Kluizenaar
woensdag 25 maart 2026
Hij was een lange, al wat oudere heer. Beige overjas met geruite voering, geruite sjaal. Hij overzag de supermarkt als een legeroverste: hij moest hulp hebben, zijn kassa werkte niet. De zelfscankassa’s stonden in een rij op weg naar de uitgang, en ik liep er langs met mijn boodschappen. Broccoli, melk, kefir, havervlokken, bananen, elastiekjes, linzenwafels met cacao. Zelf had ik afgerekend bij een praatgrage werkstudent. De heer keek mij aan. ‘Misschien kan ik u helpen’, zei ik. Nou nee, hij had liever een winkelbediende want de kassa werkte niet. ‘Dus als ik u kan helpen ligt het aan u, en dat heeft u liever niet?’ Dat vond hij wel grappig; hij liet mij dus zien dat de kassa echt niet werkte. Hij duwde hard op het broodje van zijn keuze, en nog een keer en nog een keer. ‘Het is een touchscreen, misschien werkt dat wel als u het plaatje heel licht aanraakt?’ Hij raakte het plaatje heel licht aan. De kassa werkte wel - wat hij gelukkig ook grappig vond. Je weet het niet, hè? Ik ben immers getrouwd geweest met een man die in zo'n geval razend zou worden.
De narcissen bloeiden uitbundig in het gras langs de singel, en de straatdichter zat weer op zijn plek in het park. Zwarte donsjas, pet met grote klep. Zijn ‘gekust worden door de kust’ zingt door mijn hoofd, het gedicht dat hij twee keer speciaal voor mij heeft voorgedragen. Waarom voel ik mij nu ongemakkelijk? Zelf ben ik immers netjes omgegaan met zijn teksten? Hij zit geconcentreerd te typen en ik loop door. Thuiskomen met een zak kleikorrels, dat is mijn missie; de goudpalmen hebben een grotere pot nodig en ik zweer bij een laagje nieuwe kleikorrels onderin de pot. Op de stoep voor de tweede supermarkt (bij de eerste was de kar met zakken kleikorrels leeg) spreekt een jongeman mij aan. Sleetse tweed winterjas, collectebus. ‘Bent u een hondenmens?’ ‘Nee, ik heb de pest aan alle honden behalve aan hulphonden.’ ‘Dan bent u een mensenmens.’ Slim gezegd, jongeman, ook mensenmensen geven immers gul voor blindengeleidehonden? Maar ik weet niet wat dat inhoudt, een mensenmens zijn, hoe kan ik dan weten of ik zo’n mens ben? Ik heb zelfs nog nooit een date gehad met een mensenmens! Een collecte-mens ben ik niet, dat weet ik zeker. Gevalletje gereformeerde jeugd? We zeggen elkaar vriendelijk gedag, de jongeman en ik.
Ook in deze supermarkt is de kar met zakken kleikorrels leeg. Uiteindelijk kom ik thuis zonder kleikorrels, via de inmiddels gesloten bouwmarkt en nog een supermarkt met een lege kar. In de schuur sla ik met een hamer twee stenen bloempotten aan stukken. Prima kleikorrels! Ik ben, negen kilometers lang, lopend op weg geweest naar perfectie, en eenmaal thuis neem ik genoegen met scherven…
Mijn reeks wandelingen op weg naar de grote finale krijgt een herstart, begin mei. ‘OK THP anterieur klinisch - narcose’ heet de herstart. Een nieuwe heup, toch. Drie maanden van betrekkelijke rust heb ik daarna nodig, en dan mag ik nieuwe schoenen kopen van mezelf en ga ik weer aan de wandel. Hoop ik. Denk ik. Naast het fysieke, is er immers het mentale herstel - en misschien wil ik na die operatie juist liever een kluizenaar zijn. Lezen, tekenen, schrijven, kleuren, Netflix, mezelf gedichten voorlezen. Het kan maar zo. Ik ben nu een wandelaar (en een schrijver, volgens de straatdichter), en dat is ook niet de vrouw die ik ooit dacht te zijn.
geplaatst door RodeJas - 893 keer gelezen
Vorige berichten
Als je voor een dag een man zou mgen zijn
Iedere maandagmiddag ontmoet ik in het dorpshuis een groepje alleeenstaande dames. Onder leiding van een activiteiten begeleidster gaan dan we iets
Overwegingen van een vrouw met een stok
De man boog zich naar mij over en zei zachtjes iets in mijn oor. Hij was nog jong, prettig groot - en hij stond achter de kassa van mijn favoriete
Vrouwenmagneet
Sjoerd is een vrouwenmagneet. Hij kan het niet helpen. Iets in zijn verschijning laat vrouwen smelten. Ze willen bij hem zijn, hem aanraken en knuf