast mij zitten terwijl jij met je Excel dingest? Nee. Mijn brein kan één ding tegelijkertijd. Of ik aanbid je glorieuz