Bloemen mee? Of toch niet.
dinsdag 10 september 2019
Ik zit op de trein...
Na wekenlang kennismaken, elkaar uitvragen, mailen en appen, komt de eerste afspraak eraan.
Omdat we toch een eindje van elkaar wonen, hebben we ergens onderweg afgesproken. Een plaats die we beiden makkelijk met de trein kunnen bereiken.
Zij is leuk, lief, aardig, mooi, als ik zo objectief mogelijk haar berichten en foto's beoordeel.
Zij reageerde hetzelfde in haar berichtjes: "Je bent lief, leuk, aardig en mooi..."
De trein nadert het eindstation.
"Was het wel handig om een bos bloemen mee te brengen?", bedenk ik me nu twijfelend.
We willen er immers een dagje van wandelen en terrasjes van maken... Dan is zo'n bos bloemen niet erg handig.
De trein stopt.
Ik laat de bloemen liggen.
"Die zijn voor de conducteur," denk ik en ik verlaat de trein en loop het station in.
Daar staat ze!
Haar rode jurk straalt in de zon, zij straalt, haar glimlach straalt.
Een handdruk, een kus, ...
Vrolijk babbelend lopen we het station uit en het centrum in. We genieten van een geweldige, gezellige en vrolijke middag samen.
"Tranen gelachen, onnozel gedaan.
En tenslotte tevreden, het licht uitgedaan."
Dit lied van Guus Meeuwis galmt door mijn kop, tijdens de treinreis, 's avonds naar huis. Haar visitekaartje brandt in mijn jaszak.
Ik kijk er honderd keer naar.
Hoe dit verhaal straks verder gaat, is altijd afwachten... Deze dag kan, hoe dan ook, niet meer stuk.
En de bloemen?
Als dezelfde conducteur mijn OV-pas komt controleren, vraagt zij: "Was u de reiziger die zijn bloemen vergat, meneer?"
Ik antwoord met een brede glimlach: "Die ben ik inderdaad bewust vergeten, mevrouw. Geniet ervan straks!"
geplaatst door Wim_ - 2447 keer gelezen
Vorige berichten
Ik was zijn muze
Een muze is geen willekeurig persoon die toevallig model staat voor een schilder. Ben je de muze van een schilder, dan slaat er bij de kunstenaar e
Man Cave
Je kan toch ook gezellig naast mij zitten terwijl jij met je Excel dingest? Nee. Mijn brein kan één ding tegelijkertijd. Of ik aanbid je glorieuz
Verschilligheid
Op mijn 18e kwam ik als dorpsjongen aan in de studentenstad Delft. Dat was omdat ik intelligent genoeg was gebleken, maar helaas had ik verder wein